Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2007:AZ5841

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
02-01-2007
Datum publicatie
10-01-2007
Zaaknummer
200608472/2
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 12 april 2005 heeft het college van burgemeester en wethouders van Sint-Oedenrode (hierna: het college) aan verzoekster een last onder dwangsom opgelegd tot het staken van de bewoning van het bijgebouw achter de woning op het perceel [locatie] te [plaats] (hierna: het perceel).

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

200608472/2.

Datum uitspraak: 2 januari 2007

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) hangende het hoger beroep van:

[verzoekster], wonend te [woonplaats],

tegen de uitspraak in zaak no. AWB 05/3725 van de rechtbank

's-Hertogenbosch van 30 oktober 2006 in het geding tussen:

verzoekster

en

het college van burgemeester en wethouders van Sint-Oedenrode.

1.    Procesverloop

Bij besluit van 12 april 2005 heeft het college van burgemeester en wethouders van Sint-Oedenrode (hierna: het college) aan verzoekster een last onder dwangsom opgelegd tot het staken van de bewoning van het bijgebouw achter de woning op het perceel [locatie] te [plaats] (hierna: het perceel).

Bij besluit van 4 oktober 2005 heeft het college, voor zover thans van belang, het door verzoekster daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 30 oktober 2006, verzonden op 7 november 2006, heeft de rechtbank 's-Hertogenbosch (hierna: de rechtbank) het door verzoekster daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard.

Tegen deze uitspraak heeft verzoekster bij brief van 23 november 2006, bij de Raad van State ingekomen op dezelfde dag, hoger beroep ingesteld.

Bij brief van 23 november 2006, bij de Raad van State ingekomen op dezelfde dag, heeft verzoekster de Voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De Voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 20 december 2006, waar verzoekster, in persoon en bijgestaan door mr. C.A.M.J. de Wit, advocaat te Uden, en het college, vertegenwoordigd door mr. M.H.J. van Els, ambtenaar van de gemeente, zijn verschenen.

2.    Overwegingen

2.1.    Ingevolge het ter plaatse geldende bestemmingsplan "Buitengebied 1997" rust op het perceel de bestemming "Woondoeleinden". Het bijgebouw dat door verzoekster wordt bewoond is gesitueerd in het deelvlak "achtertuin". Aan de last onder dwangsom is ten grondslag gelegd dat verzoekster in strijd met artikel 22a van de planvoorschriften het bijgebouw gebruikt ten behoeve van bewoning. Tussen partijen is niet in geschil dat het bijgebouw in elk geval sinds 1986 door verzoekster wordt bewoond.

2.2.    Na afweging van het belang van het college bij handhaving van de toepasselijke regelgeving tegen het belang van verzoekster, mede gelet op de reeds verstreken periode sinds verzoekster het bijgebouw gebruikt voor bewoning, valt niet in te zien dat de uitvoering van de thans in geding zijnde last zodanig spoedeisend is, dat de uitspraak in de bodemprocedure niet kan worden afgewacht. Gelet hierop, en in aanmerking nemend dat niet is gebleken van belangen van derden die zich daartegen verzetten, bestaat aanleiding voor het treffen van de na te melden voorlopige voorziening.

2.3.    Het college dient op na te melden wijze in de proceskosten te worden veroordeeld.

3.    Beslissing

De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I.    schorst bij wijze van voorlopige voorziening het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Sint-Oedenrode van 4 oktober 2005, kenmerk 05/2877, alsmede het besluit van 12 april 2005, kenmerk OA2005.008;

II.    veroordeelt het college van burgemeester en wethouders van Sint-Oedenrode tot vergoeding van bij verzoekster in verband met de behandeling van het verzoek opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 674,10 (zegge: zeshonderdvierenzeventig euro en tien cent), waarvan een gedeelte groot € 644,00 is toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand; het dient door de gemeente Sint-Oedenrode aan verzoekster onder vermelding van het zaaknummer te worden betaald;

III.    gelast dat de gemeente Sint-Oedenrode aan verzoekster het door haar voor de behandeling van het verzoek betaalde griffierecht ten bedrage van € 211,00 (zegge: tweehonderdelf euro) vergoedt.

Aldus vastgesteld door mr. H.G. Lubberdink, als Voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. E.E. van der Vlis, ambtenaar van Staat.

w.g. Lubberdink            w.g. Van der Vlis

Voorzitter         ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 2 januari 2007

430