Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2006:AZ1248

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
23-10-2006
Datum publicatie
01-11-2006
Zaaknummer
200607598/1
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Op 13 oktober 2006 heeft verweerder (hierna: het hoofdstembureau) beslist over de geldigheid van de kandidatenlijsten voor de verkiezing van de leden van de Tweede Kamer der Staten-Generaal in de kieskring 's-Gravenhage, over het handhaven van de daarop voorkomende kandidaten, alsmede over het handhaven van de daarboven geplaatste aanduiding van een politieke groepering.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

200607598/1.

Datum uitspraak: 23 oktober 2006

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

de vereniging "Partij voor de Dieren", gevestigd te Amsterdam,

appellante,

en

het hoofdstembureau voor de verkiezing van de leden van de Tweede Kamer der Staten-Generaal in kieskring 12 te 's-Gravenhage,

verweerder.

1.    Procesverloop

Op 13 oktober 2006 heeft verweerder (hierna: het hoofdstembureau) beslist over de geldigheid van de kandidatenlijsten voor de verkiezing van de leden van de Tweede Kamer der Staten-Generaal in de kieskring 's-Gravenhage, over het handhaven van de daarop voorkomende kandidaten, alsmede over het handhaven van de daarboven geplaatste aanduiding van een politieke groepering.

Tegen dit besluit heeft appellante bij brief, bij de Raad van State per fax ingekomen op 17 oktober 2006, beroep ingesteld. De gronden zijn aangevuld op 18 oktober 2006.

Op 19 oktober 2006 heeft het hoofdstembureau een verweerschrift ingediend.

Op 19 oktober 2006 heeft de Kiesraad, daartoe door de Afdeling verzocht met overeenkomstige toepassing van artikel 8:45, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, een zienswijze ingediend.

Op 19 oktober 2006 heeft appellante een nader stuk ingediend.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 20 oktober 2006, waar appellante, vertegenwoordigd door haar voorzitter mr. M.L. Thieme en M.F. van Keulen, kandidaat op de kandidatenlijst van appellante, en het hoofdstembureau, vertegenwoordigd door R.J. van der Velde, werkzaam bij de gemeente Den Haag, zijn verschenen. Voorts is daar gehoord de Kiesraad, vertegenwoordigd door mr. J. Schipper-Spanninga, secretaris-directeur.

2.    Overwegingen

2.1.    Ingevolge artikel H 1, eerste lid, van de Kieswet, voor zover thans van belang, kunnen op de dag van de kandidaatstelling bij de voorzitter van het hoofdstembureau of bij het door deze aan te wijzen lid van dat bureau, op de secretarie van de gemeente waar dit bureau is gevestigd, van negen tot vijftien uur, kandidatenlijsten worden ingeleverd.

   Ingevolge artikel H 8 van de Kieswet wordt de wijze waarop kandidaten op de lijst worden vermeld geregeld bij algemene maatregel van bestuur.

   Ingevolge artikel H 9, eerste lid, van de Kieswet wordt bij de lijst overgelegd een schriftelijke verklaring van iedere daarop voorkomende kandidaat dat hij instemt met zijn kandidaatstelling op deze lijst.

   Ingevolge het derde lid van dat artikel, voor zover thans van belang, wordt bij de lijst van iedere kandidaat die geen zitting heeft in het vertegenwoordigend orgaan waarvoor de verkiezing wordt gehouden, tevens een kopie van een geldig legitimatiebewijs overgelegd.

   Ingevolge artikel I 1, eerste lid, van de Kieswet houdt het hoofdstembureau op de dag van de kandidaatstelling, om zestien uur, een zitting tot het onderzoeken van de kandidatenlijsten.

   Ingevolge artikel I 2, eerste lid, aanhef en onder c, van de Kieswet geeft het hoofdstembureau, indien bij het onderzoek blijkt dat een kandidaat niet is vermeld overeenkomstig het bepaalde krachtens artikel H 8, onverwijld kennis aan degene die de lijst heeft ingeleverd.

   Ingevolge het tweede lid van dat artikel kan degene die de lijst heeft ingeleverd uiterlijk op de derde dag na de kandidaatstelling het verzuim of de verzuimen in de kennisgeving aangeduid, herstellen ter secretarie van de gemeente waar het hoofdstembureau is gevestigd, op de eerste en tweede dag van negen tot zeventien uur en op de derde dag van negen tot vijftien uur.

   Ingevolge artikel I 4 van de Kieswet, voor zover thans van belang, beslist het hoofdstembureau op de derde dag na de kandidaatstelling in een openbare zitting die om zestien uur aanvangt, over de geldigheid van de lijsten.

   Ingevolge artikel I 6, eerste lid, aanhef en onder a, van de Kieswet schrapt het hoofdstembureau van de lijst de naam van de kandidaat die niet is vermeld overeenkomstig het bepaalde krachtens artikel H 8.

2.2.    Ingevolge artikel H 2, eerste lid, van het Kiesbesluit - de algemene maatregel van bestuur als bedoeld in artikel H 8 van de Kieswet - wordt een kandidaat op de kandidatenlijst vermeld met naam, voorletters, geboortedatum, adres en woonplaats. Achter de voorletters kan tussen haakjes de roepnaam van de kandidaat worden vermeld.

   Ingevolge het tweede lid van dat artikel mogen nadere aanduidingen van de naam, mits op de gebruikelijke wijze afgekort, aan de naam worden toegevoegd.

   Ingevolge het derde lid van dat artikel wordt een persoon die gehuwd is of gehuwd is geweest, dan wel wiens partnerschap geregistreerd is of geregistreerd is geweest, op de lijst vermeld hetzij met de eigen geslachtsnaam, hetzij, voor zover hij daartoe op grond van artikel 9 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek bevoegd is, met de geslachtsnaam van de echtgenoot of geregistreerde partner, dan wel met de eigen geslachtsnaam door middel van een liggend streepje gevolgd door of voorafgegaan door de geslachtsnaam van de echtgenoot of geregistreerde partner.

2.3.    Op de door appellante in kieskring 12 op 10 oktober 2006 ingeleverde kandidatenlijst was op nummer 20 als kandidaat "van Keulen, M.F. (Mensje) (v)" vermeld. Volgens het proces-verbaal van de zitting van het hoofdstembureau die overeenkomstig artikel I 1 van de Kieswet is gehouden, heeft het hoofdstembureau geconstateerd dat die kandidaat niet was vermeld overeenkomstig het bepaalde in artikel H 8. Na door het hoofdstembureau op dit verzuim te zijn gewezen, heeft appellante op 11 oktober 2006 een nieuwe instemmingsverklaring als bedoeld in artikel H 9, eerste lid, van de Kieswet ingeleverd waarop de kandidaat op nummer 20 is vermeld als "van der Steen, M.F. (Mensje) (v)". Naar aanleiding van deze verklaring heeft het hoofdstembureau de tenaamstelling van kandidaat nummer 20 op de kandidatenlijst van appellante dienovereenkomstig gewijzigd.

2.4.    Appellante betoogt dat het hoofdstembureau ten onrechte heeft geconstateerd dat de tenaamstelling op de op 10 oktober 2006 ingediende kandidatenlijst van kandidaat nummer 20 onjuist was en dat derhalve geen sprake was van een verzuim dat hersteld zou moeten worden. Daartoe voert zij ten eerste aan dat die kandidaat op de kandidatenlijst voor de verkiezingen van het Europees Parlement wel is vermeld als Mensje van Keulen en dat niet valt in te zien waarom dit thans niet zou zijn toegestaan. Ten tijde van de inlevering van de kandidatenlijst voor de verkiezingen van het Europees Parlement was die kandidaat op dezelfde wijze opgenomen in de gemeentelijke basisadministratie als thans het geval is, aldus appellante. Gelet hierop, mocht zij erop vertrouwen dat de desbetreffende kandidaat nummer 20 ook op de kandidatenlijst voor de verkiezing van de leden van de Tweede Kamer der Staten-Generaal mocht worden vermeld als Mensje van Keulen.

2.5.    Dit betoog faalt. Blijkens het door appellante bij de instemmingsverklaring overgelegde legitimatiebewijs van kandidaat nummer 20 luidt de naam die in de gemeentelijke basisadministratie is opgenomen Mensje Francina van der Steen. Gelet hierop, heeft het hoofdstembureau op de zitting als bedoeld in artikel I 1 van de Kieswet terecht geconstateerd dat de op de kandidatenlijst van appellante vermelde naam van kandidaat nummer 20 - "van Keulen, M.F. (Mensje) (v)" - niet in overeenstemming was met artikel H 2, eerste lid, van het Kiesbesluit. Dat M.F. van der Steen in het maatschappelijke verkeer bekend staat als Mensje van Keulen leidt niet tot een ander oordeel, nu de Kieswet noch het Kiesbesluit voor kandidaten de mogelijkheid opent om - anders dan daar is geregeld - met een naam die afwijkt van die waaronder betrokkene in de gemeentelijke basisadministratie is opgenomen, op de kandidatenlijst te worden geplaatst. Het betoog dat de kandidaat M.F. van der Steen op de kandidatenlijst voor de verkiezing van het Europees Parlement wel als Mensje van Keulen stond vermeld en appellante daaraan een gerechtvaardigd vertrouwen heeft kunnen ontlenen, leidt, wat daar ook van zij, evenmin tot een ander oordeel, reeds omdat dit betoog nimmer kan leiden tot een met de Kieswet en het Kiesbesluit strijdige tenaamstelling op de kandidatenlijst ten behoeve van de verkiezingen van de Tweede Kamer der Staten-Generaal.

2.6.    Het beroep is ongegrond.

2.7.    Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3.    Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

verklaart het beroep ongegrond.

Aldus vastgesteld door mr. H.G. Lubberdink, Voorzitter, en mr. T.M.A. Claessens en mr. A.W.M. Bijloos, Leden, in tegenwoordigheid van mr. R.H.L. Dallinga, ambtenaar van Staat.

w.g. Lubberdink w.g. Dallinga

Voorzitter   ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 23 oktober 2006

18-435.