Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2007:BA3737

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
25-04-2007
Datum publicatie
25-04-2007
Zaaknummer
200605681/1
Rechtsgebieden
Omgevingsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 6 januari 2005 heeft het college van burgemeester en wethouders van Veere (hierna: het college ) [vergunninghouders] bouwvergunning verleend voor het veranderen van een zomerhuis op het perceel, plaatselijk bekend, [locatie] te [plaats], gemeente Veere (hierna: het perceel).

Wetsverwijzingen
Algemene wet bestuursrecht
Algemene wet bestuursrecht 3:41
Algemene wet bestuursrecht 6:7
Algemene wet bestuursrecht 6:8
Algemene wet bestuursrecht 6:11
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOM 2008/832

Uitspraak

200605681/1.

Datum uitspraak: 25 april 2007

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellante], wonend te [woonplaats],

tegen de uitspraak in zaak no. AWB 05/389 van de rechtbank Middelburg van 23 juni 2006 in het geding tussen:

appellante

en

het college van burgemeester en wethouders van Veere.

1.    Procesverloop

Bij besluit van 6 januari 2005 heeft het college van burgemeester en wethouders van Veere (hierna: het college ) [vergunninghouders] bouwvergunning verleend voor het veranderen van een zomerhuis op het perceel, plaatselijk bekend, [locatie] te [plaats], gemeente Veere (hierna: het perceel).

Bij besluit van 14 juni 2005 heeft het college het daartegen door appellante gemaakte bezwaar niet-ontvankelijk verklaard.

Bij uitspraak van 23 juni 2006, verzonden op 23 juni 2006, heeft de rechtbank Middelburg (hierna: de rechtbank) het daartegen door appellante ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft appellante bij brief van 31 juli 2006, bij de Raad van State ingekomen op 2 augustus 2006, hoger beroep ingesteld. Deze brief is aangehecht.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 16 maart 2007, waar appellante in persoon, en het college, vertegenwoordigd door mr. M.J. Spierdijk, ambtenaar van de gemeente, zijn verschenen.

2.    Overwegingen

2.1.    Appellante betoogt dat de rechtbank heeft miskend dat het college haar bezwaren ten onrechte niet-ontvankelijk heeft verklaard omdat zij haar bezwaarschrift niet binnen de daartoe gestelde termijn heeft ingediend. Hiertoe voert appellante aan dat zij nooit een afschrift van het besluit van 6 januari 2005 heeft ontvangen en dan ook niet op de hoogte kon zijn van de aanvang van de termijn voor het indienen van een bezwaarschrift.

2.2.    Ingevolge artikel 6:7 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) bedraagt de termijn voor het indienen van een bezwaar- of beroepschrift 6 weken.

   Ingevolge artikel 6:8, eerste lid, van de Awb vangt de termijn aan met ingang van de dag na die waarop het besluit op de voorgeschreven wijze is bekendgemaakt.

   Ingevolge artikel 6:11 van de Awb blijft ten aanzien van een na afloop van de termijn ingediend bezwaar- of beroepschrift niet-ontvankelijkverklaring op grond daarvan achterwege indien redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest.

   Ingevolge artikel 3:41, eerste lid, van de Awb, geschiedt de bekendmaking van besluiten die tot een of meer belanghebbenden zijn gericht, door toezending of uitreiking aan hen, onder wie begrepen de aanvrager.

2.3.    Het besluit van 6 januari 2005 betreft een op aanvraag genomen en tot de aanvrager gericht besluit. Zulk een besluit dient op grond van artikel 3:41, eerste lid, van de Awb te worden bekend gemaakt door toezending aan de aanvrager, waarbij deze toezending de bekendmaking vormt die ingevolge artikel 6:8, eerste lid, van de Awb bepalend is voor de aanvang van de termijn. Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen in de uitspraak van 18 mei 2005 in zaak no. 200407357/1 (AB 2005, 207) is voor de bekendmaking van dit besluit niet vereist dit aan derden als appellante te verzenden, nu zij niet de aanvrager is van dit besluit en zij evenmin behoort tot de in artikel 3:41, eerste lid, van de Awb bedoelde belanghebbenden. Het besluit is niet tot haar gericht. Dat appellante belanghebbende is in de zin van artikel 1:2, eerste lid, van de Awb, bij het besluit van 6 januari 2005 en daartegen bezwaar kan maken, doet aan het vorenstaande niet af.

2.4.    Het is aannemelijk dat het besluit van 6 januari 2006 gelijktijdig met de begeleidende legesnota diezelfde dag aan vergunninghouders is verzonden, zodat de termijn voor het indienen van een bezwaarschrift, ingevolge het bepaalde in de artikelen 6:7 en 6:8, eerste lid, van de Awb, heeft gelopen tot 17 februari 2005. De rechtbank heeft dan ook terecht geoordeeld dat, nu het bezwaarschrift van appellante op 22 februari 2005 is ingekomen, de termijn is overschreden.

   Voorts is niet gebleken dat in het onderhavige geval omstandigheden aanwezig zijn als bedoel in artikel 6:11 van de Awb, op grond waarvan het niet tijdig indienen van het bezwaarschrift verschoonbaar moet worden geacht. Het betoog dat appellante geen kennis kon nemen van de publicatie van de verlening van de vergunning in het huis-aan-huisblad "De Faam" van 19 januari 2005, aangezien zij dit blad niet ontvangt op haar woonadres, treft in dit verband geen doel. Nu zij op grote afstand van haar zomerhuis woont en zij in de periode dat de publicatie in "De Faam" plaatsvond niet in haar zomerhuis verbleef, had het op haar weg gelegen om maatregelen te treffen dat zij op de hoogte zou blijven van relevante bouwaanvragen. De omstandigheid dat appellante geen kennis heeft genomen van de publicatie in "De Faam" van het besluit van 6 januari 2005 dient derhalve voor haar eigen risico te blijven. De rechtbank heeft dan ook op juiste gronden geoordeeld dat het college de bezwaren van appellante terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard.

2.5.    Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

2.6.    Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3.    Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. P.A. Offers, Lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. P. Lodder, ambtenaar van Staat.

w.g. Offers w.g. Lodder

Lid van de enkelvoudige kamer    ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 25 april 2007

17-503.