Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2007:BA4702

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
04-05-2007
Datum publicatie
09-05-2007
Zaaknummer
200702284/2
Rechtsgebieden
Omgevingsrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 8 november 2005 heeft het college van burgemeester en wethouders van Sint-Michielsgestel (hierna: het college) aan de gemeente Sint-Michielsgestel een vrijstelling en bouwvergunning verleend voor de nieuwbouw van het gemeentehuis op het terrein van Viataal in de Zuidoosthoek nabij de Theerestraat en de Dommel te Sint-Michielsgestel.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

200702284/2.

Datum uitspraak: 4 mei 2007

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) hangende het hoger beroep van:

de vereniging voor Natuurbehoud en Milieubeheer in Midden- en Noord-Oost Brabant "het groene hart", gevestigd te Den Dungen, en de vereniging "Burger Belang Gestel", gevestigd te Sint-Michielsgestel,

verzoekers,

tegen de uitspraak in de zaken nos. Awb 06/1261 en 06/1614 van de rechtbank 's-Hertogenbosch van 15 maart 2007 in het geding tussen:

verzoekers

en

het college van burgemeester en wethouders van Sint-Michielsgestel.

1.    Procesverloop

Bij besluit van 8 november 2005 heeft het college van burgemeester en wethouders van Sint-Michielsgestel (hierna: het college) aan de gemeente Sint-Michielsgestel een vrijstelling en bouwvergunning verleend voor de nieuwbouw van het gemeentehuis op het terrein van Viataal in de Zuidoosthoek nabij de Theerestraat en de Dommel te Sint-Michielsgestel.

Bij afzonderlijke besluiten van 3 maart 2006 heeft het college de door verzoekers daartegen gemaakte bezwaren ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 15 maart 2007, verzonden op 19 maart 2007, heeft de rechtbank 's-Hertogenbosch (hierna: de rechtbank) de door verzoekers daartegen ingestelde beroepen ongegrond verklaard.

Tegen deze uitspraak hebben verzoekers bij brief van 29 maart 2007, bij de Raad van State ingekomen op 30 maart 2007, hoger beroep ingesteld. De gronden zijn aangevuld bij brief van 20 april 2007. Bij brief van 29 maart 2007, bij de Raad van State ingekomen op 30 maart 2007, hebben verzoekers de Voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De Voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 25 april 2007, waar verzoekers, vertegenwoordigd door [voorzitter] van de vereniging voor Natuurbehoud en Milieubeheer in Midden- en Noord-Oost Brabant "het groene hart", en mr. Y.A. Breunesse, en het college, vertegenwoordigd door mr. J.C.M. Pommer, burgemeester van de gemeente, en W.P.M. van den Heuvel en ing. R.G.M. Louwes, ambtenaren van de gemeente, zijn verschenen.

2.    Overwegingen

2.1.    Het oordeel van de Voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.

2.2.    De vraag of de aan de verleende vrijstelling ten grondslag gelegde ruimtelijke onderbouwing de rechterlijke toets kan doorstaan, leent zich niet voor beantwoording in deze procedure. Dat dient te geschieden in de bodemprocedure. Hetgeen verzoekers hebben aangevoerd, geeft op voorhand echter geen aanleiding voor het oordeel dat de aangevallen uitspraak in de bodemprocedure niet in stand zal blijven, althans dat uiteindelijk zal blijken dat de vrijstelling en bouwvergunning niet mochten worden verleend. Daarbij wordt in aanmerking genomen dat de rechtbank, naar voorlopig oordeel, niet ten onrechte de bouwmogelijkheden die het vigerende bestemmingsplan biedt, heeft betrokken bij de beoordeling van de ruimtelijke onderbouwing en terecht heeft geoordeeld dat de strijdigheid van het bouwplan met dat bestemmingsplan gering is.

   Ter zitting is gebleken dat de ruwbouw (nagenoeg) is voltooid. In dit stadium van de bouw bestaat geen grond voor het oordeel dat archeologische waarden en natuurwaarden bij voortzetting van de bouwactiviteiten aangetast zullen worden. Gelet hierop, bestaat geen aanleiding voor het treffen van een voorlopige voorziening.

2.3.    Het verzoek dient te worden afgewezen.

2.4.    Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3.    Beslissing

De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. J.E.M. Polak, als Voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. J.A.A. van Roessel, ambtenaar van Staat.

w.g. Polak w.g. Van Roessel

Voorzitter     ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 4 mei 2007

457