Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2006:AY8897

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
27-09-2006
Datum publicatie
27-09-2006
Zaaknummer
200600374/1
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 30 juli 2004 heeft de burgemeester van Amstelveen (hierna: de burgemeester) geweigerd appellant een evenementenvergunning te verlenen voor het houden van een driedaagse automarkt op het Handelsplein in het Stadshart te Amstelveen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

200600374/1.

Datum uitspraak: 27 september 2006

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellant], wonend te [woonplaats],

tegen de uitspraak in zaak no. AWB 04/6342 van de rechtbank Amsterdam van 16 november 2005 in het geding tussen:

appellant

en

de burgemeester van Amstelveen.

1.    Procesverloop

Bij besluit van 30 juli 2004 heeft de burgemeester van Amstelveen (hierna: de burgemeester) geweigerd appellant een evenementenvergunning te verlenen voor het houden van een driedaagse automarkt op het Handelsplein in het Stadshart te Amstelveen.

Bij besluit van 11 oktober 2004 heeft de burgemeester het daartegen door appellant gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 16 november 2005, verzonden op 1 december 2005, heeft de rechtbank Amsterdam (hierna: de rechtbank) het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft appellant bij brief van 10 januari 2006, bij de Raad van State ingekomen op 12 januari 2006, hoger beroep ingesteld. De gronden zijn aangevuld bij brief van 6 februari 2006. Deze brieven zijn aangehecht.

Bij brief van 19 mei 2006 heeft de burgemeester van antwoord gediend.

Bij brief van 6 juni 2006 heeft appellant hierop gereageerd.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 3 augustus 2006, waar appellant in persoon en de burgemeester, vertegenwoordigd door mr. A.J. Tielbeke, ambtenaar der gemeente, zijn verschenen.

2.    Overwegingen

2.1.    Ingevolge artikel 2.2.1, eerste lid, van de Algemene Plaatselijke Verordening van de gemeente Amstelveen 2000 (hierna: APV), wordt onder evenement verstaan elke voor publiek toegankelijke verrichting van vermaak, met uitzondering van:

a. bioscoopvoorstellingen als bedoeld in de Wet op de filmvertoningen;

b. markten als bedoeld in artikel 151 van de Gemeentewet;

c. kansspelen als bedoeld in de Wet op de kansspelen;

d. het in een inrichting in de zin van de Drank- en Horecawet gelegenheid geven tot dansen;

e. betogingen, samenkomsten en vergaderingen als bedoeld in de Wet openbare manifestaties;

f. activiteiten als bedoeld in de artikelen 2.1.2.1, 2.1.4.1, 2.1.4.2, en 2.1.4.3 van deze verordening.

   Ingevolge artikel 2.2.2, eerste lid, is het verboden zonder vergunning van de burgemeester een evenement te organiseren.

   Ingevolge het tweede lid kan de vergunning worden geweigerd in het belang van:

a. de openbare orde;

b. het voorkomen of beperken van overlast;

c. de verkeersveiligheid of de veiligheid van personen of goederen;

d. de zedelijkheid of gezondheid.

2.2.    Appellant heeft vergunning gevraagd voor het organiseren van een automarkt op het Handelsplein te Amstelveen. De aanvraag is gedaan ten behoeve van de Amstelveense autodealers - die vrijwel allemaal zijn gevestigd buiten de stadskern - die zichzelf en hun autoaanbod in de stadskern aan het publiek willen presenteren. Ter plaatse kunnen auto's worden gekocht.

2.3.    Bij de beslissing op bezwaar heeft de burgemeester gehandhaafd zijn weigering appellant vergunning te verlenen ten behoeve van de automarkt. De burgemeester heeft zich daarbij op het standpunt gesteld dat bedoelde markt moet worden aangemerkt als een evenement in de zin van artikel 2.2.1, eerste lid, van de APV, zodat voor het organiseren daarvan een vergunning is vereist als bedoeld in artikel 2.2.2 van de APV.

2.4.    Naar het oordeel van de Afdeling heeft de burgemeester zich ten onrechte op het standpunt gesteld dat een automarkt als de onderhavige kan worden aangemerkt als een verrichting van vermaak en derhalve als evenement in de zin van de APV. Uit hetgeen onder 2.2. is overwogen volgt dat het louter een commerciële promotie- en verkoopactiviteit betreft. Voor zover daaraan een (bescheiden) activiteit van vermaak is toegevoegd, zoals de ter zitting in hoger beroep genoemde ballonnen-activiteit voor kinderen, strekt deze ter ondersteuning van de commerciële verkoop.

2.5.    Gelet op het voorgaande is de Afdeling van oordeel dat de burgemeester, door artikel 2.2.2 van de APV en het daarop gebaseerde evenementenbeleid toe te passen, een onjuist toetsingskader heeft gehanteerd, zodat dit besluit op een onjuiste rechtsgrondslag is gebaseerd.

2.6.    Het hoger beroep is gegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden vernietigd. Het bij de rechtbank ingestelde beroep dient alsnog gegrond te worden verklaard. De bestreden beslissing op bezwaar komt eveneens voor vernietiging in aanmerking.

2.7.    De burgemeester dient op de na te melden wijze in de proceskosten te worden veroordeeld.

3.    Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

I.    verklaart het hoger beroep gegrond;

II.    vernietigt de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 16 november 2005, AWB 04/6342;

III.    verklaart het bij de rechtbank ingestelde beroep gegrond;

IV.    vernietigt het besluit van de burgemeester van Amstelveen van 11 oktober 2004, 2004.00263 04/12653;

V.    veroordeelt de burgemeester van Amstelveen tot vergoeding van bij appellant in verband met de behandeling van het beroep en hoger beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 61,06 (zegge: eenenzestig euro en zes cent); het dient door de gemeente Amstelveen aan appellant onder vermelding van het zaaknummer te worden betaald;

VI.    gelast dat de gemeente Amstelveen aan appellant het door hem voor de behandeling van het beroep en hoger beroep betaalde griffierecht ten bedrage van € 345,00 (zegge: driehonderdvijfenveertig euro) vergoedt.

Aldus vastgesteld door mr. C.H.M. van Altena, Lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. I.A. Molenaar, ambtenaar van Staat.

w.g. Van Altena    w.g. Molenaar

Lid van de enkelvoudige kamer    ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 27 september 2006

369.