Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2006:AZ5158

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
19-12-2006
Datum publicatie
27-12-2006
Zaaknummer
200603662/2
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 8 juni 2004 heeft verzoeker een verzoek van [wederpartij], h.o.d.n. Inimini Kinderkleding, om vergoeding van schade afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

200603662/2.

Datum uitspraak: 19 december 2006

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) hangende het hoger beroep van:

het college van burgemeester en wethouders van Boskoop,

verzoeker,

tegen de uitspraak in zaak no. AWB 05/471 van de rechtbank 's-Gravenhage van 5 april 2006 in het geding tussen:

[wederpartij], h.o.d.n. Inimini Kinderkleding,

en

verzoeker.

1.    Procesverloop

Bij besluit van 8 juni 2004 heeft verzoeker een verzoek van [wederpartij], h.o.d.n. Inimini Kinderkleding, om vergoeding van schade afgewezen.

Bij besluit van 4 januari 2005 heeft verzoeker, voor zover thans van belang, het door [wederpartij] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 5 april 2006, verzonden op 6 april 2006, heeft de rechtbank 's-Gravenhage (hierna: de rechtbank) het door [wederpartij] daartegen ingestelde beroep gegrond verklaard, dat besluit vernietigd en verzoeker opgedragen een nieuw besluit op het gemaakte bezwaar te nemen met inachtneming van hetgeen in de uitspraak is overwogen.

Tegen deze uitspraak heeft verzoeker bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 17 mei 2006, hoger beroep ingesteld. De gronden van het beroep zijn aangevuld bij brief van 15 juni 2006.

Bij brief van 13 juli 2006 heeft [wederpartij] van antwoord gediend.

Nadien heeft verzoeker de Voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De Voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 14 december 2006, waar verzoeker, vertegenwoordigd door mr. M.H. Fleers, advocaat te Den Haag, bijgestaan door bc. P.M. Lensink, ambtenaar in dienst van de gemeente, en mr. A.L.J.M. Boontjes en drs. P.A.J.M. van Bragt, beiden werkzaam bij de Stichting Adviesbureau Onroerende Zaken, en [wederpartij], vertegenwoordigd door [gemachtigde], zijn verschenen.

2.    Overwegingen

2.1.    Het verzoek heeft geen verdere strekking dan dat bij wijze van voorlopige voorziening wordt bepaald dat verzoeker in afwachting van de uitkomst van het door hem ingestelde hoger beroep geen gevolg hoeft te geven aan de uitspraak van de rechtbank van 5 april 2006 en derhalve geen nieuwe beslissing op het bezwaar hoeft te nemen.

   [wederpartij] heeft geen bezwaren geuit tegen het treffen van de gevraagde voorziening. Gelet hierop en nu het bodemgeschil heden ter zitting is behandeld en daarin, naar verwachting, op korte termijn uitspraak zal worden gedaan, ziet de Voorzitter aanleiding na te melden voorziening te treffen.

2.2.    Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3.    Beslissing

De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

bepaalt bij wijze van voorlopige voorziening dat verzoeker geen nieuwe beslissing op het bezwaar van [wederpartij] hoeft te nemen, voordat de Afdeling op het hoger beroep heeft beslist.

Aldus vastgesteld door mr. R.W.L. Loeb, als Voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. B.F.C. van Rheenen, ambtenaar van Staat.

w.g. Loeb            w.g. Van Rheenen

Voorzitter      ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 19 december 2006

385