Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2007:BA2232

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
04-04-2007
Datum publicatie
04-04-2007
Zaaknummer
200604454/1
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Omgevingsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 5 april 2005 heeft appellant sub 2 (hierna: het college) aan appellante sub 1 (hierna: Bowog) vrijstelling en bouwvergunning verleend voor het oprichten van een vuurwerkbewaarplaats en een vuurwerkbufferbewaarplaats op het perceel [locatie] te [plaats](hierna: het perceel).

Wetsverwijzingen
Woningwet
Woningwet 40
Wet op de Ruimtelijke Ordening
Wet op de Ruimtelijke Ordening 19
Algemene wet bestuursrecht
Algemene wet bestuursrecht 1:2
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AB 2007, 195 met annotatie van F.C.M.A. Michiels
Module Ruimtelijke ordening 2007/2927
ABkort 2007/210
JOM 2007/420
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

200604454/1.

Datum uitspraak: 4 april 2007

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op de hoger beroepen van:

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

"Bowog Beheer B.V.", gevestigd te Ede,

2. het college van burgemeester en wethouders van Sint-Oedenrode,

appellanten,

tegen de uitspraak in zaak no. AWB 05/3972 van de rechtbank

's-Hertogenbosch van 9 mei 2006 in het geding tussen:

1. [wederpartij sub 1],

2. [wederpartij sub 2],

3. [wederpartij sub 3],

4. [wederpartij sub 4],

allen wonend te [woonplaats]

en

appellant sub 2.

1. Procesverloop

Bij besluit van 5 april 2005 heeft appellant sub 2 (hierna: het college) aan appellante sub 1 (hierna: Bowog) vrijstelling en bouwvergunning verleend voor het oprichten van een vuurwerkbewaarplaats en een vuurwerkbufferbewaarplaats op het perceel Boskantseweg 43 te Sint-Oedenrode (hierna: het perceel).

Bij besluit van 7 oktober 2005 heeft het college het daartegen door [wederpartij sub 1], [wederpartij sub 2], [wederpartij sub 3] en [wederpartij sub 4] (hierna: [wederpartij sub 1] e.a.) gemaakte bezwaar niet-ontvankelijk verklaard.

Bij uitspraak van 9 mei 2006, verzonden op 17 mei 2006, heeft de rechtbank 's-Hertogenbosch (hierna: de rechtbank) het daartegen door [wederpartij sub 1] e.a. ingestelde beroep gegrond verklaard, het besluit van 7 oktober 2006 vernietigd en bepaald dat het college een nieuw besluit dient te nemen. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak hebben Bowog bij brief van 15 juni 2006, bij de Raad van State ingekomen op 16 juni 2006, en het college bij brief van 21 juni 2006, bij de Raad van State ingekomen op 23 juni 2006, hoger beroep ingesteld. Bowog heeft haar hoger beroep aangevuld bij brief van 13 juli 2006. Het college heeft zijn hoger beroep aangevuld bij brief van 13 juli 2006. Deze brieven zijn aangehecht.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 2 maart 2007, waar Bowog, vertegenwoordigd door mr. H.G.M. van der Westen, advocaat te Eindhoven, en door J.J.M. van de Ven, en het college, vertegenwoordigd door M.H.J. van Els, ambtenaar van de gemeente, zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Het betoog van Bowog dat de aangevallen uitspraak niet in stand kan blijven omdat zij ten onrechte niet door de rechtbank in de gelegenheid is gesteld als partij aan het geding deel te nemen als bedoeld in artikel 8:26 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb), kan niet leiden tot het daarmee beoogde doel. In aanmerking genomen dat het belang van Bowog gelet op het door het college ingenomen standpunt bij de rechtbank voldoende aan de orde is gekomen en haar belang in hoger beroep in volle omvang aan de orde is, ziet de Afdeling in dit geval geen aanleiding voor vernietiging van de aangevallen uitspraak wegens strijd met artikel 8:26 van de Awb.

2.2. Ingevolge artikel 1:2, eerste lid, van de Awb wordt onder belanghebbende verstaan: degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken.

2.3. Bowog en het college betogen dat de rechtbank [wederpartij sub 1] e.a. ten onrechte als belanghebbenden heeft aangemerkt.

2.3.1. Dit betoog slaagt. Niet in geschil is, en ook de Afdeling gaat daarvan uit, dat het hier een inpandige verbouwing betreft en dat de afstanden tussen het perceel en de woningen van [wederpartij sub 1] e.a. liggen tussen de 47 m en 200 m. Nu het een inpandige verbouwing betreft kan gelet daarop niet worden geoordeeld dat het bouwplan invloed heeft op de leefomgeving van [wederpartij sub 1] e.a. Dat het in dit geval gaat om het oprichten van een bewaarplaats voor consumentenvuurwerk maakt dat niet anders. De Afdeling neemt daarbij in aanmerking het rapport "Kwantitatieve risicoanalyse: Boerenbondmarkt Sint Oedenrode" van 22 februari 2005, van welk rapport de bevindingen niet ter discussie staan. Anders dan de rechtbank is de Afdeling derhalve van oordeel, dat de belangen van [wederpartij sub 1] e.a. niet rechtstreeks bij het besluit van 5 april 2005 zijn betrokken.

2.4. De hoger beroepen zijn gegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden vernietigd.

2.5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

I. verklaart de hoger beroepen gegrond;

II. vernietigt de uitspraak van de rechtbank 's-Hertogenbosch van 9 mei 2006 in zaak no. AWB 05/3972;

III. verklaart het bij de rechtbank ingestelde beroep ongegrond;

IV. bepaalt dat de Secretaris van de Afdeling aan Bowog Beheer B.V. het door haar voor de behandeling van het hoger beroep betaalde griffierecht ten bedrage van € 422,00 (zegge: vierhonderdtweeëntwintig euro) terugbetaalt.

Aldus vastgesteld door mr. J.C.K.W. Bartel, Voorzitter, en mr. F.P. Zwart en mr. P.B.M.J. van der Beek-Gillessen, Leden, in tegenwoordigheid van mr. P. Lodder, ambtenaar van Staat.

w.g. Bartel w.g. Lodder

Voorzitter ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 4 april 2007

17-530.