Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2007:BA4701

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
04-05-2007
Datum publicatie
09-05-2007
Zaaknummer
200700788/2
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 26 juni 2006 heeft het college van burgemeester en wethouders van De Ronde Venen (hierna: het college) verzoeker onder oplegging van een dwangsom gelast vóór 1 oktober 2006 de deur grenzend aan de dakkapel op het perceel [locatie] te verwijderen en verwijderd te houden en de dakkapel terug te brengen tot de toegestane afmetingen, dan wel de dakkapel in de oude staat terug te brengen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

200700788/2.

Datum uitspraak: 4 mei 2007

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) hangende het hoger beroep van:

[verzoeker], wonend te [woonplaats]

tegen de uitspraak in zaak nos. SBR 06/3714 en 06/3715 van de voorzieningenrechter van de rechtbank Utrecht van 4 december 2006 in het geding tussen:

verzoeker

en

het college van burgemeester en wethouders van De Ronde Venen.

1.    Procesverloop

Bij besluit van 26 juni 2006 heeft het college van burgemeester en wethouders van De Ronde Venen (hierna: het college) verzoeker onder oplegging van een dwangsom gelast vóór 1 oktober 2006 de deur grenzend aan de dakkapel op het perceel [locatie] te verwijderen en verwijderd te houden en de dakkapel terug te brengen tot de toegestane afmetingen, dan wel de dakkapel in de oude staat terug te brengen.

Bij besluit van 20 september 2006 heeft het college het door verzoeker daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard en het besluit van 26 juni 2006 gehandhaafd, onder aanpassing van de begunstigingstermijn.

Bij uitspraak van 4 december 2006, verzonden op 20 december 2006, heeft de voorzieningenrechter van de rechtbank Utrecht, voor zover thans van belang, het door verzoeker daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard.

Tegen deze uitspraak heeft verzoeker bij brief van 18 januari 2007, bij de Raad van State ingekomen op 26 januari 2007, hoger beroep ingesteld. Bij brief van 19 maart 2007, bij de Raad van State ingekomen op 20 maart 2007, heeft verzoeker de Voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De Voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 25 april 2007, waar verzoeker is verschenen. Het college is, met bericht op 24 april 2007, niet verschenen.

2.    Overwegingen

2.1.    De Voorzitter overweegt dat de behandeling van de bodemprocedure naar verwachting later dit jaar zal plaatsvinden. Verzoeker betoogt onder meer vanwege zijn gezondheidssituatie groot belang te hebben bij continuering van de huidige situatie. Gelet op het feit, dat niet in geschil is, dat de verrichte bouwwerkzaamheden, waarop de last betrekking heeft, reeds in 2002 zijn verricht en dat het college blijkens de stukken heeft aangegeven dat handhaving van de regelgeving betreffende bouwwerken als hier aan de orde een lage prioriteit heeft is uitvoering van de last naar het oordeel van de Voorzitter niet zodanig spoedeisend dat de uitspraak in de bodemprocedure niet kan worden afgewacht. Gelet hierop, en in aanmerking nemend dat niet is gebleken van belangen van derden die zich daartegen verzetten, bestaat aanleiding voor het treffen van de na te melden voorlopige voorziening.

2.2.    Het college dient op na te melden wijze in de proceskosten te worden veroordeeld.

3.    Beslissing

De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I.    schorst bij wijze van voorlopige voorziening het besluit van het college van burgemeester en wethouders van De Ronde Venen van 20 september 2006, kenmerk BWT_PB_13003, en het besluit van het college van burgemeester en wethouders van De Ronde Venen van 26 juni 2006, kenmerk BWT_PB_07638, totdat de Afdeling in het bodemgeschil uitspraak heeft gedaan;

II.    veroordeelt het college van burgemeester en wethouders van De Ronde Venen tot vergoeding van bij verzoeker in verband met de behandeling van het verzoek opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 77,61 (zegge: zevenenzeventig euro en eenenzestig cent); het dient door de gemeente De Ronde Venen aan verzoeker onder vermelding van het zaaknummer te worden betaald;

III.    gelast dat de gemeente De Ronde Venen aan verzoeker het door hem voor de behandeling van het verzoek betaalde griffierecht ten bedrage van € 214,00 (zegge: tweehonderdveertien euro) vergoedt.

Aldus vastgesteld door mr. J.E.M. Polak, als Voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. J.A.A. van Roessel, ambtenaar van Staat.

w.g. Polak w.g. Van Roessel

Voorzitter     ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 4 mei 2007

457