Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2007:BA7029

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
31-05-2007
Datum publicatie
14-06-2007
Zaaknummer
200703167/1
Rechtsgebieden
Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Onvolledig ontvangen hoger beroepschrift

De eerste bladzijde van het uitsluitend per faxbericht verzonden hoger-beroepschrift is onvolledig ontvangen. Uit deze bladzijde noch uit de overige bladzijden van het hoger-beroepschrift blijkt dat degene die het heeft ondertekend, bepaaldelijk is gevolmachtigd tot het instellen van hoger beroep. Het hoger beroep is, gelet op voormelde wettelijke bepalingen, dientengevolge kennelijk niet ontvankelijk.

Wetsverwijzingen
Vreemdelingenwet 2000
Vreemdelingenwet 2000 70
Vreemdelingenwet 2000 85
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JV 2007/332
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

200703167/1.

Datum uitspraak: 31 mei 2007

RAAD VAN STATE

AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:

[appellant],

appellant,

tegen de uitspraak in zaak no. AWB 07/13663 van de rechtbank 's Gravenhage, nevenzittingsplaats 's-Hertogenbosch, van 25 april 2007 in het geding tussen:

appellant

en

de Staatssecretaris van Justitie.

1. Procesverloop

Bij besluit van 8 november 2006 is appellant in vreemdelingenbewaring gesteld.

Bij uitspraak van 25 april 2007, verzonden op 27 april 2007, heeft de rechtbank 's-Gravenhage, nevenzittingsplaats 's-Hertogenbosch, het door appellant ingestelde beroep tegen het voortduren van de vrijheidsontneming ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.

Tegen deze uitspraak heeft appellant per faxbericht, bij de Raad van State binnengekomen op 4 mei 2007, hoger beroep ingesteld. Tevens heeft hij daarbij de Afdeling verzocht hem schadevergoeding toe te kennen. Het hoger-beroepschrift is aangehecht.

Vervolgens is het onderzoek gesloten.

2. Overwegingen

2.1. Ingevolge het bepaalde bij artikel 70, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (hierna: de Vw 2000), voor zover thans van belang, wordt in afwijking van de artikelen 2:1 en 8:24 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) het hoger beroep ingesteld door de vreemdeling in persoon, zijn wettelijke vertegenwoordiger, zijn bijzondere gemachtigde of een advocaat, indien deze verklaart daartoe bepaaldelijk te zijn gevolmachtigd.

Ingevolge artikel 85, derde lid, van de Vw 2000, wordt het hoger beroep niet ontvankelijk verklaard, indien niet is voldaan aan enig bij de wet gesteld vereiste voor het in behandeling nemen van het hoger beroep. Artikel 6:6 van de Awb is niet van toepassing.

2.2. Van een gebrek in vorenbedoelde zin is sprake, indien de advocaat die het hoger beroepschrift heeft ondertekend niet de in artikel 70, eerste lid, van de Vw 2000 gebezigde bewoordingen heeft gevolgd en met name niet heeft vermeld dat de volmacht betrekking heeft op het instellen van het hoger beroep. Naar hun aard immers vergen formele ontvankelijkheidsvereisten een uniforme en strikte toepassing, opdat geen afbreuk wordt gedaan aan de gelijkheid wat betreft de toegang tot de appèlrechter.

2.3. De eerste bladzijde van het uitsluitend per faxbericht verzonden hoger-beroepschrift is onvolledig ontvangen. Uit deze bladzijde noch uit de overige bladzijden van het hoger-beroepschrift blijkt dat degene die het heeft ondertekend, bepaaldelijk is gevolmachtigd tot het instellen van hoger beroep.

2.4. Het hoger beroep is, gelet op voormelde wettelijke bepalingen, dientengevolge kennelijk niet ontvankelijk.

2.5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

verklaart het hoger beroep niet ontvankelijk.

Aldus vastgesteld door mr. H.G. Lubberdink, Lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. C.E.C.M. van Roosmalen, ambtenaar van Staat.

w.g. Lubberdink

Lid van de enkelvoudige kamer w.g. Van Roosmalen

ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 31 mei 2007

53-558.

Verzonden:

Voor eensluidend afschrift,

de Secretaris van de Raad van State,

voor deze,

mr. H.H.C. Visser,

directeur Bestuursrechtspraak