Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2006:AZ0326

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
12-10-2006
Datum publicatie
18-10-2006
Zaaknummer
200606534/1
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 15 augustus 2006 heeft verweerder nadere eisen, als bedoeld in artikel 5 van het Besluit woon- en verblijfsgebouwen milieubeheer (hierna: het Besluit), gesteld met betrekking tot de coöperatie "Coöperatieve Rabobank Helmond U.A." (hierna: Rabobank Helmond) aan de Kerkstraat 33 te Helmond.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

200606534/1.

Datum uitspraak: 12 oktober 2006.

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen:

[verzoekers], wonend te [woonplaats],

en

het college van burgemeester en wethouders van Helmond,

verweerder.

1.    Procesverloop

Bij besluit van 15 augustus 2006 heeft verweerder nadere eisen, als bedoeld in artikel 5 van het Besluit woon- en verblijfsgebouwen milieubeheer (hierna: het Besluit), gesteld met betrekking tot de coöperatie "Coöperatieve Rabobank Helmond U.A." (hierna: Rabobank Helmond) aan de Kerkstraat 33 te Helmond.

Tegen dit besluit hebben verzoekers bezwaar gemaakt.

Bij brief van 4 september 2006, bij de Raad van State ingekomen op 5 september 2006, hebben verzoekers de Voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De Voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 29 september 2006, waar verweerder, vertegenwoordigd door mr. P. Helmus, ambtenaar van de gemeente, is verschenen. Verzoekers zijn met bericht van verhindering niet ter zitting verschenen.

Voorts is als partij gehoord Rabobank Helmond, vertegenwoordigd door T.P.M. van den Berkmortel.

2.    Overwegingen

2.1.    Bij het bestreden besluit heeft verweerder nadere eisen gesteld teneinde de lichthinder als gevolg van de ledwall, waarop reclameboodschappen worden vertoond en die is geplaatst aan de gevel van het kantoor van de Rabobank Helmond, te voorkomen dan wel te beperken. Deze nadere eisen houden in dat (1) de ledwall in de nachtperiode (23.00 tot 07.00 uur) is uitgeschakeld of dat uitsluitend een vast beeld, zonder beeldwisselingen wordt vertoond. Het vaste beeld dient zodanig te zijn uitgevoerd dat de lichtuitstraling naar de omgeving wordt beperkt door het toepassen van een geïnverteerd beeld (donkere achtergrond en verlichte beeldinformatie). Voorts dient (2) de ledwall te zijn voorzien van een regeling die, afhankelijk van de lichtintensiteit van de omgeving, de lichtintensiteit van de ledwall regelt, zodanig dat bij een lage lichtintensiteit van de omgeving (bijvoorbeeld in de avond- en nachtperiode) ook de lichtintensiteit van de ledwall minimaal is (tot 2% van de hoogste lichtintensiteit). Deze regeling dient te allen tijde aantoonbaar in werking te zijn.

2.2.    Verzoekers betogen dat de door verweerder gestelde nadere eisen de lichthinder in de avond- en nachtperiode niet voorkomen althans onvoldoende beperken. In dat verband betogen zij dat de ledwall in de nachtperiode altijd uitgeschakeld dient te zijn.

2.3.    Verweerder stelt dat het gebruik maken van een vast beeld in de nachtperiode ten opzichte van andere aanwezige lichtbronnen in de directe omgeving nauwelijks tot een extra toename van de totale verlichting van de omgeving leidt. Wat betreft de avondperiode stelt hij het voorschrijven van een verdergaande nadere eis dan onder 2 niet redelijk te achten, mede gelet op het bedrijfseconomisch belang en het feit dat geen sprake zal zijn van verstoring van nachtrust. Met de onder 2 gestelde nadere eis wordt de hinder voor deze periode naar de mening van verweerder voorkomen dan wel voldoende beperkt.

2.4.    Gelet op de stukken en het verhandelde ter zitting ziet de Voorzitter geen aanleiding voor het oordeel dat verweerder niet in redelijkheid met de bij het bestreden besluit gestelde nadere eisen heeft kunnen volstaan voor zover deze de nachtperiode (23.00 tot 07.00 uur) betreffen. Wanneer de ledwall is uitgeschakeld treedt er uiteraard geen lichthinder op. Wanneer de ledwall is ingeschakeld zodanig dat er uitsluitend een vast beeld, zonder beeldwisselingen, zichtbaar is, terwijl de lichtuitstraling naar de omgeving wordt beperkt door het toepassen van een geïnverteerd beeld, waarbij de lichtsterkte door de in de nadere eis onder 2 voorziene regulering is beperkt tot 2% van de hoogste lichtintensiteit, dan acht de Voorzitter het aannemelijk dat dientengevolge geen relevante extra toename van de verlichting van de omgeving plaatsvindt en dat de daarvan te duchten lichthinder verwaarloosbaar is. Wat betreft de avondperiode merkt de Voorzitter op dat deze periode (van 19.00 tot 23.00 uur) niet noodzakelijkerwijs als één geheel, zoals verweerder heeft gedaan, behoeft te worden beschouwd. Opdeling van deze periode is mogelijk, zodat bijvoorbeeld reeds op een eerder tijdstip de onder 1 genoemde nadere eis zou kunnen gelden. Ter zitting heeft Rabobank Helmond aangegeven voor het onderzoek van die mogelijkheid open te staan. In het kader van de heroverweging zal verweerder, mede in aanmerking nemend het beperkte effect van de lichtreclame in de latere avondperiode waarin de omgeving minder druk bezocht is, kunnen bezien of aanpassing van de nadere eis in zoverre is aangewezen. Voor het treffen van een voorlopige voorziening ziet de Voorzitter evenwel, gelet op de betrokken belangen en het feit dat, zoals ter zitting is gebleken, binnen afzienbare tijd een beslissing op het bezwaar van verzoekers zal worden genomen, in dit stadium geen aanleiding.

2.5.    Gezien het voorgaande ziet de Voorzitter aanleiding het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening af te wijzen.

2.6.    Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3.    Beslissing

De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. J.M. Boll, als Voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. D. van Leeuwen, ambtenaar van Staat.

w.g. Boll    w.g. Van Leeuwen

Voorzitter    ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 12 oktober 2006.

373.