Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2007:BA3773

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
25-04-2007
Datum publicatie
25-04-2007
Zaaknummer
200605425/1
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 23 juni 2006 heeft verweerder aan [vergunninghouder] een vergunning als bedoeld in artikel 8.1 van de Wet milieubeheer verleend voor het oprichten en in werking hebben van een inrichting in [plaats], bestaande uit een detailhandel in groente en fruit op [locatie 1] en een vuurwerkopslag en -verkoopruimte aan de [locatie 2]. Dit besluit is op 29 juni 2006 ter inzage gelegd.

Wetsverwijzingen
Wet milieubeheer
Wet milieubeheer 20.1
Algemene wet bestuursrecht
Algemene wet bestuursrecht 1:2
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOM 2007/403

Uitspraak

200605425/1

Datum uitspraak: 25 april 2007

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

[appellant], wonend te [woonplaats],

en

het college van burgemeester en wethouders van Zaanstad,

verweerder.

1.    Procesverloop

Bij besluit van 23 juni 2006 heeft verweerder aan [vergunninghouder] een vergunning als bedoeld in artikel 8.1 van de Wet milieubeheer verleend voor het oprichten en in werking hebben van een inrichting in [plaats], bestaande uit een detailhandel in groente en fruit op [locatie 1] en een vuurwerkopslag en -verkoopruimte aan de [locatie 2]. Dit besluit is op 29 juni 2006 ter inzage gelegd.

Tegen dit besluit heeft appellant bij brief van 23 juli 2006, bij de Raad van State ingekomen op 25 juli 2006, beroep ingesteld.

Bij brief van 6 oktober 2006 heeft verweerder een verweerschrift ingediend.

De Stichting Advisering Bestuursrechtspraak voor Milieu en Ruimtelijke Ordening heeft een deskundigenbericht uitgebracht, gedateerd 17 januari 2007. Partijen zijn in de gelegenheid gesteld daarop te reageren.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 21 maart 2007, waar appellant in persoon en verweerder, vertegenwoordigd door mr. C. Niessen-Kruiswijk en P. Laan, ambtenaren van de gemeente, zijn verschenen.

Voorts is als partij gehoord [vergunninghouder].

2.    Overwegingen

2.1.    Ingevolge artikel 20.1, eerste lid, van de Wet milieubeheer kan, voor zover hier van belang, een belanghebbende tegen een besluit op grond van deze wet beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

   Ingevolge artikel 1:2, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) wordt onder belanghebbende verstaan: degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken.

2.2.    Wanneer krachtens de Wet milieubeheer vergunning wordt verleend, zijn naast de aanvrager onder meer de eigenaren en bewoners van percelen waarop milieugevolgen van deze inrichting kunnen worden ondervonden, belanghebbenden.

   De vuurwerkopslag en -verkoopruimte van de inrichting bevinden zich op een afstand van ongeveer 20 meter van de detailhandel in groente en fruit. De aanvraag heeft betrekking op de opslag van maximaal 6000 kilogram consumentenvuurwerk, welke hoeveelheid in voorschrift 6.1.1 van de vergunning is vastgelegd. Blijkens de stukken en het verhandelde ter zitting is de afstand van de woning van appellant tot de inrichting ongeveer 380 meter. Mede in aanmerking genomen het deskundigenbericht is de Afdeling van oordeel dat ter plaatse van de woning van appellant geen milieugevolgen van de inrichting kunnen worden ondervonden.

   Het belang dat appellant bij het bestreden besluit meent te hebben in verband met het feit dat hij parkeert op het naast de inrichting gelegen parkeerterrein voor het doen van boodschappen, kan niet worden beschouwd als een persoonlijk rechtstreeks bij het besluit betrokken belang dat hem zodanig onderscheidt van anderen, dat hij op grond hiervan als belanghebbende bij dit besluit is aan te merken.

   Gezien het vorenstaande is appellant naar het oordeel van de Afdeling geen belanghebbende in de zin van artikel 1:2, eerste lid, van de Awb, zodat voor hem tegen het bestreden besluit geen beroep openstond op grond van artikel 20.1, eerste lid, van de Wet milieubeheer.

2.3.    Het beroep is niet-ontvankelijk.

2.4.    Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3.    Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Aldus vastgesteld door mr. Ch.W. Mouton, Lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. P.A. Melse, ambtenaar van Staat.

w.g. Mouton                  w.g. Melse

Lid van de enkelvoudige kamer    ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 25 april 2007

191-495