Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2007:BA6488

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
06-06-2007
Datum publicatie
06-06-2007
Zaaknummer
200606188/1
Rechtsgebieden
Omgevingsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 11 januari 2005 heeft het college van burgemeester en wethouders van Bergen (NH) (hierna: het college) aan appellant bouwvergunning verleend voor het vergroten van een kiosk op het perceel [locatie] te [plaats] (hierna: het perceel).

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

200606188/1.

Datum uitspraak: 6 juni 2007

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellant], wonend te [woonplaats],

tegen de uitspraak in zaak no. 05/2553 van de rechtbank Alkmaar van 10 juli 2006 in het geding tussen:

appellant

en

het college van burgemeester en wethouders van Bergen (NH).

1.    Procesverloop

Bij besluit van 11 januari 2005 heeft het college van burgemeester en wethouders van Bergen (NH) (hierna: het college) aan appellant bouwvergunning verleend voor het vergroten van een kiosk op het perceel [locatie] te [plaats] (hierna: het perceel).

Bij besluit van 12 september 2005, voor zover thans van belang, heeft het college de door en namens de Dorpsraad Bergen aan Zee, de Stichting Bergen aan Zee, [partij A], [partij B], [partij C] en [partij D] daartegen gemaakte bezwaren gegrond verklaard, het bestreden besluit herroepen en bouwvergunning alsnog geweigerd.

Bij uitspraak van 10 juli 2006, verzonden op 11 juli 2006, heeft de rechtbank Alkmaar (hierna: de rechtbank) het daartegen door appellant ingestelde beroep gegrond verklaard, de bestreden beslissing op bezwaar vernietigd en bepaald dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit geheel in stand blijven. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft appellant bij brief van 21 augustus 2006, bij de Raad van State ingekomen op dezelfde dag, hoger beroep ingesteld. Deze brief is aangehecht.

Bij brief van 20 oktober 2006 heeft de Stichting Bergen aan Zee (hierna: de Stichting) een reactie ingediend.

Bij brief van 24 oktober 2006 heeft het college van antwoord gediend.

Bij brief van 8 november 2006 heeft [partij A] een reactie ingediend.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 25 april 2007, waar het college, vertegenwoordigd door C. Langedijk, ambtenaar van de gemeente, is verschenen. Voorts is verschenen de Stichting, vertegenwoordigd door [voorzitter] en [secretaris]. [partij A] is met bericht van verhindering niet verschenen. Appellant is niet verschenen.

2.    Overwegingen

2.1.    Het bouwplan voorziet in een uitbreiding van de bestaande kiosk van ongeveer 63 m² met een verkoop- en een bergruimte op de begane grond, waardoor de bebouwde oppervlakte in totaal ongeveer 99 m² wordt. Voorts voorziet het bouwplan in het plaatsen van een verdieping op de kiosk, blijkens de aanvraag bedoeld voor kantoor-, opslag- en personeelsruimte ten behoeve van de kiosk en een praktijkruimte voor een pedicure.

2.2.    Ingevolge het ter plaatse geldende bestemmingsplan "Bergen aan Zee" (hierna: het bestemmingsplan) rust op het perceel de bestemming "Verkeer" met subbestemming "Plein (Vp)".

   Ingevolge artikel 17, eerste lid, aanhef en tweede aandachtsstreepje, van de planvoorschriften, zijn de gronden met de bestemming "Verkeer" bestemd voor verkeersdoeleinden, met dien verstande dat:

- deze gronden, voorzover terzake op de kaart de subbestemming Vp is vermeld, nader zijn bestemd voor verhard plein met sierverhardingen, terrassen en parkeerplaatsen;

en in verband daarmede voor de bouw c.q. aanleg en dienovereenkomstig gebruik van gebouwen, andere bouwwerken en andere werken ten dienste van de bestemming voorzover in de navolgende leden van dit artikel niet uitgesloten of beperkt.

   Ingevolge artikel 17, tweede lid, aanhef en onder b, mogen op de gronden met de subbestemming Vp uitsluitend worden gebouwd:

(..)

- kiosken (waaronder mede VVV-kantoor) met een goothoogte van niet meer dan 3.00 m en tot een gezamenlijke oppervlakte van 100 m²;

(..).

2.3.    Volgens appellant heeft de rechtbank miskend dat de vergroting van de kiosk in overeenstemming is met het bestemmingsplan. Daartoe voert hij aan dat het bouwplan past binnen de in artikel 17, tweede lid, aanhef en onder b, van de planvoorschriften, toegestane gezamenlijke oppervlakte voor kiosken en dat de Stichting Welstandszorg Noord-Holland (hierna: de welstandscommissie) een positief advies heeft gegeven over het bouwplan.

2.3.1.    Dit betoog faalt. De rechtbank heeft terecht het college gevolgd in diens standpunt dat het bouwplan niet voorziet in de bouw van een kiosk en aldus niet in overeenstemming met het bestemmingsplan kan worden geacht. Nu het begrip kiosk in het bestemmingsplan niet is omschreven, heeft de rechtbank in navolging van het college aansluiting kunnen zoeken bij de omschrijving die daaraan volgens "Van Dale Groot woordenboek van de Nederlandse taal" in het algemeen spraakgebruik wordt gegeven. Kiosk is in de veertiende editie, 2005, van dit woordenboek omschreven als "paviljoenachtig (houten) gebouwtje, op pleinen en in brede straten van grote steden, ook op stations, waar kranten sigaren, bloemen enz. verkocht worden". Gelet op de aard, indeling, omvang en het karakter van het beoogde gebouw heeft de rechtbank terecht en op goede gronden overwogen dat dit niet als kiosk kan worden aangemerkt. Dat met het bouwplan de ingevolge artikel 17, tweede lid, aanhef en onder b, van de planvoorschriften voor de bouw van kiosken toegestane gezamenlijke oppervlakte van 100 m² niet wordt overschreden, doet daar niet aan af.

   Anders dan appellant betoogt kan aan de strijdigheid van het bouwplan met het bestemmingsplan niet afdoen dat de welstandscommissie een positief advies over het bouwplan heeft gegeven.

   De rechtbank heeft terecht geen grond gezien voor het oordeel dat het college het bouwplan ten onrechte in strijd met de ter plaatse rustende bestemming "Verkeer" met subbestemming "Plein (Vp)" heeft geacht.

2.4.    Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient, voor zover bestreden, te worden bevestigd.

2.5.    Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3.    Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. W. van den Brink, Voorzitter, en mr. C.W. Mouton en mr. W.D.M. van Diepenbeek, Leden, in tegenwoordigheid van mr. A.J. Soede, ambtenaar van Staat.

w.g. Van den Brink                        w.g. Soede

Voorzitter                                                          ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 6 juni 2007

270-444.