Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2007:BA8688

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
27-06-2007
Datum publicatie
04-07-2007
Zaaknummer
200606503/3
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Bij uitspraak van 4 december 2006, in zaak no. 200606503/2, heeft de Voorzitter bij wijze van voorlopige voorziening het besluit van het college van gedeputeerde staten van Fryslân (hierna: het college) van 18 juli 2006, kenmerk 643642, geschorst voor zover het betreft het plandeel met de bestemming "Wooncentrum (WC)", zoals aangeduid op de bij die uitspraak behorende kaart. De uitspraak is aangehecht.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

200606503/3.

Datum uitspraak: 27 juni 2007

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek van:

de gemeenteraad van het Bildt,

verzoeker opheffing schorsing

om opheffing (artikel 8:87 van de Algemene wet bestuursrecht) van de bij uitspraak van 4 december 2006, in zaak no. 200606503/2, getroffen voorlopige voorziening in het geding tussen:

[verzoeker], wonend te [woonplaats], en anderen,

en

het college van gedeputeerde staten van Fryslân.

1.    Procesverloop

Bij uitspraak van 4 december 2006, in zaak no. 200606503/2, heeft de Voorzitter bij wijze van voorlopige voorziening het besluit van het college van gedeputeerde staten van Fryslân (hierna: het college) van 18 juli 2006, kenmerk 643642, geschorst voor zover het betreft het plandeel met de bestemming "Wooncentrum (WC)", zoals aangeduid op de bij die uitspraak behorende kaart. De uitspraak is aangehecht.

Bij brief van 13 juni 2007, bij de Raad van State ingekomen op dezelfde dag, heeft verzoeker de Voorzitter verzocht deze voorlopige voorziening op te heffen.

De Voorzitter heeft de zaak ter zitting behandeld op 18 juni 2007, waar verzoeker, vertegenwoordigd door mr. drs. P. Woudstra, werkzaam bij Buro Vijn, het college, vertegenwoordigd door A.P. Hoekstra, ambtenaar van de provincie, [verzoeker] en anderen, in de persoon van [verzoekers], bijgestaan door mr. E. Wiarda, en de Stichting Zorggroep Noorderbreedte en de Stichting Wonen Noordwest Friesland, vertegenwoordigd door mr. I. van der Meer, advocaat te Leeuwarden, en [directeur] van de Stichting Zorggroep Noorderbreedte, zijn verschenen.

2.    Overwegingen

2.1.    Het oordeel van de Voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.

2.2.    Bij besluit van 18 juli 2006 heeft het college het bij besluit van 22 december 2005 door de gemeenteraad vastgestelde bestemmingsplan "St. Annaparochie", goedgekeurd. Hierbij heeft het college onder meer goedkeuring verleend aan het plandeel met de bestemming "Wooncentrum (WC)", voor zover dat ziet op de uitbreiding van het woonzorgcomplex gelegen tegenover onder meer de supermarkt van [verzoeker] en anderen.

   Bij uitspraak van 4 december 2006 is dit besluit in zoverre geschorst in verband met de onduidelijkheid over de toekomstige geluidssituatie ter plaatse en de wijze waarop het college deze in dit geval heeft beoordeeld, alsmede gelet op de onomkeerbare gevolgen die kunnen ontstaan als gevolg van de inwerkingtreding van dat plandeel.

2.3.    De sedert de uitspraak van 4 december 2006 verkregen informatie over de geluidsproblematiek, meer in het bijzonder het rapport van Lichtveld, Buis en Partners van 12 april 2007, heeft de Voorzitter niet kunnen overtuigen dat het college zich in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat het besluit in zoverre aan de te stellen eisen voldoet. Dezerzijds bestaat gerede twijfel of het besluit van 18 juli 2006 van het college met betrekking tot dit plandeel in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening en of het de rechterlijke toets zal kunnen doorstaan. Onder die omstandigheden is er geen grond voor toewijzing van het verzoek.

2.4.    Het verzoek om opheffing van de bij uitspraak van 4 december 2006 getroffen voorlopige voorziening wordt derhalve afgewezen.

2.5.    Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3.    Beslissing

De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. B.J. van Ettekoven, als Voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. L.F. Egmond, ambtenaar van Staat.

w.g. Van Ettekoven          w.g. Egmond

Voorzitter      ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 27 juni 2007

426