Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2006:AZ2788

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
22-11-2006
Datum publicatie
22-11-2006
Zaaknummer
200601581/1
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Herziening
Inhoudsindicatie

Bij uitspraak van 2 november 2005, in zaak no. 200502610/1, heeft de Afdeling het hoger beroep gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank Maastricht van 11 februari 2005, AWB 04/1223, vernietigd, het besluit van 6 juli 2004, 04/126607, vernietigd en het bij de rechtbank ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

200601581/1.

Datum uitspraak: 22 november 2006

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het verzoek van:

[verzoeker], wonend te [woonplaats],

om herziening (artikel 8:88 van de Algemene wet bestuursrecht) van de uitspraak van de Afdeling van 2 november 2005, in zaak no. 200502610/1.

1.    Procesverloop

Bij uitspraak van 2 november 2005, in zaak no. 200502610/1, heeft de Afdeling het hoger beroep gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank Maastricht van 11 februari 2005, AWB 04/1223, vernietigd, het besluit van 6 juli 2004, 04/126607, vernietigd en het bij de rechtbank ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Bij brief van 15 februari 2006 heeft verzoeker de Afdeling verzocht die uitspraak te herzien. Deze brief is aangehecht.

Bij brieven van 4 april 2006 en 8 mei 2006 heeft verzoeker nadere stukken ingediend. Een afschrift daarvan is aan het college van burgemeester en wethouders van Sittard-Geleen (hierna: het college) en de erven van [partij] toegezonden.

Bij brief van 21 april 2006 heeft het college van antwoord gediend.

Bij brief van 24 april 2006 hebben de erven van [partij] een reactie ingediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft het verzoek ter zitting behandeld op 17 oktober 2006, waar verzoeker in persoon, vertegenwoordigd door [gemachtigde], en het college, vertegenwoordigd door J.E. Day, ambtenaar der gemeente, zijn verschenen.

Voorts zijn de erven van [partij], vertegenwoordigd door [gemachtigde], ter zitting gehoord.

2.    Overwegingen

2.1.    Ingevolge artikel 8:88, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) kan de Afdeling op verzoek van een partij een onherroepelijk geworden uitspraak herzien op grond van feiten of omstandigheden die:

a. hebben plaatsgevonden vóór de uitspraak,

b. bij de indiener van het verzoekschrift vóór de uitspraak niet bekend waren en redelijkerwijs niet bekend konden zijn, en

c. waren zij bij de Afdeling eerder bekend geweest, tot een andere uitspraak zouden hebben kunnen leiden.

2.2.    Verzoeker heeft aan zijn verzoek om herziening ten grondslag gelegd dat hij ter zitting van de Afdeling op 26 september 2005 onvoldoende mogelijkheid heeft gekregen zijn standpunt toe te lichten, dat het proces-verbaal van die zitting onvolledig en op onderdelen onjuist is en dat het procesverloop van de uitspraak van de Afdeling van 2 november 2005, in zaak no. 200502610/1, onjuistheden bevat.

2.2.1.    Wat er overigens ook zij van dit betoog, het betreft hier geen feiten of omstandigheden als bedoeld in artikel 8:88, eerste lid, van de Awb.

2.3.    Voorts stelt verzoeker in zijn verzoekschrift dat de Afdeling er ten onrechte van is uitgegaan dat de oppervlakte van het bijgebouw waarvoor vrijstelling en bouwvergunning zijn geweigerd, na realisering van de uitbreiding groter dan 50 m² zal zijn en voert hij aan dat, anders dan waar de Afdeling van is uitgegaan, de door hem genoemde gevallen op diverse locaties in de gemeente Sittard-Geleen, wel op één lijn zijn te stellen met dat van verzoeker.

2.3.1.    Het bijzondere rechtsmiddel van herziening dient er niet toe om een geschil waarin is beslist, naar aanleiding van de uitspraak opnieuw aan de rechter voor te leggen. Het middel biedt een partij derhalve niet de mogelijkheid argumenten die in een eerdere procedure naar voren zijn gebracht of hadden kunnen worden gebracht, opnieuw onderscheidenlijk alsnog naar voren te brengen. Hetgeen door verzoeker is aangevoerd met betrekking tot de oppervlakte van het bijgebouw en met betrekking tot bijgebouwen elders in de gemeente kan, nu hiermee wordt beoogd de discussie over de zaak te heropenen zonder dat sprake is van feiten of omstandigheden als bedoeld in artikel 8:88, eerste lid, van de Awb, evenmin tot herziening van de uitspraak van 2 november 2005 leiden.

   Ter zitting van de Afdeling is door verzoeker nog gewezen op ontwikkelingen die zich na de eerdergenoemde uitspraak van 2 november 2005 hebben voorgedaan. Ook deze ontwikkelingen betreffen geen feiten of omstandigheden als bedoeld in voormelde bepaling.  

2.4.     Gelet op het vorenstaande dient het verzoek te worden afgewezen.

2.5.    Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3.    Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. W. van den Brink, Lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. J.H. Roelfsema, ambtenaar van Staat.

w.g. Van den Brink w.g. Roelfsema

Lid van de enkelvoudige kamer    ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 22 november 2006

58-423.