Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2007:AZ7426

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
31-01-2007
Datum publicatie
31-01-2007
Zaaknummer
200601111/1
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 11 juli 2005 heeft verweerder aan appellanten een last onder dwangsom wegens overtreding van artikel 5:20 van de Algemene wet bestuursrecht opgelegd.

Wetsverwijzingen
Algemene wet bestuursrecht
Algemene wet bestuursrecht 5:17
Algemene wet bestuursrecht 5:20
Algemene wet bestuursrecht 5:32
Wet milieubeheer
Wet milieubeheer 18.6
Besluit externe veiligheid inrichtingen
Besluit externe veiligheid inrichtingen 17
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AB 2007, 53 met annotatie van F.C.M.A. Michiels
Milieurecht Totaal 2007/689 met annotatie van M.J. van der Zijpp
JM 2007/66 met annotatie van Slappendel
JOM 2007/162
OGR-Updates.nl 1001342
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

200601111/1.

Datum uitspraak: 31 januari 2007

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

[appellanten], gevestigd te [plaats]

en

het college van burgemeester en wethouders van Spijkenisse,

verweerder.

1.    Procesverloop

Bij besluit van 11 juli 2005 heeft verweerder aan appellanten een last onder dwangsom wegens overtreding van artikel 5:20 van de Algemene wet bestuursrecht opgelegd.

Bij besluit van 21 november 2005, verzonden op 6 december 2005, heeft verweerder beslist op het door appellanten hiertegen gemaakte bezwaar en de last gedeeltelijk gewijzigd.

Tegen dit besluit hebben appellanten bij brief van 16 januari 2006, die bij de rechtbank Rotterdam is ingekomen op 18 januari 2006 en door de rechtbank aan de Afdeling is gezonden, beroep ingesteld. Appellanten hebben hun beroep aangevuld bij brief van 2 maart 2006.

Bij brief van 14 februari 2006 heeft verweerder een verweerschrift ingediend.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 7 december 2006, waar  appellanten, vertegenwoordigd door mr. A. Bakker, en verweerder, vertegenwoordigd door mr. F.C. Polet, ing. F.H. Jansen, R. van Kasteele en P.C.J. van den Bergh, zijn verschenen

2.    Overwegingen

2.1.    Een toezichthouder van verweerder heeft appellanten verzocht om inzage van de LPG-doorzetgegevens van een door appellanten gedreven tankstation. Deze gegevens acht verweerder nodig in verband met de uitvoering van artikel 17 van het Besluit externe veiligheid inrichtingen (hierna: het BEVI). Dit artikel verplicht verweerder, kort weergegeven,  ervoor te zorgen dat in de daarin vermelde gevallen het plaatsgebonden risico van inrichtingen de grenswaarde niet meer overschrijdt. Appellanten hebben inzage van de gegevens geweigerd. Dit is volgens verweerder een overtreding van artikel 5:20, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht. Hij heeft appellanten onder dwangsom gelast alsnog inzage te geven.

2.2.    Ingevolge artikel 5:17, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht is een toezichthouder bevoegd inzage te vorderen van zakelijke gegevens en bescheiden.

   Ingevolge artikel 5:20, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht is een ieder verplicht aan een toezichthouder binnen de door hem gestelde redelijke termijn alle medewerking te verlenen die deze redelijkerwijs kan vorderen bij de uitoefening van zijn bevoegdheden.

   Ingevolge artikel 18.6 van de Wet milieubeheer is een bevoegd gezag bevoegd tot toepassing van bestuursdwang ter handhaving van artikel 5:20, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, voor zover het betreft de verplichting tot het verlenen van medewerking aan de krachtens artikel 18.4 aangewezen ambtenaren. Deze ambtenaren zijn onder meer belast met het toezicht op de naleving van de bij of krachtens de Wet milieubeheer gestelde regels.    

   Ingevolge artikel 5:32, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht kan een bestuursorgaan dat bevoegd is bestuursdwang toe te passen in plaats daarvan aan de overtreder een last onder dwangsom opleggen.    

2.3.    Appellanten betogen dat niet de Afdeling maar de rechtbank bevoegd is om het geding te behandelen. Het dwangsombesluit vindt volgens hen geen grondslag in milieuwetgeving, maar houdt verband met doelstellingen van ruimtelijke ordening.

2.3.1.    Het besluit tot handhaving van artikel 5:20 van de Algemene wet bestuursrecht is genomen in het kader van de uitvoering van het mede op de Wet milieubeheer gebaseerde BEVI. De inzage is derhalve gevorderd in het kader van (vermeend) toezicht op de bij of krachtens de Wet milieubeheer gestelde regels, zodat het handhavingsbesluit is gebaseerd op artikel 18.6 van de Wet milieubeheer.

   Tegen besluiten op grond van de Wet milieubeheer kan ingevolge artikel 20.1 van die wet beroep worden ingesteld bij de Afdeling. Gelet hierop is de Afdeling bevoegd het geding te behandelen.

2.4.    Ten aanzien van de vraag of artikel 5:20 van de Algemene wet bestuursrecht is overtreden, overweegt de Afdeling als volgt.

2.4.1.    Artikel 5:20 van de Algemene wet bestuursrecht verplicht tot het verlenen van medewerking aan een toezichthouder, maar slechts voor zover de toezichthouder die medewerking bij de uitoefening van zijn in afdeling 5.2 (Toezicht op de naleving) van deze wet geregelde bevoegdheden kan vorderen.

   Zoals ook uit de wetsgeschiedenis (Kamerstukken II, 23 700, nr. 3, p. 140 en nr. 5, p. 56-57) blijkt, heeft afdeling 5.2 betrekking op toezicht op de naleving van wettelijke voorschriften die tot burgers en bedrijven zijn gericht. Afdeling 5.2 is niet van toepassing op (toezicht op) uitvoering van wettelijke voorschriften door de overheid, zoals het verzamelen van gegevens die de overheid in verband met de uitvoering van wettelijke voorschriften nodig heeft.

   De inzage van de LPG-doorzetgegevens is niet gevraagd in verband met het toezicht op de naleving door appellanten van de voor het tankstation verleende milieuvergunning of van enig andere tot hen gerichte norm. Inzage is gevraagd in verband met de uitvoering van een ingevolge artikel 17 van het BEVI op verweerder rustende verplichting. Gelet hierop is er geen sprake van het in afdeling 5.2 van de Algemene wet bestuursrecht geregelde toezicht op de naleving. Bij gebreke van een wettelijke grondslag daarvoor kon de toezichthouder niet de medewerking van appellanten vorderen bij de inzage van de LPG-doorzetgegevens. Verweerder heeft daarom ten onrechte geconcludeerd dat artikel 5:20 van de Algemene wet bestuursrecht is overtreden, en zich dus ten onrechte bevoegd geacht tot het opleggen van een last onder dwangsom.

2.5.    Het beroep is gegrond. De bestreden beslissing op bezwaar komt voor vernietiging in aanmerking. De Afdeling zal op hierna te melden wijze in de zaak voorzien.

2.6.    Verweerder dient op na te melden wijze in de proceskosten te worden veroordeeld.

3.    Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

I.    verklaart het beroep gegrond;

II.    vernietigt het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Spijkenisse van 21 november 2005, kenmerk B6/05-304;

III.    herroept het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Spijkenisse van 11 juli 2005, kenmerk R5ROM/ND;

IV.    bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde besluit;

V.    veroordeelt het college van burgemeester en wethouders van Spijkenisse tot vergoeding van bij appellanten in verband met de behandeling van het beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 644,00 (zegge: zeshonderdvierenveertig euro), geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand; het dient door de gemeente Spijkenisse aan appellanten onder vermelding van het zaaknummer te worden betaald;

VI.    gelast dat de gemeente Spijkenisse aan appellanten het door hen voor de behandeling van het beroep betaalde griffierecht ten bedrage van € 276,00 (zegge: tweehonderdzesenzeventig euro) vergoedt.

Aldus vastgesteld door mr. W. Konijnenbelt, Voorzitter, en mr. J.R. Schaafsma en mr. H.P.J.A.M. Hennekens, Leden, in tegenwoordigheid van mr. M.J. van der Zijpp, ambtenaar van Staat.

w.g. Konijnenbelt        w.g. Van der Zijpp

Voorzitter       ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 31 januari 2007

262-529.