Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2007:BA9158

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
27-06-2007
Datum publicatie
24-07-2007
Zaaknummer
200703780/1
Rechtsgebieden
Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Ontvankelijkheid doorbreking appèlverbod / termijn indienen faxbericht / artikel 6:9 lid 2 Awb

De wet voorziet niet in de mogelijkheid tot het instellen van hoger beroep tegen een uitspraak van de rechtbank over de voortduring van een vrijheidsontnemende maatregel en daarmee evenmin in een termijn hiervoor. In aansluiting bij artikel 6:12, eerste en derde lid, van de Awb, dient een hoger-beroepschrift echter niet onredelijk laat te worden ingediend. Voor de beantwoording van de vraag of het hoger-beroepschrift niet onredelijk laat is ingediend, dient aansluiting te worden gezocht bij artikel 69, derde lid, van de Vw 2000.

Het hoger beroepschrift is meer dan een week na de bekendmaking van de aangevallen uitspraak per faxbericht ingediend. Niet is gebleken dat het hoger beroepschrift voor het einde van de termijn tevens ter post is bezorgd.

Nu ter zake geen bijzondere omstandigheden zijn gesteld of gebleken, is de indiening per faxbericht onredelijk laat geschied.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AB 2007, 341 met annotatie van I. Sewandono
ABkort 2007/345
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

200703780/1.

Datum uitspraak: 27 juni 2007

RAAD VAN STATE

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:

[appellant],

appellant,

tegen de uitspraak in zaak no. AWB 07/19007 van de rechtbank 's Gravenhage, nevenzittingsplaats Zwolle, van 23 mei 2007 in het geding tussen:

appellant

en

de Staatssecretaris van Justitie.

1. Procesverloop

Bij besluit van 13 oktober 2006 is appellant in vreemdelingenbewaring gesteld.

Bij uitspraak van 23 mei 2007, verzonden op dezelfde dag, heeft de rechtbank ’s Gravenhage, nevenzittingsplaats Zwolle, naar aanleiding van het door appellant tegen de voortduring daarvan ingestelde beroep, de hem toegekende schadevergoeding tot nihil gematigd.

Tegen deze uitspraak heeft appellant per faxbericht, bij de Raad van State binnengekomen op 31 mei 2007, hoger beroep ingesteld. Tevens heeft hij daarbij de Afdeling verzocht hem schadevergoeding toe te kennen.

Appellant is in de gelegenheid gesteld zich nader uit te laten.

Vervolgens is het onderzoek gesloten.

2. Overwegingen

2.1. Ingevolge artikel 6:8, eerste lid, gelezen in samenhang met artikel 6:24 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb), vangt de termijn voor het indienen van een hoger beroepschrift aan met ingang van de dag na die, waarop de aangevallen uitspraak op de voorgeschreven wijze bekend is gemaakt.

Ingevolge artikel 6:12, eerste en derde lid, van de Awb, voor zover thans van belang, wordt een bezwaar of beroep dat niet aan een termijn is gebonden niet-ontvankelijk verklaard indien het bezwaar- of beroepschrift onredelijk laat is ingediend.

Ingevolge artikel 69, derde lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (hierna: Vw 2000), voor zover thans van belang, bedraagt de termijn voor het instellen van hoger beroep een week.

Ingevolge artikel 6:9, tweede lid, gelezen in samenhang met artikel 6:24 van de Awb is een hoger-beroepschrift tijdig ingediend, indien het voor het einde van de termijn ter post is bezorgd, mits het niet later dan één week na afloop van de termijn is ontvangen.

2.2. De wet voorziet niet in de mogelijkheid tot het instellen van hoger beroep tegen een uitspraak van de rechtbank over de voortduring van een vrijheidsontnemende maatregel en daarmee evenmin in een termijn hiervoor. In aansluiting bij artikel 6:12, eerste en derde lid, van de Awb, dient een hoger-beroepschrift echter niet onredelijk laat te worden ingediend. Voor de beantwoording van de vraag of het hoger-beroepschrift niet onredelijk laat is ingediend, dient aansluiting te worden gezocht bij artikel 69, derde lid, van de Vw 2000.

2.3. Het hoger beroepschrift is meer dan een week na de bekendmaking van de aangevallen uitspraak per faxbericht ingediend. Niet is gebleken dat het hoger beroepschrift voor het einde van de termijn tevens ter post is bezorgd.

Nu ter zake geen bijzondere omstandigheden zijn gesteld of gebleken, is de indiening per faxbericht onredelijk laat geschied.

2.4. Het hoger beroep is kennelijk niet ontvankelijk.

2.5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

verklaart het hoger beroep niet ontvankelijk.

Aldus vastgesteld door mr. H.G. Lubberdink, Lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. E.J.J.M. van Tielraden, ambtenaar van Staat.

w.g. Lubberdink

Lid van de enkelvoudige kamer

w.g. Van Tielraden

ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 27 juni 2007

156-562.

Verzonden:

Voor eensluidend afschrift,

de Secretaris van de Raad van State,

voor deze,

mr. H.H.C. Visser,

directeur Bestuursrechtspraak