Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2007:AZ9476

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
19-02-2007
Datum publicatie
28-02-2007
Zaaknummer
200608537/2
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 20 september 2006 hebben verweerders, op voorstel van het college van gedeputeerde staten van 4 juli 2006, het streekplan "Streekplan Gelderland 2005, Partiële herziening betreffende Over de Maas/West Maas en Waal" (hierna: het streekplan) vastgesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

200608537/2.

Datum uitspraak: 19 februari 2007

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen onder meer:

De vereniging "Bewonersvereniging Zanderover", gevestigd te Lith,

verzoekster,

en

provinciale staten van Gelderland,

verweerders.

1.    Procesverloop

Bij besluit van 20 september 2006 hebben verweerders, op voorstel van het college van gedeputeerde staten van 4 juli 2006, het streekplan "Streekplan Gelderland 2005, Partiële herziening betreffende Over de Maas/West Maas en Waal" (hierna: het streekplan) vastgesteld.

Tegen dit besluit heeft onder meer verzoekster bij brief van 24 november 2006, bij de Raad van State ingekomen op 28 november 2006, beroep ingesteld. Bij brief van 25 november 2006, bij de Raad van State ingekomen op 28 november 2006, heeft verzoekster de Voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De Voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 9 februari 2007, waar verzoekster, vertegenwoordigd door G.M.A. Hagoort, en verweerders, vertegenwoordigd door H. Kimmels en ing. J.A.M. Bouw, ambtenaren van de provincie, en bijgestaan door mr. J.A.M. van der Velden, advocaat te Breda, zijn verschenen. Voorts zijn daar gehoord het college van burgemeester en wethouders en de gemeenteraad van West Maas en Waal, vertegenwoordigd door G.P.J. Zondag en M.G.M. Megens, ambtenaren van de gemeente, en bijgestaan door mr. J. Hoekstra, advocaat te Amsterdam.

2.    Overwegingen

2.1.    Het oordeel van de Voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.

2.2.    Het streekplan voorziet, voor zover hier van belang, in een concrete beleidsbeslissing (hierna: cbb), die betrekking heeft op zandwinning op de locaties "Over de Maas" en "Moleneindsche Waard" in de uiterwaarden van de Maas in de gemeente West Maas en Waal.

2.3.    Verzoekster stelt dat verweerders ten onrechte voormelde cbb hebben vastgesteld en beoogt met haar verzoek onomkeerbare gevolgen als gevolg van de inwerkingtreding van de cbb te voorkomen. Daartoe voert zij onder meer aan dat indien op korte termijn een ontwerpbestemmingsplan, dat zijn grondslag vindt in voormelde cbb, ter inzage wordt gelegd artikel 24 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening (hierna: WRO) met zich brengt dat zij hiertegen geen zienswijzen naar voren kan brengen. Zij voert aan dat de gekozen locaties niet geschikt zijn voor zandwinning en er onvoldoende onderzoek is verricht naar de gevolgen van zandwinning ter plaatse. Voorts wijst zij op het bestaan van alternatieven en voert zij aan dat ten onrechte geen rekening is gehouden met de belangen van de bewoners van de kern Lith.

2.4.    Tussen partijen is niet in geding dat de in het streekplan opgenomen cbb ingevolge artikel 19j van de Natuurbeschermingswet 1998 goedkeuring behoeft van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit. Uit de stukken en het verhandelde ter zitting is gebleken dat verweerders het streekplan ter goedkeuring hebben aangeboden aan de Minister, maar dat deze daarop nog niet heeft beslist. De Voorzitter stelt, gelet op artikel 10:25 van de Algemene wet bestuursrecht, vast dat als gevolg van het ontbreken van voormeld besluit omtrent goedkeuring de cbb thans nog niet inwerking is getreden.

   Voorts is ter zitting door de gemeenteraad toegezegd dat geen ontwerpbestemmingsplan ter inzage zal worden gelegd dat zijn grondslag vindt in voormelde ccb, voordat de Afdeling heeft beslist op de beroepen tegen voormelde cbb, mits de uitspraak van de Afdeling niet later dan op 1 juli 2008 openbaar wordt gemaakt. De Voorzitter verwacht dat de Afdeling voor 1 juli 2008 uitspraak zal hebben gedaan in de bodemzaak.

2.5.    Gelet op het vorenstaande ziet de Voorzitter niet dat er sprake is van onverwijlde spoed die een voorlopige voorziening vereist. Het verzoek dient daarom te worden afgewezen.

2.6.    Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3.    Beslissing

De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. J.C.K.W. Bartel, als Voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. R. Kegge, ambtenaar van Staat.

w.g. Bartel w.g. Kegge

Voorzitter    ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 19 februari 2007

459