Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2007:AZ7957

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
01-02-2007
Datum publicatie
07-02-2007
Zaaknummer
200607283/2
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 25 januari 2006 heeft de gemeenteraad van Venlo het bestemmingsplan "Bedrijventerrein Trade Port Noord en park Zaarderheiken" vastgesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

200607283/2.

Datum uitspraak: 1 februari 2007

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen onder meer:

[verzoekster], gevestigd te [plaats],

en

het college van gedeputeerde staten van Limburg,

verweerder.

1.    Procesverloop

Bij besluit van 25 januari 2006 heeft de gemeenteraad van Venlo het bestemmingsplan "Bedrijventerrein Trade Port Noord en park Zaarderheiken" vastgesteld.

Bij besluit van 19 september 2006, no. 2006/41339 heeft verweerder beslist over de goedkeuring van dit plan.

Tegen dit besluit heeft onder meer verzoekster bij brief van 13 november 2006, bij de Raad van State ingekomen op 16 november 2006, beroep ingesteld.

Bij dezelfde brief als waarmee beroep is ingesteld heeft verzoekster de Voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De Voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 23 januari 2007, waar verzoekster, vertegenwoordigd door [gemachtigde], en verweerder, vertegenwoordigd door mr. L.H.M. Vorstermans, ambtenaar van de provincie, zijn verschenen. Voorts is de gemeenteraad van Venlo, vertegenwoordigd door mr. M.R.V. Buurman en R.B.M. Janzen, ambtenaren van de gemeente, daar gehoord.

2.    Overwegingen

2.1.    Het oordeel van de Voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.

2.2.    Verzoekster kan zich niet verenigen met het bestreden besluit voor zover verweerder daarbij goedkeuring heeft verleend aan het plan. Zij stelt onder meer dat het plan in strijd is met het Provinciaal Omgevingsplan Limburg (hierna: het POL). Volgens verzoekster dient de in het plan opgenomen ecologische verbindingszone binnen de zogeheten grens stedelijke dynamiek te worden verwezenlijkt.

2.3.    Verweerder heeft het plan, voor zover hier van belang, niet in strijd met een goede ruimtelijke ordening geacht en het plan in zoverre goedgekeurd. Volgens hem betreft de grens stedelijke dynamiek een indicatieve aanduiding in het POL en dient deze grens op perceelsniveau in gemeentelijke bestemmingsplannen te worden geregeld.

2.4.    Het plan voorziet in het juridisch-planologische kader voor de ontwikkeling van het grootschalige bedrijventerrein Trade Port Noord en het park Zaarderheiken, alsmede een ecologische verbindingszone, ten noordwesten van de stad Venlo.

2.5.    De Voorzitter overweegt dat niet alleen de plandelen die voorzien in natuurcompensatie buiten de grens stedelijke dynamiek liggen. Ook een aantal plandelen met de bestemming "Bedrijfsdoeleinden" overschrijdt deze grens. De Voorzitter heeft ernstige twijfel of deze overschrijding verenigbaar is met het in het POL beschreven beleid voor de grens stedelijke dynamiek. Voorts wordt betwijfeld of het uit het oogpunt van het POL-beleid voor ecologische verbindingszones toelaatbaar is een bedrijfsdoeleindenbestemming toe te kennen aan gronden die op de streekplankaarten zijn aangemerkt als ecologische verbindingszone. Volgens het POL is op deze gronden een planologische basisbescherming van toepassing. Voorts bestaat twijfel ten aanzien van de vraag of de in het streekplan binnen de grens stedelijke dynamiek voorziene ecologische verbindingszone buiten deze contour mag worden verwezenlijkt, zoals in het plan is voorzien. Gelet op de stukken en het verhandelde ter zitting, acht de Voorzitter nader onderzoek noodzakelijk naar de door verzoekster opgeworpen vragen met betrekking tot het streekplan, voor welk onderzoek deze procedure zich niet leent. Het is ongewenst dat zich vooruitlopend op de behandeling in de bodemprocedure onomkeerbare ontwikkelingen kunnen voordoen. Gelet op de aard van de te beoordelen vragen, ziet de Voorzitter aanleiding het bestreden besluit, voor zover daarbij goedkeuring is verleend aan de plandelen die op de bij deze uitspraak behorende kaarten zijn aangeduid, bij wijze van voorlopige voorziening te schorsen.

2.6.    Van proceskosten die voor vergoeding in aanmerking komen is niet gebleken.

3.    Beslissing

De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I.    schorst bij wijze van voorlopige voorziening het besluit van het college van gedeputeerde staten van Limburg van 19 september 2006, kenmerk no. 2006/41339, voor zover het de plandelen betreft die op de bij deze uitspraak behorende kaarten 1 en 2 zijn aangeduid;

II.    gelast dat de provincie Limburg aan verzoekster het door haar voor de behandeling van het verzoek betaalde griffierecht ten bedrage van € 281,00 (zegge: tweehonderdeenentachtig euro) vergoedt.

Aldus vastgesteld door mr. P.J.J. van Buuren, als Voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. H.A. Bultema, ambtenaar van Staat.

w.g. Van Buuren            w.g. Bultema

Voorzitter            ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 1 februari 2007

400

plankaart 1

plankaart 2