Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2007:BA5999

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
25-05-2007
Datum publicatie
30-05-2007
Zaaknummer
200702792/2
Rechtsgebieden
Omgevingsrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 19 juli 2006 heeft het college van burgemeester en wethouders van Bussum (hierna: het college) aan [vergunninghouder] bouwvergunning eerste fase verleend voor het oprichten van een kantoorgebouw met woonruimte op het perceel [locatie] te [plaats].

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

200702792/2.

Datum uitspraak: 25 mei 2007

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) hangende het hoger beroep van:

[verzoekers], allen wonend te [woonplaats],

tegen de uitspraak in zaak nos. AWB 07/709 EN 06/5440 van de voorzieningenrechter van de rechtbank Amsterdam van 29 maart 2007 in het geding tussen:

verzoekers

en

het college van burgemeester en wethouders van Bussum.

1.    Procesverloop

Bij besluit van 19 juli 2006 heeft het college van burgemeester en wethouders van Bussum (hierna: het college) aan [vergunninghouder] bouwvergunning eerste fase verleend voor het oprichten van een kantoorgebouw met woonruimte op het perceel [locatie] te [plaats].

Bij besluit van 9 oktober 2006, voorzover thans van belang, heeft het college het door verzoekers daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 29 maart 2007, verzonden op 30 maart 2007, heeft de voorzieningenrechter van de rechtbank Amsterdam (hierna: de voorzieningenrechter), voor zover thans van belang, het door verzoekers daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard.

Tegen deze uitspraak hebben verzoekers bij brief van 20 april 2007, bij de Raad van State ingekomen op dezelfde dag, hoger beroep ingesteld. Tevens hebben zij de Voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De Voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 15 mei 2007, waar [gemachtigden], bijgestaan door mr. G.J.A.M. Bogaers, advocaat te Laren, en het college, vertegenwoordigd door mr. G.E. Creijghton-Sluijk, ambtenaar van de gemeente, zijn verschenen. Voorts is daar vergunninghouder, vertegenwoordigd door [gemachtigde], bijgestaan door mr. L. Buiter, advocaat te Hilversum, verschenen.

2.    Overwegingen

2.1.    Genomen besluiten zijn in het algemeen uitvoerbaar, ook als daartegen een rechtsmiddel is aangewend. Dit uitgangspunt geldt temeer, indien, zoals in dit geval, de rechter in eerste aanleg het tegen het besluit ingestelde beroep ongegrond heeft bevonden.

2.2.    Hetgeen verzoekers naar voren hebben gebracht, geeft geen aanleiding om op voorhand aan te nemen dat de aangevallen uitspraak in de bodemprocedure niet in stand zal blijven, althans tenslotte zal blijken dat geen bouwvergunning mocht worden verleend. Daarbij wordt in aanmerking genomen dat, zo in de bodemprocedure al geconcludeerd zou worden dat de vrijstelling niet op juiste grondslag is verleend, valt aan te nemen dat de afwijkingen van het ter plaatse geldende bestemmingsplan "Prins Hendrikkwartier" zullen worden gelegaliseerd door het verlenen van vrijstelling op een andere grondslag en dat naar voorlopig oordeel mag. Voorts leidt de uitvoering van het bouwplan, anders dan verzoekers stellen, niet tot onomkeerbare gevolgen. Wanneer vergunninghouder gebruik maakt van de verleende maar nog niet in rechte onaantastbare vergunning, doet hij dat op eigen risico. Indien toch zou blijken dat geen bouwvergunning mocht en mag worden verleend, moeten de krachtens de verleende vergunning verrichte bouwwerkzaamheden in beginsel ongedaan worden gemaakt.

2.3.    Onder die omstandigheden en gelet op de betrokken belangen dient het verzoek te worden afgewezen.

2.4.    Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3.    Beslissing

De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. R.W.L. Loeb, als Voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. J.H. Roelfsema, ambtenaar van Staat.

w.g. Loeb                           w.g. Roelfsema

Voorzitter                         ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 25 mei 2007

444