Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2007:BA2637

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
04-04-2007
Datum publicatie
11-04-2007
Zaaknummer
200701510/2
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Bij drie onderscheiden besluiten van 24 maart 2006 heeft de Kamer voor de Binnenvisserij aan de gemeente Reeuwijk toestemming verleend tot het uitreiken van vergunningen voor een nader aangegeven duur tot het vissen met alle geoorloofde vistuigen, behalve het electrovisapparaat, op een of meer percelen van de Reeuwijkse plassen aan [wederpartij A], [wederpartij B] en [wederpartij C] (hierna: [wederpartij A] e.a.).

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

200701510/2.

Datum uitspraak: 4 april 2007

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) hangende de hoger beroepen van onder meer:

de vereniging "Vereniging van Watereigenaren en Rechthebbende Gebruikers", gevestigd te Reeuwijk,

verzoekster,

tegen de uitspraak in de zaken nos. AWB 06/9421, 06/9783 en 06/9785 van de voorzieningenrechter van de rechtbank 's-Gravenhage van 14 februari 2007 in het geding tussen:

[wederpartij A], [wederpartij B], [wederpartij C], wonende te [woonplaats],

en

de Kamer voor de Binnenvisserij.

1.    Procesverloop

Bij drie onderscheiden besluiten van 24 maart 2006 heeft de Kamer voor de Binnenvisserij aan de gemeente Reeuwijk toestemming verleend tot het uitreiken van vergunningen voor een nader aangegeven duur tot het vissen met alle geoorloofde vistuigen, behalve het electrovisapparaat, op een of meer percelen van de Reeuwijkse plassen aan [wederpartij A], [wederpartij B] en [wederpartij C] (hierna: [wederpartij A] e.a.).

Bij drie onderscheiden besluiten van 21 juli 2006 heeft de Kamer voor de Binnenvisserij het door appellante daartegen gemaakte bezwaar gegrond verklaard en de aan [wederpartij A] e.a. verleende toestemming herroepen.

Bij uitspraak van 14 februari 2007, verzonden op dezelfde dag, heeft de voorzieningenrechter van de rechtbank 's-Gravenhage (hierna: de voorzieningenrechter) de daartegen door [wederpartij A] e.a. ingestelde beroepen gegrond verklaard, de besluiten van 21 juli 2006 vernietigd en bepaald dat de Kamer binnen zes weken na verzending van deze uitspraak opnieuw beslissingen neemt op het bezwaarschrift van appellante.

Tegen deze uitspraak heeft onder meer verzoekster bij brief van 2 maart 2007, bij de Raad van State ingekomen op 5 maart 2007, hoger beroep ingesteld en bij afzonderlijke brief van dezelfde datum de Voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De Voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 28 maart 2007, waar verzoekster, vertegenwoordigd door J. Schimmel, bestuurslid van de vereniging, [wederpartij A] e.a., vertegenwoordigd door ing. N.C. van Doorn, werkzaam bij het Adviesbureau voor Visserij, en het college van burgemeester en wethouders van Reeuwijk, vertegenwoordigd door E.S. ten Cate, juridisch controller in dienst van de gemeente, is verschenen. De Kamer voor de Binnenvisserij is, met bericht, niet verschenen.

2.    Overwegingen

2.1.    Het oordeel van de Voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.

2.2.    [wederpartij A] e.a. kunnen sinds de rechtbank de besluiten van 21 juli 2006 in de aangevallen uitspraak heeft vernietigd opnieuw vissen op dat deel van de Reeuwijkse plassen waarop de hun verleende vergunningen betrekking hebben.

   Het verzoek strekt ertoe de besluiten van 24 maart 2006 te schorsen, zodat [wederpartij A] hun visactiviteiten wederom zullen moeten staken. Verzoekster betoogt dat die activiteiten het door haar nagestreefde beleid om binnen afzienbare tijd te komen tot afspraken met vergunninghouders in het belang van een doelmatig en duurzaam visstandbeheer en een hierop aansluitende visserij doorkruisen.

2.3.    De Voorzitter overweegt als volgt. De Kamer voor de Binnenvisserij, die wel hoger beroep heeft ingesteld, heeft ervan afgezien een verzoek om een voorlopige voorziening in te dienen. Uit de besluiten op bezwaar van 21 juli 2006 blijkt voorts niet dat de reden voor herroeping van de voor de vergunningen verleende toestemming is gelegen in een onaanvaardbare aantasting van de visstand. Evenmin is gebleken dat de voortzetting van de visvangst door [wederpartij A] e.a. zal leiden tot een onevenredig nadeel bij verzoekster. Onder deze omstandigheden en in aanmerking genomen dat de hoger beroepen naar verwachting in de loop van dit jaar zullen worden behandeld, bestaat er geen aanleiding om over te gaan tot het treffen van de gevraagde voorlopige voorziening.

2.4.    Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3.    Beslissing

De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. D.A.C. Slump, als Voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. W.M. Haverkamp, ambtenaar van Staat.

w.g. Slump                                       w.g. Haverkamp

Voorzitter                                        ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 4 april 2007

306