Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2007:AZ7446

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
31-01-2007
Datum publicatie
31-01-2007
Zaaknummer
200604004/1
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 20 maart 2006, verzonden op 23 maart 2006, heeft verweerder afwijzend beslist op een verzoek van appellanten om toepassing van bestuurlijke handhavingsmiddelen met betrekking tot een motorcrossterrein aan de Radioweg te Stevensbeek, gemeente Sint Anthonis.

Wetsverwijzingen
Wet milieubeheer
Wet milieubeheer 8.1
Wet milieubeheer 8.18
Algemene wet bestuursrecht
Algemene wet bestuursrecht 3:46
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AB 2008, 52 met annotatie van dr. mr. A.B. Blomberg
M en R 2007, 21K
Milieurecht Totaal 2007/1917
JM 2007/54 met annotatie van Zigenhorn
JOM 2007/146
OGR-Updates.nl 1001343
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

200604004/1.

Datum uitspraak: 31 januari 2007

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

[appellanten], gemeente [plaats],

en

het college van burgemeester en wethouders van Sint Anthonis,

verweerder.

1.    Procesverloop

Bij besluit van 20 maart 2006, verzonden op 23 maart 2006, heeft verweerder afwijzend beslist op een verzoek van appellanten om toepassing van bestuurlijke handhavingsmiddelen met betrekking tot een motorcrossterrein aan de Radioweg te Stevensbeek, gemeente Sint Anthonis.

Tegen dit besluit hebben appellanten bij brief van 28 april 2006, bij de gemeente Sint Anthonis ingekomen op 1 mei 2006, bezwaar gemaakt. Daarbij hebben appellanten verweerder verzocht in te stemmen met rechtstreeks beroep. Verweerder heeft hiermee ingestemd en het bezwaarschrift op 30 mei 2006 doorgezonden aan de Afdeling ter behandeling als beroepschrift.

De gronden zijn aangevuld bij brief van 18 mei 2006.

Bij brief van 20 oktober 2006 heeft verweerder een verweerschrift ingediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 14 december 2006, waar appellanten in persoon, bijgestaan door mr. D. Wintraecken, en verweerder, vertegenwoordigd door H.L.J. Zegers, ambtenaar van de gemeente, zijn verschenen.

2.    Overwegingen

2.1.    Appellanten voeren aan dat verweerder tot handhaving had moeten overgaan, omdat de inrichting zonder vergunning in werking is. Uit artikel 8.18, eerste lid, van de Wet milieubeheer vloeit volgens hen voort dat de voor de inrichting verleende vergunning van rechtswege is vervallen. Daartoe voeren appellanten in de eerste plaats aan dat de vereiste geluidwallen en geluidschermen nog niet volledig zijn gerealiseerd. Voorts betogen zij dat in de inrichting slechts zeer sporadisch activiteiten zijn verricht, namelijk uitsluitend tijdens enkele wedstrijddagen. De inrichting kan daarom volgens appellanten niet worden geacht te zijn voltooid en in werking te zijn gebracht.

2.1.1.    Verweerder stelt zich op het standpunt dat geen sprake is van een overtreding. Het feit dat de geluidwallen en geluidschermen nog niet geheel zijn aangelegd, brengt volgens hem niet mee dat de vergunning is vervallen. De crossbaan is als zodanig aanwezig en kan als circuit worden gebruikt. De inrichting is tussen 1 mei 2002 en 26 juni 2005 gedurende acht dagen voor wedstrijden in gebruik geweest; hiervoor zijn op grond van de Algemene Plaatselijke Verordening evenementenvergunningen verleend.

2.1.2.    Ingevolge artikel 8.18, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wet milieubeheer vervalt de vergunning voor een inrichting indien de inrichting niet binnen drie jaar nadat de vergunning onherroepelijk is geworden, is voltooid en in werking gebracht.

2.1.3.    Bij besluit van 29 augustus 2000 heeft verweerder aan de Oploose Motorcross Club een vergunning als bedoeld in artikel 8.1 van de Wet milieubeheer verleend voor het oprichten en in werking hebben van het motorcrossterrein. Bij uitspraak van 1 mei 2002 in zaak no. 200005043/1 heeft de Afdeling dit besluit vernietigd, voor zover in voorschrift 6.1.6 is bepaald dat de geluidwallen en geluidschermen gefaseerd mogen worden aangelegd; voor het overige is het besluit in stand gebleven. De vergunning is derhalve op 1 mei 2002 onherroepelijk geworden. Dit betekent dat de termijn van drie jaar als bedoeld in artikel 8.18, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wet milieubeheer op 1 mei 2005 is verstreken.

2.1.4.    In de aanvraag om vergunning, die aan het besluit van 1 mei 2002 ten grondslag ligt, zijn de geluidwallen en geluidschermen opgenomen. Blijkens die aanvraag worden de geluidwallen met daarop de geluidschermen rond nagenoeg het gehele raceparcours aangelegd en hebben zij een totale hoogte van 6 tot 7 meter. Gelet op de aard en functie daarvan en op de samenhang met de motorcrossbaan, vormen deze werken, zowel uit functioneel als bouwkundig oogpunt, een essentieel onderdeel van de inrichting. Daarbij neemt de Afdeling tevens in aanmerking dat bij het geheel of gedeeltelijk ontbreken van deze geluidwallen en -schermen, niet kan worden voldaan aan de in de vergunning opgenomen geluidgrenswaarden.

   Uit de stukken en het verhandelde ter zitting is gebleken dat op 1 mei 2005 de geluidwallen slechts voor ten hoogste 75% aanwezig waren en dat de geluidschermen nog geheel ontbraken. Onder deze omstandigheden en gelet op hetgeen hiervoor is overwogen was naar het oordeel van de Afdeling de inrichting op dat tijdstip niet voltooid in de zin van artikel 8.18, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wet milieubeheer. Dit brengt mee dat de vergunning met ingang van 1 mei 2005 van rechtswege is vervallen. Verweerder heeft dit in het bestreden besluit miskend. Het bestreden besluit berust daarom, in strijd met artikel 3:46 van de Algemene wet bestuursrecht, niet op een deugdelijke motivering.

2.2.    Het beroep is gegrond. Het bestreden besluit moet worden vernietigd.

2.3.    Verweerder dient op na te melden wijze in de proceskosten te worden veroordeeld.

3.    Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

I.    verklaart het beroep gegrond;

II.    vernietigt het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Sint Anthonis van 20 maart 2006, kenmerk Milieu/HZ06-229;

III.    veroordeelt het college van burgemeester en wethouders van Sint Anthonis tot vergoeding van bij appellanten in verband met de behandeling van het beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 644,00 (zegge: zeshonderdvierenveertig euro), geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand; het dient door de gemeente Sint Anthonis aan appellanten onder vermelding van het zaaknummer te worden betaald;

IV.    gelast dat de gemeente Sint Anthonis aan appellanten het door hen voor de behandeling van het beroep betaalde griffierecht ten bedrage van € 141,00 (zegge: honderdeenenveertig euro) vergoedt.

Aldus vastgesteld door mr. W. Konijnenbelt, Lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. F.B. van der Maesen de Sombreff, ambtenaar van Staat.

w.g. Konijnenbelt                       w.g. Van der Maesen de Sombreff

Lid van de enkelvoudige kamer   ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 31 januari 2007

190-483.