Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2006:AZ4287

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
13-12-2006
Datum publicatie
13-12-2006
Zaaknummer
200601057/1
Rechtsgebieden
Omgevingsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 14 februari 2005 heeft het college van burgemeester en wethouders van Weert (hierna: het college) aan de vereniging "Bouwvereniging Weert", handelend onder de naam Wonen Limburg, (hierna: Wonen Limburg) voor 1 jaar bouwvergunning verleend voor het verbouwen van het pand Wilhelminasingel 10 te Weert tot tijdelijke opvang voor verslaafden en dak- en thuislozen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

200601057/1.

Datum uitspraak: 13 december 2006

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

- [appellant 1],

- [appellant 2],

- [appellante 3]

- [appellant 4],

- [appellant 5],

- [appellante 6]

- [appellant 7]

- [appellante 8]

- [appellant 9]

   allen wonend of gevestigd te Weert,

tegen de uitspraak in zaak no. AWB 05/749 van de rechtbank Roermond van 21 december 2005 in het geding tussen:

appellanten

en

het college van burgemeester en wethouders van Weert.

1.    Procesverloop

Bij besluit van 14 februari 2005 heeft het college van burgemeester en wethouders van Weert (hierna: het college) aan de vereniging "Bouwvereniging Weert", handelend onder de naam Wonen Limburg, (hierna: Wonen Limburg) voor 1 jaar bouwvergunning verleend voor het verbouwen van het pand Wilhelminasingel 10 te Weert tot tijdelijke opvang voor verslaafden en dak- en thuislozen.

Bij besluit van 26 april 2005 heeft het college het daartegen door onder meer appellanten gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 21 december 2005, verzonden op 2 januari 2006, heeft de rechtbank Roermond (hierna: de rechtbank) het daartegen door appellanten ingestelde beroep gegrond verklaard, dat besluit vernietigd en verweerder opgedragen een nieuw besluit op het gemaakte bezwaar te nemen met inachtneming van hetgeen in de uitspraak is overwogen. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak hebben appellanten bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 7 februari 2006, hoger beroep ingesteld. De gronden van het beroep zijn aangevuld bij brief van 10 april 2006. Deze brieven zijn aangehecht.

Bij brief van 23 mei 2006 heeft het college van antwoord gediend.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 3 november 2006, waar appellanten, vertegenwoordigd door mr. T.J.P. Jeltema, advocaat te Veldhoven, het college, vertegenwoordigd door mr. M.J. Jans, ambtenaar in dienst van de gemeente, en Wonen Limburg, vertegenwoordigd door haar [manager] algemene zaken zijn verschenen.

Buiten bezwaar van partijen heeft Wonen Limburg nog een stuk in het geding gebracht.

   

2.    Overwegingen

2.1.    Het college heeft op 17 januari 2006 een nieuwe beslissing op het gemaakte bezwaar genomen. Daarbij is het besluit van 14 februari 2005 ingetrokken en is alsnog bouwvergunning voor het bouwplan geweigerd. Dit betekent dat geheel aan het bezwaar van appellanten tegemoet is gekomen. Nu door hen met het hoger beroep niet méér kan worden bereikt, dan door het besluit van 17 januari 2006 is gebeurd, hebben zij daarbij geen belang.

   Dat, naar ter zitting is verklaard, Wonen Limburg op 3 februari 2006 een nieuwe aanvraag om verlening van bouwvergunning voor het verbouwen van het pand Wilhelminasingel 10 tot opvang voor verslaafden en dak- en thuislozen heeft ingediend en het college bij besluit van 9 mei 2006 zodanige bouwvergunning heeft verleend, maakt dit niet anders. Het in de aangevallen uitspraak van 21 december 2005 gegeven oordeel dat het daarin aan de orde zijnde bouwplan niet in strijd is met het bestemmingsplan heeft geen betekenis voor een eventuele rechterlijke toetsing van een eventuele handhaving van dat besluit in bezwaar.

2.2.    Het hoger beroep van appellanten is niet-ontvankelijk.

2.3.    Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3.    Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.

Aldus vastgesteld door mr. R.W.L. Loeb, Voorzitter, en mr. T.M.A. Claessens en mr. D. Roemers, Leden, in tegenwoordigheid van mr. L.E.M. Wilbers-Taselaar, ambtenaar van Staat.

w.g. Loeb w.g. Wilbers-Taselaar

Voorzitter     ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 13 december 2006

71-507.