Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2007:BA7793

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
06-06-2007
Datum publicatie
21-06-2007
Zaaknummer
200701983/1
Rechtsgebieden
Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Sierra Leone / (her-)besnijdenis

De staatssecretaris heeft betoogd dat voormeld ambtsbericht noch de door de vreemdeling overgelegde publicaties en verklaringen grondslag bieden voor de conclusie dat in Sierra Leone in het algemeen, dan wel ten aanzien van personen behorend tot de Malinkestam in het bijzonder, sprake is van een praktijk waarbij vrouwen die zijn besneden op de wijze waarop de vreemdeling is besneden, het reële risico van herbesnijdenis lopen. Anders dan de rechtbank heeft overwogen, zo vervolgt de staatssecretaris, blijkt uit deze stukken evenmin dat meisjes en vrouwen die, naar plaatselijke gewoonten beoordeeld, niet op een gebruikelijke wijze zijn besneden hun hele leven worden beschouwd als onvolwassene en als sociale outcast. Er is geen grond dit betoog onjuist te achten.

Wetsverwijzingen
Vreemdelingenwet 2000
Vreemdelingenwet 2000 29
Vreemdelingenwet 2000 34
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JV 2007/345
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

200701983/1.

Datum uitspraak: 6 juni 2007

RAAD VAN STATE

AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:

de Staatssecretaris van Justitie,

appellant,

tegen de uitspraak in zaak no. AWB 06/43960 van de rechtbank 's Gravenhage, nevenzittingsplaats Almelo, van 20 februari 2007 in het geding tussen:

[de vreemdeling],

en

de Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie.

1. Procesverloop

Bij besluit van 15 augustus 2006 heeft de Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie een aanvraag van [de vreemdeling] (hierna: de vreemdeling) om haar een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd te verlenen afgewezen. Dit besluit is aangehecht.

Bij uitspraak van 20 februari 2007, verzonden op dezelfde dag, heeft de rechtbank ’s Gravenhage, nevenzittingsplaats Almelo (hierna: de rechtbank), het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep gegrond verklaard, dat besluit vernietigd en de Minister van Justitie opgedragen opnieuw te beslissen op de aanvraag met inachtneming van hetgeen in die uitspraak is overwogen. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft appellant (hierna: de staatssecretaris) bij brief, bij de Raad van State binnengekomen op 20 maart 2007, hoger beroep ingesteld. Deze brief is aangehecht.

Bij brief van 4 april 2007 heeft de vreemdeling een reactie ingediend.

Vervolgens is het onderzoek gesloten.

2. Overwegingen

2.1. In de grieven klaagt de staatssecretaris dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat de vreemdeling voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zij bij terugkeer naar Sierra Leone zich niet zal kunnen onttrekken aan een ingrijpender besnijdenis dan die welke zij reeds in Guinee heeft ondergaan, zodat de minister zich niet in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat de vreemdeling niet in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning asiel op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, van de Vreemdelingenwet 2000.

De staatssecretaris stelt zich op het standpunt dat de vreemdeling niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij na terugkeer een reëel risico loopt opnieuw te worden besneden.

2.1.1. Het Algemeen ambtsbericht van het Ministerie van Buitenlandse Zaken inzake Sierra Leone van juni 2006 luidt, voor zover thans van belang, als volgt:

"Genitale verminking van vrouwen komt in Sierra Leone veelvuldig voor, meestal in de vorm van excisie en wordt door alle lagen van de bevolking en door alle bevolkingsgroepen toegepast. Schattingen van het aantal meisjes die besnijdenis ondergaan variëren, met als hoogste tussen de 85 en 98%. Vrouwenbesnijdenis wordt toegepast vanaf de leeftijd van vijf jaar. Vrouwenbesnijdenis is niet verboden bij wet. Lokale overheden besteden vooralsnog weinig aandacht aan dit probleem. NGO's proberen de bevolking voor te lichten, maar geheime genootschappen, die functioneren in alle etnische groepen met uitzondering van de Krio, dwarsbomen deze campagnes. Vrouwen en meisjes hebben niet of nauwelijks de mogelijkheid om zich, door elders in het land een toevlucht te zoeken, te onttrekken aan besnijdenis. In de stad is er nog een zekere mogelijkheid om door van huis weg te lopen zich te onttrekken aan de controle van de familie en zo te ontkomen aan genitale verminking; op het platteland bestaat deze mogelijkheid niet.

Voor alle bevolkingsgroepen, met uitzondering van de Krio, geldt dat meisjes of vrouwen die niet zijn besneden hun hele leven worden beschouwd als onvolwassene en sociale outcast. Zij kunnen geen hogere positie in de samenleving bekleden."

2.1.2. Gelet op de verklaring van de huisarts van de vreemdeling van 13 oktober 2006 betreffende de wijze waarop de vreemdeling besneden is, moet worden vastgesteld dat deze wijze niet overeenkomt met de vorm die in Sierra Leone veelvuldig voorkomt.

2.1.3. De staatssecretaris heeft betoogd dat voormeld ambtsbericht noch de door de vreemdeling overgelegde publicaties en verklaringen grondslag bieden voor de conclusie dat in Sierra Leone in het algemeen, dan wel ten aanzien van personen behorend tot de Malinkestam in het bijzonder, sprake is van een praktijk waarbij vrouwen die zijn besneden op de wijze waarop de vreemdeling is besneden, het reële risico van herbesnijdenis lopen. Anders dan de rechtbank heeft overwogen, zo vervolgt de staatssecretaris, blijkt uit deze stukken evenmin dat meisjes en vrouwen die, naar plaatselijke gewoonten beoordeeld, niet op een gebruikelijke wijze zijn besneden hun hele leven worden beschouwd als onvolwassene en als sociale outcast.

Er is geen grond dit betoog onjuist te achten.

De grieven slagen reeds hierom.

2.2. Het hoger beroep is kennelijk gegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden vernietigd. Hetgeen overigens in de grieven is aangevoerd behoeft geen bespreking. Doende hetgeen de rechtbank zou behoren te doen, zal de Afdeling, nu de voorgedragen beroepsgronden geen aanleiding geven voor een ander oordeel, het beroep van de vreemdeling tegen het besluit van 15 augustus 2006 van de minister alsnog ongegrond verklaren.

2.3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

I. verklaart het hoger beroep gegrond;

II. vernietigt de uitspraak van de rechtbank 's-Gravenhage, nevenzittingsplaats Almelo, van 20 februari 2007 in zaak no. AWB 06/43960;

III. verklaart het door de vreemdeling bij de rechtbank in die zaak ingestelde beroep ongegrond.

Aldus vastgesteld door mr. H.G. Lubberdink, Voorzitter, en mr. H. Troostwijk en mr. T.M.A. Claessens, Leden, in tegenwoordigheid van mr. E. de Groot, ambtenaar van Staat.

w.g. Lubberdink

Voorzitter w.g. De Groot

ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 6 juni 2007

210

Verzonden:

Voor eensluidend afschrift,

de Secretaris van de Raad van State,

voor deze,

mr. H.H.C. Visser,

directeur Bestuursrechtspraak