Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2007:AZ6860

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
19-01-2007
Datum publicatie
24-01-2007
Zaaknummer
200608047/2
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 26 april 2006 heeft de gemeenteraad van Nijmegen, op voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 28 februari 2006, het bestemmingsplan "Nijmegen Midden" vastgesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

200608047/2.

Datum uitspraak: 19 januari 2007

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen onder meer:

[verzoekster], gevestigd te [plaats],

en

het college van gedeputeerde staten van Gelderland,

verweerder.

1.    Procesverloop

Bij besluit van 26 april 2006 heeft de gemeenteraad van Nijmegen, op voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 28 februari 2006, het bestemmingsplan "Nijmegen Midden" vastgesteld.

Verweerder heeft bij zijn besluit van 3 oktober 2006, kenmerk 2006-011279, beslist over de goedkeuring van het bestemmingsplan.

Tegen dit besluit heeft onder meer verzoekster bij brief van 15 november 2006, bij de Raad van State ingekomen op 16 november 2006, beroep ingesteld.

Bij brief van 15 november 2006, bij de Raad van State ingekomen op 16 november 2006, heeft verzoekster de Voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De Voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 12 januari 2007, waar verzoekster, vertegenwoordigd door P.C. de Ley en drs. F. Damen, en verweerder, vertegenwoordigd door P.G.A.L. Evers, ambtenaar van de provincie, zijn verschenen. Voorts is als partij gehoord de gemeenteraad van Nijmegen, vertegenwoordigd door ing. M.A. Versleijen, ambtenaar van de gemeente.

2.    Overwegingen

2.1.    Het oordeel van de Voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.

2.2.    Verzoekster stelt in beroep dat verweerder ten onrechte goedkeuring heeft verleend aan de plandelen met de bestemmingen "Centrumdoeleinden 1" en "Groen" op haar gronden aan de Groenestraat. Volgens haar maken deze bestemmingen het onmogelijk het gebied te ontwikkelen zoals zij dat wenst en belemmeren ze het gebruik dat zij thans van deze gronden maakt. Zij verzoekt daarom de goedkeuring van deze plandelen te schorsen.

2.3.    Voor zover verzoekster met het verzoek om voorlopige voorziening beoogt te bereiken dat haar ontwikkelingsplannen alsnog mogelijk worden gemaakt, overweegt de Voorzitter dat ook het vorige bestemmingsplan op deze gronden de ontwikkeling die verzoekster wenst niet mogelijk maakte. Verzoekster is derhalve niet gebaat bij schorsing van het bestreden besluit in zoverre. Met schorsing wordt immers verwezenlijking van het door verzoekster gewenste gebruik niet mogelijk. Een voorlopige voorziening die dat mogelijk maakt, is te verstrekkend. Overigens is ter zitting gebleken dat verzoekster nog geen concrete bouwplannen heeft.

2.4.    Voorts is een groot deel van de betrokken gronden bij verzoekster in eigendom, zodat niet behoeft te worden gevreesd dat zich ter plaatse zonder haar toestemming ontwikkelingen kunnen voordoen die het gebruik dat zij thans van de gronden maakt, belemmeren. Gelet hierop ontbreekt tevens de voor het treffen van een voorlopige voorziening vereiste spoed.

2.5.    Gelet op het vorenstaande ziet de Voorzitter aanleiding het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening af te wijzen.

2.6.    Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3.    Beslissing

De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. M. Oosting, als Voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. B.C. Bosnjakovic, ambtenaar van Staat.

w.g. Oosting          w.g. Bosnjakovic

Voorzitter        ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 19 januari 2007

410