Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2006:AZ0852

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
25-10-2006
Datum publicatie
25-10-2006
Zaaknummer
200600223/1
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 31 maart 2005 heeft de gemeenteraad van Scherpenzeel, op voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 15 februari 2005, het bestemmingsplan "Sportterrein De Bree" vastgesteld.

Wetsverwijzingen
Wet op de Ruimtelijke Ordening
Wet op de Ruimtelijke Ordening 28
Wet op de Ruimtelijke Ordening 11
Besluit luchtkwaliteit 2005
Besluit luchtkwaliteit 2005 7
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AB 2006, 400 met annotatie van A.G.A. Nijmeijer
M en R 2006, 65K
Gst. 2007, 46 met annotatie van J.M.H.F. Teunissen
Milieurecht Totaal 2006/872 met annotatie van B. Klein Nulent
Module Ruimtelijke ordening 2006/2416
JM 2006/141 met annotatie van De Vries
OGR-Updates.nl 1001318
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

200600223/1.

Datum uitspraak: 25 oktober 2006

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

[appellant], wonend te Scherpenzeel,

en

het college van gedeputeerde staten van Gelderland,

verweerder.

1.    Procesverloop

Bij besluit van 31 maart 2005 heeft de gemeenteraad van Scherpenzeel, op voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 15 februari 2005, het bestemmingsplan "Sportterrein De Bree" vastgesteld.

Verweerder heeft bij zijn besluit van 22 november 2005, kenmerk

2005-001143, beslist over de goedkeuring van het bestemmingsplan.

Tegen dit besluit hebben appellanten bij brief van 27 december 2005, bij de Raad van State per fax ingekomen op 9 januari 2006, beroep ingesteld.

Bij brief van 14 maart 2006 heeft verweerder een verweerschrift ingediend.

Bij brief van 18 mei 2006 heeft het college van burgemeester en wethouders van Scherpenzeel nadere stukken ingediend. Deze stukken zijn aan de partijen toegezonden.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 10 augustus 2006, waar [een van de appellanten] in persoon en bijgestaan door mr. F.F. Scheffer, advocaat te Zutphen, en verweerder, vertegenwoordigd door P.G.A.L. Evers, ambtenaar van de provincie, zijn verschenen. Voorts is als partij gehoord de gemeenteraad van Scherpenzeel, vertegenwoordigd door F.H.M. Odijk, ambtenaar van de gemeente.

2.    Overwegingen

Overgangsrecht

2.1.    Op 1 juli 2005 zijn de Wet uniforme openbare voorbereidingsprocedure Awb en de Aanpassingswet uniforme openbare voorbereidingsprocedure Awb in werking getreden. Uit het daarbij behorende overgangsrecht volgt dat het recht zoals dat gold vóór de inwerkingtreding van deze wetten op dit geding van toepassing blijft.

Toetsingskader

2.2.    Aan de orde is een geschil inzake een besluit omtrent de goedkeuring van een bestemmingsplan. Ingevolge artikel 28, tweede lid, van de Wet op de Ruimtelijke Ordening (verder: de WRO) in samenhang met artikel 10:27 van de Algemene wet bestuursrecht (verder: de Awb) rust op verweerder de taak om - in voorkomend geval mede op basis van de ingebrachte bedenkingen - te bezien of het plan niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening. Daarbij dient hij rekening te houden met de aan de gemeenteraad toekomende vrijheid om bestemmingen aan te wijzen en voorschriften te geven die de raad uit een oogpunt van een goede ruimtelijke ordening nodig acht. Daarnaast heeft verweerder er op toe te zien dat het plan en de totstandkoming daarvan niet in strijd zijn met het recht.

De Afdeling kan slechts tot vernietiging van het besluit omtrent goedkeuring van het plan overgaan, indien moet worden geoordeeld dat verweerder de aan hem toekomende beoordelingsmarges heeft overschreden, dan wel dat hij het recht anderszins onjuist heeft toegepast.

Het plan

2.3.    Het plangebied ligt aan de noordzijde van de kern Scherpenzeel. Het plan voorziet in de herinrichting van het sportterrein De Bree, waarbij verschillende voorzieningen mogelijk worden gemaakt.

Het standpunt van appellanten

2.4.    Appellanten stellen in beroep dat verweerder ten onrechte goedkeuring heeft verleend aan de aanduiding "multifunctioneel centrum (mfc)" op het plandeel met de bestemming "Recreatieve doeleinden (R)", alsmede aan artikel 11, tweede lid, van de planvoorschriften.

   Appellanten voeren daartoe aan dat de gemeentelijke structuurvisie en de visie noord- en zuidrand ten onrechte ten grondslag zijn gelegd aan het plan. In dat verband stellen zij dat in het kader van het plan ten onrechte geen rekening is gehouden met het integrale beeld van de ontwikkeling van de kern Scherpenzeel daar het plan slechts ziet op de ontwikkeling van het gebied ten noorden van de kern.

   Appellanten stellen dat de gevolgen van de voorziene ontwikkelingen in het plangebied in samenhang dienen te worden bezien. In het kader van de onderzoeken naar de gevolgen van het plan met betrekking tot de openheid van het landschap en de verkeerssituatie is volgens appellanten ten onrechte geen rekening gehouden met de ontwikkelingen die mogelijk worden gemaakt door de wijzigingsbevoegdheid. Ook zijn ten onrechte geen alternatieven onderzocht, aldus appellanten.

   Het voorziene multifunctionele centrum is volgens appellanten niet financieel uitvoerbaar omdat te weinig middelen beschikbaar zijn.

   Appellanten stellen voorts dat niet wordt voldaan aan de normen voor luchtkwaliteit. Volgens hen is voorts ten onrechte niet onderzocht of bij aanwending van de wijzigingsbevoegdheid aan het Besluit luchtkwaliteit 2005 (verder: het Blk 2005) kan worden voldaan.

Het standpunt van verweerder

2.5.    Verweerder heeft de aanduiding "multifunctioneel centrum (mfc)" en artikel 11, tweede lid, van de planvoorschriften niet in strijd met een goede ruimtelijke ordening of het recht geacht en heeft de aanduiding en het planvoorschrift goedgekeurd.

   Verweerder kan instemmen met de in de structuurvisie en de visie noord- en zuidrand opgenomen doelstellingen voor het plangebied. Volgens verweerder is de keuze voor het aanbrengen van stedelijke accenten langs de Marktstraat voldoende onderbouwd.

   Met betrekking tot de financiële uitvoerbaarheid heeft verweerder overwogen dat de gemeenteraad ten onrechte rekening had gehouden met de opbrengsten die voortvloeien uit de verplaatsing van het multifunctionele centrum. Deze financiële onderbouwing werd door verweerder onvoldoende geacht. Na overleg heeft de gemeenteraad extra middelen beschikbaar gesteld en acht verweerder de financiële onderbouwing voldoende.

   Volgens verweerder wordt wat betreft de luchtkwaliteit voldaan aan het Blk 2005.

De vaststelling van de feiten

2.6.    Bij haar oordeelsvorming gaat de Afdeling uit van de volgende als vaststaand aangenomen gegevens.

2.6.1.    In het plangebied zijn thans voornamelijk sportvelden met de daarbij behorende voorzieningen aanwezig.

2.6.2.    In het oosten van het plangebied ligt een plandeel met de bestemming "Recreatieve doeleinden (R)" met daarop de aanduiding "multifunctioneel centrum (mfc)". De gronden waarvoor de aanduiding geldt hebben een oppervlakte van ongeveer 5600 m2.

   Ingevolge artikel 4, eerste lid, van de planvoorschriften zijn de gronden met de bestemming "Recreatieve doeleinden (R)" bestemd voor onder meer sportvoorzieningen, vrijetijdsvoorzieningen, voorzieningen van algemeen nut en verhardingen ten behoeve van parkeervoorzieningen.

   Ingevolge artikel 4, tweede lid, van de planvoorschriften zijn de gronden binnen het op de plankaart aangeduide differentiatievlak (mfc) tevens bestemd voor een multifunctioneel centrum.

   Ingevolge artikel 4, vierde lid, van de planvoorschriften en de aanduidingen op de plankaart geldt ter plaatse van de aanduiding "multifunctioneel centrum (mfc)" een maximale bouwhoogte van 9 meter en mag maximaal 80% van het bouwvlak worden bebouwd.

2.6.3.    In het noordoosten van het plangebied ligt een plandeel met de bestemming "Groenvoorzieningen (G)" met daarop de aanduiding "gebied met wijzigingsbevoegdheid 1".

   Ingevolge artikel 5 van de planvoorschriften zijn de gronden met de bestemming "Groenvoorzieningen (G)" onder meer bestemd voor groen- en speelvoorzieningen en watergangen en -partijen.

   Artikel 11, tweede lid, van de planvoorschriften ziet op wijzigingsbevoegdheid 1 en luidt, voor zover hier van belang, als volgt:

Burgemeester en wethouders kunnen de bestemming "Groenvoorzieningen" binnen het op de kaart aangeduide oppervlak wijzigen in de bestemming "Dienstverlening" met inachtneming van de volgende voorwaarden:

a. op de gronden met de bestemming "Dienstverlening" zijn toegestaan kantoren en maatschappelijke dienstverlening;

(…)

d. de maximale bebouwingsoppervlakte bedraagt 4.000 m2;

f. de wijziging mag plaatsvinden indien er geen bezwaren zijn vanuit de milieukwaliteit tegen de wijziging;

(…)

i. er dient te worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid waarbij de volgende parkeernormen in acht moeten worden genomen (…).

   In artikel 1, aanhef en onder 19, van de planvoorschriften wordt onder een kantoor verstaan een gebouw, of een gedeelte van een gebouw, dat door zijn indeling en inrichting kennelijk is bestemd voor het verlenen van diensten en/of het uitvoeren c.q. verrichten van handelingen, die een administratief karakter hebben dan wel handelingen die een administratieve voorbereiding of uitwerking behoeven, al dan niet in rechtstreekse aanraking met het publiek.

   In artikel 1, aanhef en onder 21, van de planvoorschriften wordt onder maatschappelijke dienstverlening verstaan het verlenen van diensten op het gebied van onder meer openbaar bestuur, overheidsdiensten, en sociale en culturele instellingen.

   In de plantoelichting staat dat de in artikel 11, tweede lid, van de planvoorschriften neergelegde wijzigingsbevoegdheid is opgenomen met het oog op de hervestiging van de gemeentelijke diensten van Scherpenzeel.

2.6.4.    In de nota "Gemeente Scherpenzeel, Structuurvisie 2001-2010" (verder: de structuurvisie) van maart 2002, opgesteld door BRO adviseurs, staat dat deze structuurvisie tot doel heeft een goed onderbouwde visie op de ruimtelijke ontwikkeling van Scherpenzeel te geven. In deze structuurvisie staat dat het beleid erop is gericht het groene aanzicht van Scherpenzeel vanaf de Dreef te bewaren, waarbij de bestaande ruimtelijke kwaliteiten het uitgangspunt vormen.

   In de structuurvisie staat dat de sporthal "De Heijhorst" niet meer voldoet aan de huidige technische eisen. Daarbij wordt een concentratie van de sportvoorzieningen op het sportpark De Bree wenselijk geacht.

In de structuurvisie staat voorts dat het wenselijk is nieuwe huisvesting voor het gemeentehuis mogelijk te maken, omdat de gemeentelijke organisatie thans op drie locaties is gehuisvest.

   Volgens de structuurvisie zijn er drie gewenste functies met een belangrijke ruimtevraag. Het gaat daarbij om het gemeentehuis, de kerk en de sporthal met activiteitencentrum. Deze functies trekken veel publiek aan en hebben een grote parkeerbehoefte. Door deze voorzieningen te concentreren kan wellicht (een deel van) de parkeerruimte worden gecombineerd, wat uit oogpunt van zuinig ruimtegebruik zeer wenselijk is, aldus de structuurvisie.

   In de structuurvisie staat dat in beginsel vijf locaties in aanmerking kunnen komen voor een concentratie van functies. Deze locaties zijn op grond van een aantal criteria met elkaar vergeleken. Daarbij is onder meer gekeken naar de omvang van de locaties, de bereikbaarheid, de effecten op de omgeving en landschappelijke inpassing. Op grond van de gehanteerde criteria wordt de locatie Marktstraat het meest wenselijk geacht. Deze locatie ligt aan de belangrijkste entree van het dorp. Met de ontwikkeling van deze locatie wordt de structuur van deze entree versterkt, aldus de structuurvisie.

2.6.5.    In de nota "Gemeente Scherpenzeel, Visie noord- en zuidrand - uitwerking Structuurvisie 2001-2010" (verder: de visie noord- en zuidrand) van 9 februari 2005, opgesteld door BRO adviseurs, worden de in de structuurvisie neergelegde uitgangspunten voor de noordzijde van Scherpenzeel meer concreet uitgewerkt. Tevens wordt een globale doorkijk gegeven naar de mogelijkheden voor ontwikkelingen aan de zuidzijde van Scherpenzeel.

   In de visie noord- en zuidrand staat dat gestreefd wordt naar het versterken van het landschappelijke karakter van de huidige noordrand van het dorp. Doel is om, ondanks de verdichting van het terrein, de groenstructuur van het sportterrein De Bree te versterken. Het groene beeld van kamers en lanen wordt daarbij in stand gehouden en versterkt. Ook is het wenselijk de entreefunctie van onder meer de Marktstraat te benadrukken. Dit wordt bereikt door een aantal maatschappelijke functies bijeen te brengen.  

2.6.6.    Blijkens de plantoelichting wordt de identiteit van het noordelijke gedeelte van Scherpenzeel onder meer gevormd door een groene aanblik van het dorp vanaf de rondweg, een heldere hoofdstructuur gevormd door het wegenpatroon en de entreefunctie van de Marktstraat.

2.6.7.    Op 5 augustus 2005 is het Blk 2005 in werking getreden. In artikel 37 van het Blk 2005 is bepaald dat het besluit terugwerkende kracht heeft tot 4 mei 2005.

   In artikel 7, eerste lid, van het Blk 2005 is bepaald dat bestuursorganen bij de uitoefening van bevoegdheden die gevolgen kunnen hebben voor de luchtkwaliteit de grenswaarden voor onder meer zwevende deeltjes (PM10) in acht moeten nemen. In het tweede lid van dit artikel zijn onder meer het besluit omtrent de goedkeuring van een bestemmingsplan en uitwerkings- of wijzigingsplannen aangewezen als bevoegdheid als bedoeld in het eerste lid.

   In artikel 7, derde lid, van het Blk 2005 is bepaald dat bestuursorganen de bevoegdheden, bedoeld in het eerste lid, in afwijking van dat lid mede kunnen uitoefenen indien:

a. de concentratie in de buitenlucht van de desbetreffende stof als gevolg van de uitoefening van die bevoegdheden per saldo verbetert of ten minste gelijk blijft;

b. bij een beperkte toename van de concentratie van de desbetreffende stof, door een met de uitoefening van de desbetreffende bevoegdheid samenhangende maatregel of een door die uitoefening optredend effect, de luchtkwaliteit per saldo verbetert.

2.6.8.    Ingevolge artikel 20 van het Blk 2005 gelden voor zwevende deeltjes (PM10) de volgende grenswaarden:

a. 40 microgram per m3 als jaargemiddelde concentratie;

b. 50 microgram per m3 als vierentwintig-uurgemiddelde concentratie, waarbij geldt dat deze maximaal vijfendertig maal per kalenderjaar mag worden overschreden.

2.6.9.    In het kader van de planvaststelling is onderzoek uitgevoerd naar de luchtkwaliteit. De resultaten daarvan zijn neergelegd in het rapport "Bestemmingsplan Sportterrein De Bree, luchttoets conform het Besluit luchtkwaliteit", uitgevoerd door Grontmij en gedateerd 24 februari 2005.

   In het kader van de beslissing omtrent de goedkeuring van het plan is aanvullend onderzoek naar de luchtkwaliteit gedaan. De resultaten daarvan zijn neergelegd in het rapport "Bestemmingsplan Sportterrein De Bree, luchttoets conform het Besluit luchtkwaliteit", uitgevoerd door Grontmij en gedateerd 17 november 2005 (verder: het luchtkwaliteitsrapport).

   Volgens het luchtkwaliteitsrapport zijn voor de berekeningen van de effecten van het multifunctionele centrum op de luchtkwaliteit de gegevens van de nabij het sportcomplex gelegen wegen van belang. De belangrijkste bijdrage komt volgens het luchtkwaliteitsrapport naar verwachting van de N224 (de Dreef).

   In het luchtkwaliteitsrapport zijn berekeningen opgenomen voor het jaar 2008, wanneer de verwezenlijking en ingebruikname van het multifunctioneel centrum is voorzien. Ook zijn berekeningen opgenomen voor de jaren 2010 en 2015. De berekeningen hebben onder meer betrekking op de jaargemiddelde en vierentwintig-uurgemiddelde concentraties voor zwevende deeltjes.

Bij het luchtkwaliteitsrapport zijn berekeningen gevoegd die betrekking hebben op de jaren 2008 en 2010, waarbij rekening is gehouden met de effecten van de harde, inmiddels toegezegde maatregelen ter verbetering van de luchtkwaliteit die op Prinsjesdag 2005 zijn aangekondigd, het zogenoemde prinsjesdagpakket. In het luchtkwaliteitsrapport wordt naar aanleiding van de bij het rapport gevoegde berekeningen geconcludeerd dat in 2008 en 2010 geen overschrijding van de grenswaarden voor luchtkwaliteit plaatsvindt.

Bij het luchtkwaliteitsrapport zijn voorts tabellen gevoegd met resultaten van luchtkwaliteitsberekeningen voor de jaren 2010 en 2015, waarin geen rekening is gehouden met de effecten van het prinsjesdagpakket. Naar aanleiding van deze tabellen wordt in het luchtkwaliteitsrapport geconcludeerd dat de luchtkwaliteit in 2015 verbetert ten opzichte van de luchtkwaliteit in 2010.

2.6.10.    Het voor de verwezenlijking van het multifunctionele centrum benodigde bedrag is opgenomen op de gemeentelijke begroting.

Het oordeel van de Afdeling

2.7.    Blijkens de stukken en het verhandelde ter zitting wordt met het plan beoogd invulling te geven aan het beleid zoals dat is neergelegd in de structuurvisie en nader is geconcretiseerd in de visie noord- en zuidrand. De Afdeling acht dit beleid in het algemeen niet onredelijk.

   Uit de structuurvisie blijkt dat onderzoek is gedaan naar verschillende locaties voor een multifunctioneel centrum en een gemeentehuis in Scherpenzeel. Blijkens de structuurvisie zijn bij de keuze voor de locatie de ruimtelijke gevolgen van deze voorzieningen in samenhang bezien. Gelet hierop mist de stelling van appellanten dat de gevolgen van het voorziene multifunctioneel centrum en het gemeentehuis niet in samenhang zijn bezien, feitelijke grondslag. Verweerder heeft zich in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat de relatie en gevolgen van de ontwikkelingen in het plangebied met de overige in Scherpenzeel voorziene ontwikkelingen voldoende bij dit plan zijn betrokken.

   Blijkens het in overweging 2.6.4. weergegeven locatieonderzoek is de bereikbaarheid van het multifunctionele centrum en het gemeentehuis een criterium geweest bij de keuze voor een locatie voor deze voorzieningen. Niet is gebleken dat de locatie uit een oogpunt van verkeersafwikkeling niet geschikt is voor de vestiging van deze voorzieningen. Appellanten hebben hun stelling dat het plan leidt tot ernstige verkeersgevolgen niet nader onderbouwd met concrete feiten of gegevens.

   Onder verwijzing naar overweging 2.6.2. stelt de Afdeling vast dat de gronden waarop het multifunctioneel centrum is voorzien, ingevolge artikel 4 van de planvoorschriften mede zijn bestemd voor parkeervoorzieningen. Ingevolge artikel 11 van de planvoorschriften zijn ook de gronden waarop de wijzigingsbevoegdheid rust, bij de uitoefening waarvan ter plaatse onder meer een gemeentehuis zal zijn toegestaan, mede bestemd voor parkeren, waarbij een in de planvoorschriften genoemde parkeernorm dient te worden gehanteerd. Gelet hierop acht de Afdeling door appellanten niet aannemelijk gemaakt dat de gevolgen van deze planonderdelen voor de parkeerbehoefte onvoldoende zijn bezien of dat deze planonderdelen leiden tot ernstige parkeerproblemen.

   De planonderdelen die voorzien in het multifunctioneel centrum en de mogelijkheid openen het plan te wijzigen voor de vestiging van een gemeentehuis, brengen mee dat het open landschap zoals dat thans bestaat niet onverkort wordt gehandhaafd. Gelet op de oppervlakte van het plangebied en de geboden bebouwingsmogelijkheden voor het gemeentehuis en het multifunctionele centrum heeft verweerder zich evenwel in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat dit een beperkte wijziging betreft.

2.8.    Blijkens de stukken en het verhandelde ter zitting heeft de gemeenteraad middelen gereserveerd ten behoeve van het multifunctionele centrum teneinde de financiële uitvoerbaarheid van deze voorziening te verzekeren. Appellanten hebben geen concrete feiten of omstandigheden aangevoerd die aanleiding geven aan de financiële uitvoerbaarheid van dit plandeel te twijfelen.

2.9.    In hetgeen appellanten hebben aangevoerd ziet de Afdeling geen aanleiding voor het oordeel dat in de luchtkwaliteitsberekeningen geen rekening mocht worden gehouden met de effecten van het prinsjesdagpakket. Gelet hierop en op de in overweging 2.6.9. genoemde conclusies van het luchtkwaliteitsonderzoek is de Afdeling van oordeel dat niet aannemelijk is gemaakt dat in de jaren 2008 en 2010 niet aan het Blk 2005 wordt voldaan.

   Voor het jaar 2015 zijn in het luchtkwaliteitsrapport geen berekeningen opgenomen waarin de effecten van het prinsjesdagpakket zijn betrokken. Uit de tabellen voor de jaren 2010 en 2015 waarin de resultaten van de luchtkwaliteitsberekeningen zonder medeneming van die effecten zijn weergegeven, alsmede uit de conclusies van het luchtkwaliteitsrapport blijkt evenwel dat de luchtkwaliteit in 2015 verbetert ten opzichte van de luchtkwaliteit in 2010. Gesteld noch gebleken is dat deze conclusie onjuist is. Nu niet aannemelijk is geworden dat in 2010 niet aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit wordt voldaan, volgt uit de in het luchtkwaliteitsrapport geconstateerde verbetering van de luchtkwaliteit in 2015 ten opzichte van 2010 dat aannemelijk is dat in 2015 evenmin niet aan de grenswaarden kan worden voldaan. Gelet hierop is ook met betrekking tot het jaar 2015 niet gebleken dat niet aan het Blk 2005 wordt voldaan.

2.9.1.    De gevolgen van de door middel van de in artikel 11, tweede lid, van de planvoorschriften opgenomen wijzigingsbevoegdheid mogelijk gemaakte ontwikkelingen voor de luchtkwaliteit zijn in de berekeningen in het luchtkwaliteitsrapport buiten beschouwing gelaten. De Afdeling overweegt hieromtrent het volgende.

   Het plan voorziet in een bestemming "Groenvoorzieningen (G)" ter plaatse van het plandeel waar de wijzigingsbevoegdheid op ziet. Het plandeel maakt daarmee bij recht onder meer groen- en speelvoorzieningen mogelijk. Gesteld noch gebleken is dat verweerder de bestemming van dit plandeel en de daarmee mogelijk gemaakte functies niet in redelijkheid aanvaardbaar heeft kunnen achten.

   Uit de stukken en het verhandelde ter zitting is gebleken dat de wijzigingsbevoegdheid voor deze gronden is opgenomen met het oog op de vestiging van een gemeentehuis. Onder verwijzing naar overweging 2.7. merkt de Afdeling op dat de omvang van de locatie, de bereikbaarheid, de effecten op de omgeving en landschappelijke inpassing van een dergelijke voorziening daarbij zijn bezien. Blijkens de stukken en het verhandelde ter zitting heeft een concrete beoordeling van de milieuhygiënische aanvaardbaarheid van een dergelijke voorziening thans niet volledig plaatsgevonden, en stellen de gemeenteraad en verweerder zich op het standpunt dat deze aspecten bij de concrete toepassing van die bevoegdheid dienen te worden bezien. Verweerder heeft zich, gelet op het bepaalde in artikel 7, tweede lid, onder c, van het Blk 2005, gelezen in samenhang met artikel 11, tweede lid, onder f, van de planvoorschriften en gelet op de omstandigheid dat het bij een wijzigingsbevoegdheid gaat om een bevoegdheid en niet om een plicht, in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat bij het opnemen van de in artikel 11, tweede lid, van de planvoorschriften opgenomen wijzingsbevoegdheid geen onderzoek behoefde te worden uitgevoerd naar de luchtkwaliteitgevolgen van de door toepassing van die bevoegdheid eventueel mogelijk gemaakte ontwikkelingen. Daarbij heeft verweerder in redelijkheid van belang kunnen achten dat, gelet op de ontwikkelingen op het gebied van luchtkwaliteit, niet vast staat dat een onderzoek naar de luchtkwaliteitgevolgen op dit moment representatieve informatie biedt met betrekking tot de aanvaardbaarheid van de toepassing van de wijzigingsbevoegdheid op het moment dat van die bevoegdheid gebruik zal worden gemaakt.

Conclusie

2.10.    Gezien het vorenstaande heeft verweerder zich in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat de aanduiding "multifunctioneel centrum (mfc)" op het plandeel met de bestemming "Recreatieve doeleinden (R)" en artikel 11, tweede lid, van de planvoorschriften niet in strijd zijn met een goede ruimtelijke ordening.

   In hetgeen appellanten hebben aangevoerd, ziet de Afdeling geen aanleiding voor het oordeel dat het bestreden besluit voor zover daarbij goedkeuring is verleend aan de aanduiding "multifunctioneel centrum (mfc)" op het plandeel met de bestemming "Recreatieve doeleinden (R)" en artikel 11, tweede lid, van de planvoorschriften anderszins is voorbereid of genomen in strijd met het recht. Hieruit volgt dat verweerder terecht goedkeuring heeft verleend aan deze planonderdelen. Het beroep is ongegrond.

Proceskosten

2.11.    Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3.    Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

verklaart het beroep ongegrond.

Aldus vastgesteld door mr. P.J.J. van Buuren, Voorzitter, en mr. R. van der Spoel en mr. M.A.A. Mondt-Schouten, Leden, in tegenwoordigheid van mr. C. Taal, ambtenaar van Staat.

w.g. Van Buuren w.g. Taal

Voorzitter     ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 25 oktober 2006

325-481.