Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2007:BA3698

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
25-04-2007
Datum publicatie
25-04-2007
Zaaknummer
200607135/1
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij brief van 10 januari 2005 heeft het college van burgemeester en wethouders van Woudrichem (hierna: het college) geweigerd appellant vergunning te verlenen voor het innemen van een ligplaats met het schip [naam schip] in de historische stadshaven Woudrichem.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

200607135/1.

Datum uitspraak: 25 april 2007

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellant], wonend te [woonplaats],

tegen de uitspraak in zaak no. 05/1782 van de rechtbank Breda van 17 augustus 2006 in het geding tussen:

appellant

en

het college van burgemeester en wethouders van Woudrichem.

1.    Procesverloop

Bij brief van 10 januari 2005 heeft het college van burgemeester en wethouders van Woudrichem (hierna: het college) geweigerd appellant vergunning te verlenen voor het innemen van een ligplaats met het schip [naam schip] in de historische stadshaven Woudrichem.

Bij besluit van 25 mei 2005 heeft het college het door appellant daartegen gemaakte bezwaar niet-ontvankelijk verklaard.

Bij uitspraak van 17 augustus 2006, verzonden op dezelfde dag, heeft de rechtbank Breda (hierna: de rechtbank) het daartegen ingestelde beroep niet-ontvankelijk verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft appellant bij brief van 27 september 2006, bij de Raad van State ingekomen op dezelfde dag, hoger beroep ingesteld. De gronden zijn aangevuld bij brief van 20 oktober 2006. Deze brieven zijn aangehecht.

Bij brief van 27 november 2006 heeft het college van antwoord gediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 15 maart 2007, waar appellant in persoon en bijgestaan door mr. M.C. Spil, advocaat te Arnhem, en het college, vertegenwoordigd door mr. drs. D.A.C. Janssen, advocaat te Boxtel, en bijgestaan door J. Gelderblom, ambtenaar van de gemeente, zijn verschenen.

2.    Overwegingen

2.1.    Appellant klaagt dat de rechtbank zijn beroep ten onrechte niet-ontvankelijk heeft verklaard wegens het ontbreken van procesbelang.

Hij betoogt dat de rechtbank heeft miskend dat hij schade heeft geleden ten gevolge van de afwijzing van zijn verzoek.

2.2.    Dit betoog faalt. Met de door hem aangevoerde omstandigheden dat hij [naam schip] niet heeft kunnen kopen, de ligplaatsvergunning niet heeft verkregen en geen inkomsten kan genereren door de op het schip gevestigde Bed & Breakfast over te nemen, heeft appellant niet aannemelijk gemaakt dat en in hoeverre hij daadwerkelijk schade heeft geleden ten gevolge van de afwijzing van zijn verzoek. Hetgeen hij overigens nog heeft aangevoerd leidt niet tot een ander oordeel.

   De rechtbank is derhalve terecht en op goede gronden tot het oordeel gekomen dat appellant geen belang meer had bij de beoordeling van zijn beroep en heeft dat om die reden terecht niet-ontvankelijk verklaard.  

2.3.    Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

2.4.    Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3.    Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. T.M.A. Claessens, Lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. S. Scheerhout, ambtenaar van Staat.

w.g. Claessens                          w.g. Scheerhout

Lid van de enkelvoudige kamer           ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 25 april 2007

318