Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2007:BA1164

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
21-03-2007
Datum publicatie
21-03-2007
Zaaknummer
200606269/1
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 19 april 2005 heeft de burgemeester van Heeze-Leende (hierna: de burgemeester) aan [vergunninghouder] een vergunning verleend ten behoeve van de exploitatie van [ijs- en snackbar] in het pand [locatie] te [plaats].

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Module Horeca 2007/2165
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

200606269/1.

Datum uitspraak: 21 maart 2007

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellant], wonend te [woonplaats],

tegen de uitspraak in zaak no. AWB 05/2861 van de rechtbank 's-Hertogenbosch van 7 juli 2006 in het geding tussen:

appellant

en

de burgemeester van Heeze-Leende.

1.    Procesverloop

Bij besluit van 19 april 2005 heeft de burgemeester van Heeze-Leende (hierna: de burgemeester) aan [vergunninghouder] een vergunning verleend ten behoeve van de exploitatie van [ijs- en snackbar] in het pand [locatie] te [plaats].

Bij besluit van 2 augustus 2005 heeft de burgemeester het door appellant daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 7 juli 2006, verzonden op 13 juli 2006, heeft de rechtbank 's-Hertogenbosch (hierna: de rechtbank) het door appellant daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft appellant bij brief van 21 augustus 2006, bij de Raad van State ingekomen op 23 augustus 2006, hoger beroep ingesteld. De gronden zijn aangevuld bij brief van 20 september 2006. Deze brieven zijn aangehecht.

Bij brief van 18 oktober 2006 heeft de burgemeester van antwoord gediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 15 februari 2007, waar appellant, in persoon en bijgestaan door A.C. Strijbosch AA, registeraccountant, en de burgemeester vertegenwoordigd door T. Matheeuwsen en E. Berkx, beiden ambtenaar der gemeente, zijn verschenen.

2.    Overwegingen

2.1.    Ingevolge artikel 2.3.1.2, onder a, van de Algemene Plaatselijke Verordening van de gemeente Heeze-Leende is het verboden een horecabedrijf te exploiteren zonder vergunning van de burgemeester.

   Ingevolge het bepaalde onder b weigert de burgemeester de vergunning als bedoeld onder a indien de vestiging of de exploitatie van het horecabedrijf in strijd is met een geldend bestemmingsplan.

Ingevolge het ter plaatse geldende bestemmingsplan "Uitbreidingsplan gemeente Leende plan in hoofdzaak 1946" rust op het perceel waarop het pand aan de [locatie] is gelegen de bestemming "cultuurgrond".

2.2.    Appellant exploiteert het [cafetaria/petit-restaurant] in [plaats]. 't [cafetaria/petit-restaurant] ligt op een afstand van ongeveer 150 meter van [ijs- en snackbar], waarvoor de exploitatievergunning is verleend. Nadat [vergunninghouder] de exploitatie van [ijs- en snackbar] per 22 november 2005 had gestaakt, heeft de burgemeester de exploitatievergunning bij brief van 29 november 2005 met directe ingang ingetrokken. Aangezien appellant stelt door het verstrekken van de exploitatievergunning omzetschade te hebben geleden, heeft hij nog belang bij een beoordeling van deze zaak in hoger beroep.

2.3.    Appellant kan zich niet verenigen met het oordeel van de rechtbank dat de verlening van de exploitatievergunning niet in strijd is met het bestemmingsplan, aangezien het bestemmingsplan geen algemene verbodsregeling of op de geldende bestemmingen toegesneden gebruiksvoorschrift bevat. Appellant stelt zich op het standpunt dat de exploitatie van een ijs- en snackbar in strijd is met de bestemming "cultuurgrond" die op het perceel rust.

   Dit betoog faalt. De rechtbank heeft terecht aansluiting gezocht bij vaste jurisprudentie van de Afdeling, waarin geen strijd wordt aangenomen met een bestemmingsplan, indien dit plan geen verbod stelt op gebruik in strijd met de voor de grond geldende bestemming. Nu een dergelijk verbod niet in het "Uitbreidingsplan gemeente Leende plan in hoofdzaak 1946" is opgenomen, heeft de rechtbank met juistheid geoordeeld dat de burgemeester in het betoog van appellant terecht geen reden heeft gezien de vergunning te weigeren.

2.4.    Voorts betoogt appellant dat de rechtbank heeft miskend dat het gemeentebestuur nalatig is gebleken het bestemmingsplan tijdig te actualiseren, hetgeen volgens appellant in strijd is met algemene beginselen van behoorlijk bestuur en bovendien leidt tot willekeurige besluitvorming van de burgemeester.

   De gestelde nalatigheid kan niet leiden tot het oordeel dat de burgemeester de vergunning niet had mogen verstrekken. Daargelaten dat niet vaststaat dat een nieuw bestemmingsplan tot een voor appellant gunstiger besluit aanleiding zou geven, is de termijn voor actualisering van een bestemmingsplan een termijn van orde en blijft het oude bestemmingsplan rechtskracht behouden zolang het niet is herzien of vervangen.

2.5.    Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

2.6.    Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3.    Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. C.H.M. van Altena, Lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. W.M. Haverkamp, ambtenaar van Staat.

w.g. Van Altena                                           w.g. Haverkamp

Lid van de enkelvoudige kamer                    ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 21 maart 2007

306-538.