Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2007:BA8698

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
28-06-2007
Datum publicatie
04-07-2007
Zaaknummer
200702530/2
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 27 juni 2006 heeft de gemeenteraad van Oirschot het bestemmingsplan "Stadsvernieuwingsplan Kloosterstraat/Koestraat" vastgesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

200702530/2.

Datum uitspraak: 28 juni 2007

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen:

[verzoeker], wonend te [woonplaats],

en

het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant,

verweerder.

1.    Procesverloop

Bij besluit van 27 juni 2006 heeft de gemeenteraad van Oirschot het bestemmingsplan "Stadsvernieuwingsplan Kloosterstraat/Koestraat" vastgesteld.

Bij besluit van 13 februari 2007, nummer 1212839, heeft verweerder beslist over de goedkeuring van dit plan.

Tegen dit besluit heeft verzoeker bij faxbericht van 10 april 2007, bij de Raad van State ingekomen op 10 april 2007, beroep ingesteld.

Bij faxbericht van 10 april 2007, bij de Raad van State ingekomen op 10 april 2007, heeft verzoeker de Voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De Voorzitter heeft de zaak ter zitting behandeld op 19 juni 2007, waar verzoeker, in persoon en bijgestaan door mr. D. Pool, is verschenen. Voorts is als partij gehoord de gemeenteraad van Oirschot, vertegenwoordigd door M.F.G. Groenestein en S.A.A.M. van Kollenburg, ambtenaren van de gemeente. Verweerder is, met voorafgaande kennisgeving, niet verschenen.

2.    Overwegingen

2.1.    Het oordeel van de Voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.

2.2.    Het plan maakt woningbouw mogelijk op de bedrijfslocatie van een bouwmaterialenbedrijf in de kern Oirschot. Bij het bestreden besluit heeft verweerder het plan goedgekeurd. Verzoeker bestrijdt de goedkeuring van het plan voor zover het voorziet in de bouw van twee woningen en een poort ten zuidwesten van zijn perceel.

2.3.    Verzoeker exploiteert een fotobedrijf aan de [locatie] ten oosten van het plangebied. Hij voert aan dat zijn bedrijfsvoering zal worden belemmerd door de bouw van de twee woningen, omdat daardoor de zuidelijke looppoort in zijn fototuin niet meer gebruikt kan worden voor de afvoer van chemicaliën. Ook wordt de tuin ontoegankelijk voor personeel en rolstoelgebruikers. Verzoeker wijst erop dat de looppoort in de jaren negentig met medewerking van de gemeente tot stand is gekomen.

2.4.    Verweerder heeft zich op het standpunt gesteld dat aan de westelijke zijde van de tuin een nieuwe looppoort kan worden aangebracht en dat de afvoer van chemicaliën mogelijk blijft.

2.5.    De Voorzitter overweegt dat met de in het plan voorziene woningbouw de uitplaatsing van een bouwmaterialenbedrijf uit het centrum van de kern Oirschot mogelijk gemaakt. Gelet hierop en in aanmerking genomen dat de gemeenteraad zich ter zitting bereid heeft verklaard met verzoeker te zoeken naar een oplossing waardoor de gevolgen van het plan voor verzoeker minder belastend zullen zijn, is de Voorzitter voorshands van oordeel dat verweerder bij de afweging van belangen in redelijkheid een groter gewicht heeft kunnen toekennen aan het maatschappelijke belang dat is gediend door de woningbouw dan het belang van verzoeker bij ongewijzigde voortzetting van de bestaande situatie. Hij verwacht derhalve niet dat de Afdeling in de bodemprocedure tot het oordeel zal komen dat verweerder zich niet in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat het plan in zoverre in strijd is met een goede ruimtelijke ordening.

2.6.    Gelet op het vorenstaande ziet de Voorzitter geen aanleiding om een voorlopige voorziening te treffen. Het verzoek daartoe dient te worden afgewezen.

2.7.    Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3.    Beslissing

De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. A. Kosto, als Voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. H.A. Bultema, ambtenaar van Staat.

w.g. Kosto       w.g. Bultema

Voorzitter         ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 28 juni 2007

400