Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2007:BA1133

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
21-03-2007
Datum publicatie
21-03-2007
Zaaknummer
200605152/1
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 10 januari 2006 heeft het college van burgemeester en wethouders van Waalwijk (hierna: het college) appellant onder oplegging van een dwangsom gelast de daarin vermelde containers, voorwerpen, materialen en de paarden van de percelen, plaatselijk bekend als [locatie] te [plaats] (hierna: de percelen), te verwijderen en verwijderd te houden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

200605152/1.

Datum uitspraak: 21 maart 2007

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellant], wonend te [woonplaats],

tegen de uitspraak in zaak nos. 06/2152 en 06/2153 van de voorzieningenrechter van de rechtbank Breda van 11 mei 2006 in het geding tussen:

appellant

en

het college van burgemeester en wethouders van Waalwijk.

1.    Procesverloop

Bij besluit van 10 januari 2006 heeft het college van burgemeester en wethouders van Waalwijk (hierna: het college) appellant onder oplegging van een dwangsom gelast de daarin vermelde containers, voorwerpen, materialen en de paarden van de percelen, plaatselijk bekend als [locatie] te [plaats] (hierna: de percelen), te verwijderen en verwijderd te houden.

Bij besluit van 18 april 2006 heeft het college het daartegen door appellant gemaakte bezwaar gegrond verklaard voor zover het de hierboven bedoelde de last met betrekking tot de paarden betreft, het besluit van 10 januari 2006 in zoverre gewijzigd dat appellant een dwangsom verbeurt voor elke dag dat wordt geconstateerd dat op de percelen één of meerdere paarden worden gehouden of gefokt, en het besluit van 10 januari 2006 voor het overige in stand gelaten.

Bij uitspraak van 11 mei 2006, verzonden op 1 juni 2006, heeft de voorzieningenrechter van de rechtbank Breda (hierna: de voorzieningenrechter), voor zover thans van belang, het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft appellant bij brief van 11 juli 2006, bij de Raad van State ingekomen op 13 juli 2006, hoger beroep ingesteld. Deze brief is aangehecht.

Bij brief van 13 september 2006 heeft het college van antwoord gediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 12 maart 2007, waar het college, vertegenwoordigd door J. van Dalen, ambtenaar van de gemeente, is verschenen.

2.    Overwegingen

2.1.    Appellant heeft in hoger beroep uitsluitend verwezen naar hetgeen hij bij de voorzieningenrechter en in bezwaar heeft aangevoerd. De voorzieningenrechter heeft het beroep terecht en op goede gronden verworpen. Het hoger beroep is dan ook ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

2.2.    Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3.    Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. W. van den Brink, Lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. J.A.W. Huijben, ambtenaar van Staat.

w.g. Van den Brink                             w.g. Huijben

Lid van de enkelvoudige kamer          ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 21 maart 2007

313-531.