Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2007:BB0356

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
25-07-2007
Datum publicatie
25-07-2007
Zaaknummer
200700226/1
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Op 13 december 2005 heeft de raad van de gemeente Zandvoort (hierna: de raad), voor zover hier van belang, ingestemd met het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 30 augustus 2005 inzake de actualisatie van het Gemeentelijk Verkeers- en Vervoersplan (hierna: het GVVP).

Wetsverwijzingen
Algemene wet bestuursrecht
Algemene wet bestuursrecht 1:3
Algemene wet bestuursrecht 4:81
Algemene wet bestuursrecht 4:83
Algemene wet bestuursrecht 4:84
Gemeentewet
Gemeentewet 147
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOM 2009/11
AB 2007, 292 met annotatie van A. Tollenaar
ABkort 2007/363
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

200700226/1.

Datum uitspraak: 25 juli 2007

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellanten], wonend te [woonplaats],

tegen de uitspraak in zaak no. AWB 06-6228 van de rechtbank Haarlem van 28 november 2006 in het geding tussen:

appellanten

en

de raad van de gemeente Zandvoort.

1.    Procesverloop

Op 13 december 2005 heeft de raad van de gemeente Zandvoort (hierna: de raad), voor zover hier van belang, ingestemd met het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 30 augustus 2005 inzake de actualisatie van het Gemeentelijk Verkeers- en Vervoersplan (hierna: het GVVP).

Op 13 december 2005 heeft de raad tevens een kader voor de verkeerscirculatie van het Louis Davidscarré vastgesteld.

Bij besluit van 30 mei 2006 heeft de raad de door appellanten daartegen gemaakte bezwaren niet-ontvankelijk verklaard.

Bij uitspraak van 28 november 2006, verzonden op 29 november 2006, heeft de rechtbank Haarlem (hierna: de rechtbank) het daartegen door appellanten ingestelde beroep gedeeltelijk gegrond verklaard, de bestreden beslissing op bezwaar vernietigd, voor zover daarin is nagelaten te beslissen op het bezwaar tegen het kader voor de verkeerscirculatie van het Louis Davidscarré, dat bezwaar niet-ontvankelijk verklaard en het beroep voor het overige ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak hebben appellanten bij brief van 6 januari 2007, bij de Raad van State ingekomen op 9 januari 2007, hoger beroep ingesteld. Deze brief is aangehecht.

Bij brief van 26 februari 2007 heeft de raad van antwoord gediend.

Voor afloop van het vooronderzoek zijn nadere stukken ontvangen van appellanten. Deze zijn aan de andere partij toegezonden.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 7 juni 2007, waar van appellanten [gemachtigde], bijgestaan door mr. drs. J.P.A. Stolk, en de raad, vertegenwoordigd door mr. D. op de Hoek en ing. J.W.B. van Straaten, beiden werkzaam bij de gemeente Zandvoort, zijn verschenen.

2.    Overwegingen

2.1.    Appellanten hebben terecht opgemerkt dat het besluit op bezwaar is voorzien van een onjuiste datum, te weten 26 april 2006, en dat deze in de aangevallen uitspraak ten onrechte is aangemerkt als datum waarop dat besluit is genomen. Nu het gaat om een kennelijke verschrijving, waardoor appellanten niet zijn benadeeld, bestaat hierin geen grond voor vernietiging van de aangevallen uitspraak.  

2.2.    Ter zitting hebben appellanten verklaard dat de Afdeling voorbij kan gaan aan hun betoog dat de rechtbank het ingediende verweerschrift ten onrechte heeft aanvaard en de vertegenwoordigers van de raad ten onrechte de gelegenheid heeft gegeven om na de zitting, waar zij het woord hadden gevoerd, de daartoe benodigde machtigingen over te leggen. De Afdeling beschouwt deze procedurele gronden daarom als te zijn ingetrokken.

2.3.    Ingevolge artikel 1:3, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) wordt onder besluit verstaan een schriftelijke beslissing van een bestuursorgaan, inhoudende een publiekrechtelijke rechtshandeling.

   Ingevolge het vierde lid wordt onder beleidsregel verstaan een bij besluit vastgestelde algemene regel, niet zijnde een algemeen verbindend voorschrift, omtrent de afweging van belangen, de vaststelling van feiten of de uitleg van wettelijke voorschriften bij het gebruik van een bevoegdheid van een bestuursorgaan.

2.3.1.    Ingevolge artikel 8 van de Planwet verkeer en vervoer (hierna: de Planwet) dragen de gemeenteraad onderscheidenlijk het college van burgemeester en wethouders zorg voor het - zichtbaar - voeren van een samenhangend en uitvoeringsgericht verkeers- en vervoersbeleid, dat richting geeft aan de door de raad en het college te nemen beslissingen inzake verkeer en vervoer. De gemeenteraad onderscheidenlijk het college van burgemeester en wethouders neemt hierbij essentiële onderdelen van het nationale verkeers- en vervoerplan en van het provinciale verkeers- en vervoerplan in acht en houdt rekening met het beleid van naburige gemeenten.

2.4.    De rechtbank heeft overwogen dat het geactualiseerde GVVP aangemerkt dient te worden als beleidsregel in de zin van artikel 1:3, vierde lid, van de Awb en dat het als zodanig geen rechten of verplichtingen schept en derhalve niet is gericht op enig rechtsgevolg. Ten aanzien van het door de raad vastgestelde kader voor de verkeerscirculatie van het Louis Davidscarré heeft de rechtbank overwogen dat dit besluit niet in werking is getreden, omdat het niet is gepubliceerd.

Ten aanzien van het geactualiseerde GVVP

2.5.    In geding zijn de in het GVVP opgenomen passages die betrekking hebben op de busbaan op de Prinsesseweg, vanaf de kruising met de Koninginneweg tot aan de kruising met de Haarlemmerstraat/Kostverlorenstraat. Deze passages gaan, kort weergegeven, over het openstellen van de busbaan voor alle verkeer in twee richtingen, de aanwijzing van de weg als secundaire fietsroute en het aanmerken van de weg als een zogeheten erftoegangsweg-plus.

2.5.1.    De bedoelde passages in het geactualiseerde GVVP bevatten geen algemene regels in de zin van artikel 1:3, vierde lid, van de Awb, maar voornemens van de raad om de functie en de inrichting van de busbaan te wijzigen. Voor het uitvoeren van die voornemens is nadere besluitvorming nodig, waarbij het GVVP richtinggevend is als bedoeld in artikel 8 van de Planwet. Er bestaat geen verplichting om deze voornemens bij vervolgbeslissingen in acht te nemen. De in geding zijnde voornemens zijn gelet hierop niet zelfstandig op rechtsgevolg gericht. Van besluiten is derhalve geen sprake.

2.5.2.    Uit het vorenstaande volgt dat de rechtbank terecht, zij het op onjuiste gronden, heeft geoordeeld dat het door appellanten gemaakte bezwaar tegen het geactualiseerde GVVP niet-ontvankelijk is. Anders dan appellanten betogen, heeft de rechtbank derhalve terecht de tegen het GVVP aangevoerde gronden onbesproken gelaten.

Ten aanzien van het kader voor de verkeerscirculatie van het Louis Davidscarré

2.6.    De raad heeft, met verwijzing naar artikel 147 van de Gemeentewet, een kader voor de verkeerscirculatie van het Louis Davidscarré (LDC) vastgesteld. Daarbij is vermeld dat de busbaan niet wordt betrokken bij de ontsluiting van het LDC, anders dan voor langzaam verkeer en openbaar vervoer in beide richtingen.

2.6.1.    Aan appellanten kan worden toegegeven dat de raadsbeslissing wat de vormgeving betreft de trekken van een besluit heeft. Uit de tekst blijkt echter dat het vastgestelde kader niet meer inhoudt dan een voornemen om bepaalde verkeersbesluiten te nemen in het belang van een goede  verkeerscirculatie op het LDC. Dit voornemen is niet zelfstandig op rechtsgevolg gericht. Anders dan de rechtbank heeft geoordeeld, is het vastgestelde kader derhalve geen besluit in de zin van artikel 1:3, eerste lid, van de Awb.

2.6.2.    Hieruit volgt dat de rechtbank het bezwaar van appellanten tegen het vastgestelde kader terecht, zij het op onjuiste gronden, niet ontvankelijk heeft verklaard.

2.7.    Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd met verbetering van de gronden waarop deze rust.

2.8.    Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.  

3.    Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. M. Vlasblom, Lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. Y.C. Visser, ambtenaar van Staat.

w.g. Vlasblom     w.g. Visser

Lid van de enkelvoudige kamer    ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 25 juli 2007

148