Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2006:AZ5153

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
19-12-2006
Datum publicatie
27-12-2006
Zaaknummer
200600082/4
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Bij uitspraak van 26 april 2006, in zaak no. 200600082/2, heeft de Voorzitter bij wijze van voorlopige voorziening het besluit van verweerder van 22 november 2005, 2005REG00324i, geschorst, voor zover het de plandelen betreft die op de bij die uitspraak behorende kaarten 1 en 2 zijn aangegeven. De uitspraak is aangehecht.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

200600082/4.

Datum uitspraak: 19 december 2006

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek van:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

"De Bocht van Maarssen B.V.", gevestigd te Maarssen,

verzoeker,

om opheffing (artikel 8:87 van de Algemene wet bestuursrecht) van de bij uitspraak van 26 april 2006, in zaak no. 200600082/2, getroffen voorlopige voorziening in het geding tussen onder meer:

1.    [wederpartij sub 1] en anderen, wonend te [woonplaatsen],

2.    de raad van de gemeente Utrecht,

en

het college van gedeputeerde staten van Utrecht,

verweerder.

1.    Procesverloop

Bij uitspraak van 26 april 2006, in zaak no. 200600082/2, heeft de Voorzitter bij wijze van voorlopige voorziening het besluit van verweerder van 22 november 2005, 2005REG00324i, geschorst, voor zover het de plandelen betreft die op de bij die uitspraak behorende kaarten 1 en 2 zijn aangegeven. De uitspraak is aangehecht.

Bij brief van 15 november 2006, bij de Raad van State ingekomen op dezelfde dag, heeft verzoeker de Voorzitter verzocht deze voorlopige voorziening op te heffen.

Overwegingen

2.1.    De Voorzitter doet uitspraak zonder zitting.

2.2.    Verzoeker stelt dat de gemeenteraad van Utrecht zijn beroep tegen het hiervoor genoemde besluit heeft ingetrokken, zodat deze thans geen belang meer heeft bij handhaving van de getroffen voorlopige voorziening. Door deze intrekking is voorts de grondslag voor de toewijzing van het verzoek om voorlopige van [wederpartij sub 1] en anderen vervallen, aldus verzoeker. Gelet hierop, en op de grote belangen die met uitvoering van het plan zijn gediend, verzoekt hij om opheffing van de getroffen voorlopige voorziening.

2.3.    Bij brief van 9 november 2006 is het beroep van de gemeenteraad van Utrecht tegen het besluit van het college van gedeputeerde staten van Utrecht omtrent goedkeuring van het bestemmingsplan "Maarssen-Zuid" ingetrokken. Gelet op artikel 8:85, tweede lid, onder b, van de Algemene wet bestuursrecht, is de getroffen voorlopige voorziening, voor zover die berust op toewijzing van het verzoek van de gemeenteraad van Utrecht, van rechtswege vervallen.

   Gelet hierop, alsmede op het gegeven dat de toewijzing van het verzoek om voorlopige voorziening van [wederpartij sub 1] en anderen blijkens overweging 2.11 van de uitspraak van 26 april 2006, uitsluitend zijn grondslag vindt in de toewijzing van het verzoek van de gemeenteraad van Utrecht, is het verzoek kennelijk gegrond, en dient thans de in verband met het verzoek van [wederpartij sub 1] en anderen getroffen voorlopige voorziening te worden opgeheven.

3.    Beslissing

De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

heft de voorlopige voorziening, getroffen bij uitspraak van de Voorzitter van 26 april 2006, in zaak no. 200600082/2, op.

Aldus vastgesteld door mr. B.J. van Ettekoven, Voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. W.H. Tulmans, ambtenaar van Staat.

w.g. Van Ettekoven             w.g. Tulmans

Voorzitter     ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 19 december 2006

381.