Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2007:BA1179

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
21-03-2007
Datum publicatie
21-03-2007
Zaaknummer
200603338/1
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 28 juni 2004 heeft de Korpsbeheerder van de regiopolitie Drenthe (hierna: de Korpsbeheerder) geweigerd een verslag van de politie betreffende een op 24 april 2002 in Assen gehouden demonstratie openbaar te maken.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
ABkort 2007/209
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

200603338/1.

Datum uitspraak: 21 maart 2007

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellant], wonend te [woonplaats],

tegen de uitspraak in zaak no. 05/117 van de rechtbank Assen van 20 april 2006 in het geding tussen:

appellant

en

de Korpsbeheerder van de regiopolitie Drenthe.

1.    Procesverloop

Bij besluit van 28 juni 2004 heeft de Korpsbeheerder van de regiopolitie Drenthe (hierna: de Korpsbeheerder) geweigerd een verslag van de politie betreffende een op 24 april 2002 in Assen gehouden demonstratie openbaar te maken.

Bij besluit van 10 augustus 2004 heeft de Korpsbeheerder het door appellant daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij besluit van 5 oktober 2004 heeft de Korpsbeheerder nogmaals besloten om het verslag niet openbaar te maken.

Bij uitspraak van 6 december 2004, verzonden op dezelfde dag, heeft de rechtbank Assen (hierna: de rechtbank) het daartegen door appellant ingestelde beroep gegrond verklaard, het besluit van 10 augustus 2004 vernietigd, bepaald dat het college een nieuw besluit neemt met inachtneming van deze uitspraak en het beroep, voor zover gericht tegen het besluit van 5 oktober 2004, niet-ontvankelijk verklaard

Bij besluit van 18 januari 2005 heeft de Korpsbeheerder, gevolg gevend aan de uitspraak van de rechtbank, het bezwaar gegrond verklaard, de besluiten van 28 juni 2004 en 5 oktober 2004 herroepen en alsnog een geanonimiseerde versie van het verslag aan appellant verstrekt.

Bij uitspraak van 20 april 2006, verzonden op 21 april 2006, heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft appellant bij brief van 2 mei 2006, bij de Raad van State ingekomen op 3 mei 2006, hoger beroep ingesteld. Deze brief is aangehecht.

Bij brief van 2 augustus 2006 heeft de Korpsbeheerder van antwoord gediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 15 februari 2007, waar appellant, vertegenwoordigd door mr. H. van Drunen, werkzaam bij Juridisch Adviesbureau Maury, en de Korpsbeheerder, vertegenwoordigd door, mr. K.A. Doesburg en A. Boukema, beiden werkzaam bij de regiopolitie Drenthe, zijn verschenen.

2.    Overwegingen

2.1.    Appellant betoogt dat de rechtbank in de aangevallen uitspraak ten onrechte niet is ingegaan op zijn beroepsgrond inzake de hoogte van de door de Korpsbeheerder toegekende proceskostenveroordeling in bezwaar. In dat verband heeft appellant betoogd dat de Korpsbeheerder in zijn beslissing van 18 januari 2005 ten onrechte de wegingsfactor 0,5 heeft toegepast voor zover het gaat om het door appellant ingediende bezwaarschrift en dat voor het bijwonen van de hoorzitting in het geheel geen proceskostenvergoeding is toegekend.

2.2.    Dit betoog slaagt. Niet valt in te zien dat tot de ingevolge artikel 7:15, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht voor vergoeding in aanmerking komende kosten niet ook behoren de kosten in verband met het verschijnen op een hoorzitting. Er is evenmin grond voor het oordeel dat het gewicht van deze zaak lager zou moeten worden ingeschat dan gemiddeld, zodat de wegingsfactor op 1 dient te worden gesteld.

2.3.    Het hoger beroep is gegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden vernietigd, voor zover daarbij is nagelaten het besluit op bezwaar van 18 januari 2005 ter zake van de proceskostenveroordeling te vernietigen. De Afdeling zal doende hetgeen de rechtbank zou behoren te doen het beroep in zoverre gegrond verklaren en de bestreden beslissing op dit punt vernietigen. De Afdeling zal op de hierna te melden wijze in de zaak voorzien en bepalen dat deze uitspraak in zoverre in de plaats treedt van het vernietigde besluit.

2.4.    De Korpsbeheerder dient voorts op na te melden wijze in de in hoger beroep gemaakte proceskosten te worden veroordeeld.

3.    Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

I.    verklaart het hoger beroep gegrond;

II.    vernietigt de uitspraak van de rechtbank Assen van 20 april 2006 in zaak no. 05/117, voor zover daarbij is nagelaten het besluit op bezwaar van 18 januari 2005 te vernietigen op het punt van de daarin opgenomen proceskostenveroordeling, en voor zover is afgezien van veroordeling van de korpsbeheerder in de kosten gemaakt in bezwaar;

III.    verklaart het door appellant bij de rechtbank ingestelde beroep in zoverre gegrond;

IV.    vernietigt het besluit van de Korpsbeheerder van 18 januari 2005, kenmerk 48/04, in zoverre;

V.    veroordeelt de Korpsbeheerder alsnog tot vergoeding van bij appellant in verband met de behandeling van het bezwaar opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 644,00 (zegge: zeshonderd vierenveertig euro), geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand; het bedrag dient door de regiopolitie Drenthe aan appellant onder vermelding van het zaaknummer te worden betaald;

VI.    bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het besluit voor zover dit is vernietigd;

VII.    veroordeelt de Korpsbeheerder tot vergoeding van bij appellant in verband met de behandeling van het beroep en het hoger beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 1288,00 (zegge: twaalfhonderd achtentachtig euro), welke bedrag geheel is toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand; het dient door de regiopolitie Drenthe aan appellant onder vermelding van het zaaknummer te worden betaald.

VIII.    gelast dat de regiopolitie Drenthe aan appellant het door hem betaalde griffierecht ten bedrage van € 344,00 (zegge: driehonderd vierenveertig euro) voor de behandeling van het beroep en het hoger beroep vergoedt.

Aldus vastgesteld door mr. C.H.M. van Altena, Lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. W.M. Haverkamp, ambtenaar van Staat.

w.g. Van Altena w.g. Haverkamp

Lid van de enkelvoudige kamer    ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 21 maart 2007

306-538.