Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2006:AY8067

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
04-09-2006
Datum publicatie
13-09-2006
Zaaknummer
200604858/2
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 4 oktober 2005 heeft de gemeenteraad van Heusden, op voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 26 juli 2005, het bestemmingsplan "Heesbeen" vastgesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

200604858/2.

Datum uitspraak: 4 september 2006

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen onder meer:

[verzoeker], wonend te [woonplaats],

en

het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant,

verweerder.

1.    Procesverloop

Bij besluit van 4 oktober 2005 heeft de gemeenteraad van Heusden, op voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 26 juli 2005, het bestemmingsplan "Heesbeen" vastgesteld.

Verweerder heeft bij zijn besluit van 23 mei 2006, no. 1140436/1196592, beslist over de goedkeuring van het bestemmingsplan.

Tegen dit besluit heeft onder meer verzoeker bij brief van 12 juli 2006, bij de Raad van State ingekomen op 14 juli 2006, beroep ingesteld. De gronden zijn aangevuld bij brief van 20 juli 2006.

Bij eerstgenoemde brief heeft verzoeker de Voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De Voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 24 augustus 2006, waar verweerder, vertegenwoordigd door mr. P. van Driel-Faasen, ambtenaar van de provincie, is verschenen. Voorts is als partij gehoord de gemeenteraad van Heusden, vertegenwoordigd door mr. M.T.G. Küper, ambtenaar van de gemeente. Verzoeker is niet verschenen.

2.    Overwegingen

2.1.    Het oordeel van de Voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.

2.2.    Uit het verzoek- en beroepschrift begrijpt de Voorzitter dat verzoeker zich niet kan verenigen met de goedkeuring van het plan, voor zover dat de bouw van nieuwe woningen, onder meer op zijn perceel, mogelijk maakt. Verzoeker meent dat het plan voorziet in een te groot aantal woningen. Gelet hierop gaat de Voorzitter ervan uit dat de bezwaren van verzoeker zich niet richten tegen de mogelijkheid om ter plaatse van de voormalige boerderij aan de [locatie] één woning te bouwen.

2.3.    Bij het plan is aan het perceel van verzoeker een agrarische bestemming gegeven. Deze laat de door verzoeker bezwaarlijk geachte woningbouw niet toe. Het plan maakt woningbouw daar eerst mogelijk nadat de agrarische bestemming met toepassing van artikel 8, vijfde lid, van de planvoorschriften overeenkomstig artikel 11 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening is gewijzigd in de bestemming "Woondoeleinden". Ter zitting is namens de gemeenteraad verklaard dat niet op korte termijn een dergelijke wijziging, waartegen overigens ook weer rechtsmiddelen openstaan, te verwachten is. Overigens zal, bij gebreke van instemming van verzoeker, geen woningbouw op zijn perceel kunnen plaatsvinden, zolang dat perceel niet is onteigend.

Gelet hierop kan ervan uitgegaan worden dat niet tot woningbouw op het perceel van verzoeker zal worden overgegaan voordat op zijn beroep zal zijn beslist.

2.4.    Aan de overige gronden waar het plan woningbouw mogelijk maakt, is de bestemming "Woondoeleinden" gegeven. Weliswaar laat die bestemming woningbouw direct toe, maar ter zitting is namens de gemeenteraad verklaard dat de gemeente, die eigenaar is van de betrokken gronden, niet van plan is om vooruitlopend op de beslissing op het beroep van verzoeker, daar te beginnen met uitvoering van het plan. De Voorzitter ziet geen aanleiding om aan deze verklaring te twijfelen.

2.5.    Het vorenstaande voert tot het oordeel dat van onverwijlde spoed die het treffen van een voorlopige voorziening vereist, geen sprake is. Het verzoek daartoe dient derhalve te worden afgewezen.

2.6.    Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3.    Beslissing

De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. B.J. van Ettekoven, als Voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. A.P. de Rooy, ambtenaar van Staat.

w.g. Van Ettekoven    w.g. De Rooy

Voorzitter    ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 4 september 2006

59.