Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2007:BA0616

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
05-03-2007
Datum publicatie
14-03-2007
Zaaknummer
200609279/2
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 15 maart 2006 heeft de gemeenteraad van Boekel het bestemmingsplan "Buitengebied 2005 " vastgesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

200609279/2.

Datum uitspraak: 5 maart 2007

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op verzoeken om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen onder meer:

1.    [verzoekster sub 1], gevestigd te [woonplaats],

2.    [verzoeker sub 2], wonend te [woonplaats],

en

het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant,

verweerder.

1.    Procesverloop

Bij besluit van 15 maart 2006 heeft de gemeenteraad van Boekel het bestemmingsplan "Buitengebied 2005 " vastgesteld.

Verweerder heeft bij zijn besluit van 21 november 2006, nr. 1186484, beslist over de goedkeuring van het bestemmingsplan.

Tegen dit besluit heeft verzoekster sub 1 bij brief van 11 januari 2007, bij de Raad van State ingekomen op 15 januari 2007, en verzoeker sub 2 bij brief van 16 januari, bij de Raad van State ingekomen op 17 januari 2007, beroep ingesteld. Bij dezelfde brief als waarmee beroep is ingesteld heeft verzoekster sub 1 de Voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen. Bij brief van 17 januari 2007, bij de Raad van State ingekomen op 17 januari 2007, heeft verzoeker sub 2 de Voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De Voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 23 februari 2007, waar verzoekster sub 1, vertegenwoordigd door ing. H. Schut, gemachtigde en verzoekster sub 2, vertegenwoordigd door mr. H.G.M. van der Westen, advocaat te Eindhoven, en verweerder, vertegenwoordigd door mr. A.J.A.M. van de Laar, ambtenaar van de provincie, zijn verschenen. Voorts is daar de gemeenteraad van Boekel gehoord, vertegenwoordigd door H.J.W. Verkuijlen, ambtenaar van de gemeente.

2.    Overwegingen

2.1.    Het oordeel van de Voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.

Ten aanzien van het verzoek van [verzoekster sub 1]

2.2.    Verzoekster stelt dat verweerder ten onrechte goedkeuring heeft onthouden aan het plandeel met de bestemming "Niet-agrarisch bedrijf" dat betrekking heeft op het perceel [locatie 1]. Zij heeft de Voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen omdat het besluit met zich brengt dat de bedrijfsactiviteiten in strijd met het geldende bestemmingsplan worden uitgeoefend.

2.3.    Verweerder heeft bij de onthouding van goedkeuring in aanmerking genomen dat sprake is van nieuwvestiging van een niet-agrarisch bedrijf in het buitengebied, hetgeen in strijd is met het streekplan.

2.4.    De Voorzitter overweegt als volgt. Het plandeel [locatie 1] komt zowel op detailplankaart 2, blad 2, als op detailplankaart 2, blad 3, voor. Blijkens het dictum van het besluit omtrent goedkeuring heeft verweerder goedkeuring onthouden aan de met blauw omlijnde delen op de plankaart. Verweerder heeft het plandeel [locatie 1] ten teken van de onthouding van goedkeuring uitsluitend op detailplankaart 2, blad 3, met blauw omlijnd. Hieruit volgt, gelet op dictum, gelezen in samenhang met detailplankaart 2, blad 2, dat goedkeuring is verleend aan het plandeel [locatie 1] op detailplankaart 2, blad 2. Het bestreden besluit is in zoverre genomen in strijd met de rechtszekerheid. Over de eventuele gevolgen daarvan zal de Afdeling in de bodemzaak oordelen. Thans bestaat geen aanleiding het geconstateerde gebrek bij de behandeling van het verzoek in aanmerking te nemen.

2.4.1.    Het verzoek van verzoekster strekt er toe dat het plandeel op detailplankaart 2, blad 3, alsnog wordt goedgekeurd. Een voorlopige voorziening die dat mogelijk maakt is in beginsel te verstrekkend. Ook de uitspraak van de Afdeling in de bodemprocedure zal na een vernietiging van het bestreden besluit in zoverre, alleen dan strekken tot goedkeuring van dit plandeel indien verweerder bij het nieuw te nemen besluit geen ruimte heeft wederom goedkeuring aan het desbetreffende plandeel te onthouden. Het is de Voorzitter niet gebleken dat een zodanige situatie zich in dit geval zal voordoen of dat anderszins sprake is van uitzonderlijke omstandigheden die niettemin nopen tot het treffen van de gevraagde voorlopige voorziening.

Het verzoek van [verzoekster sub 1] dient te worden afgewezen.

T.a.v. het verzoek van [verzoeker sub 2]

2.5.    [verzoeker 2] heeft de Voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen ten einde te voorkomen dat op het perceel [locatie 2] een vergunning kan worden verleend voor de oprichting van een vervangende burgerwoning. Hij wil dit voorkomen omdat hij de bestaande burgerwoning als bedrijfswoning ten behoeve van zijn naastgelegen witlofkwekerij wil aankopen.

2.6.    Verweerder heeft de bestemming "Wonen" van het plandeel [locatie 2] goedgekeurd. Hij heeft daarbij in aanmerking genomen dat de bestemming in overeenstemming is met de feitelijke situatie en dat de burgerwoning in planologisch opzicht niet kan worden beschouwd als een agrarische bedrijfswoning.

2.7.    De Voorzitter overweegt dat verzoeker noch in zijn verzoekschrift, noch ter zitting, aannemelijk heeft gemaakt dat een spoedeisend belang is gemoeid met het treffen van een voorlopige voorziening. Voorts is ter zitting van de zijde van de gemeente Boekel meegedeeld dat de eigenaar van de burgerwoning [locatie 2] geen aanvraag heeft ingediend voor de bouw van een vervangende burgerwoning op het perceel.

   Overigens is uit de stukken gebleken dat de woning [locatie 2] bouwkundig één geheel vormt met de woning [locatie 3]. Voor zover uit het verzoekschrift dient te worden afgeleid dat het verzoek tevens betrekking heeft op het perceel [locatie 3], overweegt de Voorzitter dat de woning op het desbetreffende perceel is bestemd als bedrijfswoning bij het aldaar gevestigde niet-agrarische bedrijf, en dat verweerder deze bestemming heeft goedgekeurd. Het bestemmingsplan laat de bouw van een burgerwoning ter plaatse derhalve niet toe, hetgeen in overeenstemming is met hetgeen verzoeker beoogt. Verzoeker heeft reeds hierom geen belang bij schorsing van het bestreden besluit in zoverre. Gelet op het voorgaande bestaat geen aanleiding het verzoek van [verzoeker sub 2] toe te wijzen.

2.8.    Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3.    Beslissing

De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst de verzoeken af.

Aldus vastgesteld door mr. R.J. Hoekstra, als Voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. W.H. Tulmans, ambtenaar van Staat.

w.g. Hoekstra           w.g. Tulmans

Voorzitter            ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 5 maart 2007

381