Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2006:AY9405

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
29-09-2006
Datum publicatie
04-10-2006
Zaaknummer
200606622/1
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 4 september 2006 heeft verweerder (hierna: het centraal stembureau) op verzoek van de vereniging "Ad Bos Collectief" de aanduiding 'Ad Bos Collectief' ingeschreven in het register voor de verkiezing van de leden van de Tweede Kamer der Staten-Generaal.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

200606622/1.

Datum uitspraak: 29 september 2006

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

1.    [appellant sub 1], wonend te [woonplaats], handelend onder de naam ABC Topmarketing,

2.    de besloten vennootschap "ABC Vastgoed Groep B.V.", gevestigd te Arnhem,

appellanten,

en

het centraal stembureau voor de verkiezing van de leden van de Tweede Kamer der Staten-Generaal,

verweerder.

1.    Procesverloop

Bij besluit van 4 september 2006 heeft verweerder (hierna: het centraal stembureau) op verzoek van de vereniging "Ad Bos Collectief" de aanduiding 'Ad Bos Collectief' ingeschreven in het register voor de verkiezing van de leden van de Tweede Kamer der Staten-Generaal.

Tegen dit besluit hebben appellanten bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 8 september 2006, beroep ingesteld.

Bij brief van 12 september 2006 heeft het centraal stembureau een verweerschrift ingediend.

Bij brief van 12 september 2006 heeft de vereniging "Ad Bos Collectief" een reactie ingediend.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 14 september 2006, waar appellant sub 1 in persoon, en appellant sub 2, vertegenwoordigd door [appellant sub 1], en het centraal stembureau, vertegenwoordigd door mr. J. Schipper-Spanninga, secretaris-directeur van de Kiesraad, zijn verschenen. Voorts is daar gehoord de vereniging "Ad Bos Collectief", vertegenwoordigd door drs. J.C. Boer.

2.    Overwegingen

2.1.    Ingevolge artikel G 1, eerste lid, van de Kieswet, voor zover thans van belang, kan een politieke groepering die een vereniging is met volledige rechtsbevoegdheid aan het centraal stembureau voor de verkiezing van de leden van de Tweede Kamer schriftelijk verzoeken de aanduiding waarmee zij voor die verkiezing op de kandidatenlijst wenst te worden vermeld, in te schrijven in een register dat door het centraal stembureau wordt bijgehouden.

   Ingevolge het vierde lid van dat artikel beschikt het centraal stembureau slechts afwijzend op het verzoek, indien:

a. de aanduiding strijdig is met de openbare orde;

b. de aanduiding geheel of in hoofdzaak overeenstemt met een reeds geregistreerde aanduiding van een andere politieke groepering, of met een aanduiding waarvoor reeds eerder op grond van dit artikel een registratieverzoek is ingediend, en daardoor verwarring te duchten is;

c. de aanduiding anderszins misleidend is voor de kiezers;

d. de aanduiding meer dan 35 letters of andere tekens bevat;

e. de aanduiding geheel of in hoofdzaak overeenstemt met die van een rechtspersoon die bij onherroepelijke rechterlijke uitspraak verboden is verklaard en deswege is ontbonden;

f. het verzoek op dezelfde dag bij het centraal stembureau is ingekomen als een ander verzoek strekkende tot inschrijving van een geheel of in hoofdzaak gelijkluidende aanduiding, tenzij dat andere verzoek reeds op een der onder a tot en met e genoemde gronden moet worden afgewezen.

2.2.    Appellanten betogen dat het centraal stembureau het verzoek van de vereniging "Ad Bos Collectief" had moeten afwijzen omdat de aanduiding in strijd is met de openbare orde als bedoeld in artikel G 1, vierde lid, onder a, van de Kieswet en evenzeer anderszins misleidend is voor de kiezers als bedoeld in artikel G 1, vierde lid, onder c, van de Kieswet. Daartoe voeren appellanten aan dat de aanduiding 'Ad Bos Collectief' door de media zal worden afgekort tot 'ABC', hetgeen een inbreuk betekent op het recht dat zij hebben op het gebruik van het op grond van de desbetreffende wetgeving geregistreerde merk 'ABC'.

2.2.1.    Dit betoog faalt. De aanduiding 'Ad Bos Collectief' komt niet overeen met het merk dat appellanten hebben laten registreren. Voor zover een aanduiding die met een merk overeenkomt en waarvan het gebruik inbreuk zou maken op het recht van de houder van dat merk al in strijd zou kunnen zijn met het begrip 'openbare orde' als bedoeld in artikel G 1, vierde lid, onder a, van de Kieswet, is daarvan in het onderhavige geval dan ook geen sprake. De omstandigheid dat de bedoelde aanduiding in de media zal worden afgekort doet hierbij niet ter zake, omdat die omstandigheid niet tot gevolg kan hebben dat strijd ontstaat met het zojuist genoemde onderdeel van artikel G 1 van de Kieswet.

2.2.2.    De aanduiding is evenmin misleidend voor de kiezers als bedoeld in artikel G 1, vierde lid, onder c, van de Kieswet. Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen in de uitspraken van 17 januari 2002 in zaak no. 200106314/1 en van 8 maart 2002 in zaak no. 200201117/1 (deze uitspraken zijn ter voorlichting van partijen aangehecht) levert de omstandigheid dat een aanduiding waarvan bij het centraal stembureau de registratie wordt verzocht mogelijk geheel of gedeeltelijk overeenstemt met een reeds gevestigde naam of aanduiding, slechts dan misleiding als bedoeld in artikel G 1, vierde lid, onder c, van de Kieswet op, indien de gevestigde naam of aanduiding betrekking heeft op een politieke of maatschappelijke groepering of een instelling verbonden met of verwant aan het staatkundige bestel. Hetzelfde geldt indien, zoals in dit geval door appellanten gesteld, sprake is van een merk. Nu appellanten niet zijn aan te merken als een groepering of instelling als hiervoor bedoeld, is reeds hierom van misleiding als bedoeld in artikel G 1, vierde lid, onder c, van de Kieswet geen sprake.

2.3.    Het vorenstaande leidt tot het oordeel dat het centraal stembureau het verzoek van de vereniging "Ad Bos Collectief" terecht heeft ingewilligd.

2.4.    Het beroep is ongegrond.

2.5.    Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3.    Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

verklaart het beroep ongegrond.

Aldus vastgesteld door mr. J.E.M. Polak, Voorzitter, en mr. P.A. Offers en mr. W.D.M. van Diepenbeek, Leden, in tegenwoordigheid van mr. R.H.L. Dallinga, ambtenaar van Staat.

w.g. Polak    w.g. Dallinga

Voorzitter    ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 29 september 2006

435.