Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2007:BB2948

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
05-09-2007
Datum publicatie
05-09-2007
Zaaknummer
200701117/1
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 12 april 2006 heeft de stadsdeelraad van het stadsdeel Amsterdam-Noord (hierna: de stadsdeelraad) het bestemmingsplan "Nieuwendam-Noord-Tankstation Zuiderweg" vastgesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

200701117/1.

Datum uitspraak: 5 september 2007

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

de besloten vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid "B.V. Automobielbedrijf "De IJdoorn" en "Roma Beheer Hilversum B.V.", respectievelijk gevestigd te Amsterdam en Hilversum,

appellanten,

en

het college van gedeputeerde staten van Noord-Holland,

verweerder.

1.    Procesverloop

Bij besluit van 12 april 2006 heeft de stadsdeelraad van het stadsdeel Amsterdam-Noord (hierna: de stadsdeelraad) het bestemmingsplan "Nieuwendam-Noord-Tankstation Zuiderweg" vastgesteld.

Verweerder heeft bij zijn besluit van 5 december 2006, no. 2006-64168, beslist over de goedkeuring van het bestemmingsplan.

Tegen dit besluit hebben appellanten bij brief van 30 januari 2007, bij de Raad van State ingekomen op 31 januari 2007, beroep ingesteld. De gronden zijn aangevuld bij brief van 2 maart 2007.

Bij brief van 21 mei 2007 heeft verweerder een verweerschrift ingediend.

Bij brief van 22 mei 2007 heeft het dagelijks bestuur van het stadsdeel een reactie ingediend. Deze is aan de overige partijen toegezonden.

Na afloop van het vooronderzoek zijn nadere stukken ontvangen van de stadsdeelraad.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 20 augustus 2007, waar verweerder, vertegenwoordigd door mr. J.J.M.A. Poppelaars, ambtenaar bij de provincie, is verschenen. Voorts is de stadsdeelraad, vertegenwoordigd door mr. E.A. Minderhoud en mr. J.J.R. Lautenbach, beiden advocaat te Amsterdam, en mr. M. Hop, gehoord. Appellanten hebben zich niet doen vertegenwoordigen.

2.    Overwegingen

2.1.    Het plan voorziet in de vestiging van het tankstation van appellanten aan de Zuiderzeeweg in Amsterdam-Noord in verband met de herontwikkeling van het gebied waar het tankstation thans is gelegen ingevolge het bestemmingsplan "Nieuwendam-Noord-Waterlandplein". Ingevolge dit plan is op de huidige locatie van het bedrijf, aan de IJdoornlaan 265-267 en Beverwijksestraat 2 tot en met 8, voorzien in woningbouw. Verweerder heeft goedkeuring aan het plan verleend. Appellanten richten zich in beroep tegen dit goedkeuringsbesluit.

2.2.    Ingevolge artikel 28, tweede lid, van de Wet op de Ruimtelijke Ordening in samenhang met artikel 10:27 van de Algemene wet bestuursrecht rust op verweerder de taak om - in voorkomend geval mede op basis van de ingebrachte bedenkingen - te onderzoeken of het plan in strijd is met een goede ruimtelijke ordening. Daarbij dient hij rekening te houden met de aan de gemeenteraad toekomende vrijheid om bestemmingen aan te wijzen en voorschriften te geven die de raad uit een oogpunt van een goede ruimtelijke ordening nodig acht. Daarnaast heeft verweerder er op toe te zien dat het plan en de totstandkoming daarvan niet in strijd zijn met het recht.

2.3.    Appellanten voeren aan dat zij zich weliswaar bereid hebben verklaard om hun bedrijf naar de locatie aan de Zuiderzeeweg te verplaatsen, maar dat de hen geboden schadeloosstelling volstrekt onvoldoende is om de verplaatsing op een bedrijfseconomisch verantwoorde wijze te realiseren en dat in het bestemmingsplan onvoldoende rekening is gehouden met de eisen die een modern tankstation stelt aan een locatie. Zij hebben in dat verband aangevoerd dat in het bestemmingsplan is voorzien in een te klein oppervlak voor het tankstation en dat ter plaatse bovendien verschillende fysieke belemmeringen aanwezig zijn, waaronder een rioolpersleiding aan de oostzijde van het terrein, een talud aan de noordzijde, en een gastransportleiding aan de zuidzijde, die de aanleg en inrichting van een tankstation volgens de huidige maatstaven onmogelijk maken.

Appellanten achten het besluit onzorgvuldig voorbereid en onvoldoende gemotiveerd, doordat verweerder hun bedenkingen op dit punt in navolging van de stadsdeelraad hoofdzakelijk heeft afgedaan met de enkele overweging dat het hier inrichtingsaspecten betreft die in het kader van het bestemmingsplan niet relevant zijn.

2.4.      Verweerder heeft zich naar het oordeel van de Afdeling allereerst terecht op het standpunt gesteld dat de hoogte van een eventueel aan appellanten toekomende schadeloosstelling niet in deze procedure wordt bepaald.

Verweerder heeft voorts terecht het standpunt ingenomen dat de inrichting van het plandeel met de bestemming "Motorbrandstofverkooppunt" hier niet in detail aan de orde is, aangezien het bestemmingsplan ter zake geen gedetailleerde regeling bevat.

Voor zover de bezwaren van appellanten betrekking hebben op de inrichting van de gronden die is weergegeven op het schetsontwerp in het Stedenbouwkundig Programma van Eisen 'Tankstation Entreezone Zuiderzeeweg', behoeven die geen bespreking, aangezien die schets niet in het bestemmingsplan is vastgelegd, zodat juridisch-planologisch ook een andere inrichting mogelijk is.

Aan de orde is thans slechts de vraag of verweerder er met de stadsdeelraad van heeft kunnen uitgaan, dat de realisering ter plaatse van een volwaardig tankstation met bijbehorende faciliteiten redelijkerwijs mogelijk moet worden geacht.

2.5.       Ingevolge de planvoorschriften is het plandeel in kwestie bestemd tot een motorbrandstofverkooppunt, inclusief bijbehorende overkappingen en gebouwen zoals een verkoopshop en een autowasstraat, technische ruimten, bergingen en andere nevenruimten, installaties ten behoeve van de opslag en distributie van motorbrandstoffen, verkeersareaal, groenvoorzieningen en water, een en ander met dien verstande dat de verkoop van LPG niet is toegestaan. Ter plaatse van het plandeel is een bouwvlak aangeduid met een oppervlakte van ongeveer 2.700 m2. Ingevolge de voorschriften is bebouwing van het terrein toegestaan tot een totaal van 400 m2 aan gebouwen en 450 m2 aan overkappingen, met een maximale bouwhoogte van respectievelijk 5 en 6 meter.

De Afdeling acht het standpunt van verweerder dat binnen het bedoelde plandeel voldoende ruimte en mogelijkheden voor de realisering van een modern tankstation en de daarbij behorende voorzieningen, inclusief in- en uitritten aanwezig zijn, aannemelijk. Hiertoe neemt zij onder meer in aanmerking dat het terrein aan de Zuiderzeeweg een groter oppervlak heeft dan het door appellanten thans geëxploiteerde tankstation aan de IJdoornlaan. Verder is door verweerder onweersproken gesteld dat op de rioolpersleiding weliswaar niet mag worden gebouwd, maar dat daarover wel de ontsluiting van het tankstation kan worden gelegd. Eveneens is door verweerder onweersproken gesteld dat het talud niet planologisch is vastgelegd en dat uit correspondentie met de Gasunie naar voren komt dat ook de aanwezigheid van de gastransportleiding geen belemmering vormt voor de inrichting. In hetgeen appellanten hebben aangevoerd ziet de Afdeling geen grond voor een ander oordeel dan hiervoor weergegeven.

2.6.      De conclusie is dat hetgeen appellanten hebben aangevoerd geen aanleiding geeft voor het oordeel dat verweerder zich niet in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat het plan niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening. Daarin wordt evenmin aanleiding gevonden voor het oordeel dat het bestreden besluit anderszins is voorbereid of genomen in strijd met het recht.

Het beroep is mitsdien ongegrond.

2.7.      Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3.    Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

verklaart het beroep ongegrond.

Aldus vastgesteld door mr. P.J.J. van Buuren, Voorzitter, en mr. M. Oosting en mr. R. van der Spoel, Leden, in tegenwoordigheid van mr. N.T. Zijlstra, ambtenaar van Staat.

w.g. Van Buuren    w.g. Zijlstra

Voorzitter    ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 5 september 2007

240