Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2006:AY7557

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
06-09-2006
Datum publicatie
06-09-2006
Zaaknummer
200508740/1
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 2 november 2004 heeft appellant (hierna: het college) een verzoek van [verzoeker] om een eind te maken aan het gebruik van het op de groenstrook ter hoogte van het perceel, plaatselijk bekend Ryterveld 3 te Swalmen (hierna: het perceel), gerealiseerde zogenoemde hondentoilet afgewezen.

Wetsverwijzingen
Wet op de Ruimtelijke Ordening
Algemene wet bestuursrecht
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOM 2007/123

Uitspraak

200508740/1.

Datum uitspraak: 6 september 2006

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

het college van burgemeester en wethouders van Swalmen,

appellant,

tegen de uitspraak in zaak no. AWB 05/376 van de rechtbank Roermond van 20 september 2005 in het geding tussen:

[verzoeker], wonend te [woonplaats]

en

appellant.

1.    Procesverloop

Bij besluit van 2 november 2004 heeft appellant (hierna: het college) een verzoek van [verzoeker] om een eind te maken aan het gebruik van het op de groenstrook ter hoogte van het perceel, plaatselijk bekend Ryterveld 3 te Swalmen (hierna: het perceel), gerealiseerde zogenoemde hondentoilet afgewezen.

Bij besluit van 1 maart 2005 heeft het college het daartegen door [verzoeker] gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 20 september 2005, verzonden op 21 september 2005, heeft de rechtbank Roermond (hierna: de rechtbank) het daartegen door [verzoeker] ingestelde beroep gegrond verklaard, dat besluit vernietigd en bepaald dat het college een nieuw besluit op het gemaakte bezwaar neemt met inachtneming van hetgeen in de uitspraak is overwogen. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft het college bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 19 oktober 2005, hoger beroep ingesteld. Deze brief is aangehecht.

Bij brief van 14 november 2005 heeft [verzoeker] van antwoord gediend.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 6 juli 2006, waar het college, vertegenwoordigd door mr. H. Aussems, ambtenaar in dienst van de gemeente, en [verzoeker], bijgestaan door mr. Th.J.H.M. Linssen, advocaat te Tilburg, zijn verschenen.

2.    Overwegingen

2.1.    Het gedeelte van het perceel dat als zogenoemd hondentoilet wordt gebruikt is cirkelvormig, heeft een doorsnede van ongeveer 6 meter, een oppervlakte van ongeveer 19 m² en is omzoomd door een kleine haag.

2.2.    Ingevolge het ter plaatse geldende bestemmingsplan "Heistraat/Schuttekamp" (hierna: het bestemmingsplan) rust op het perceel de bestemming "Groenvoorzieningen G".

   Ingevolge artikel 2.11, eerste lid, van de voorschriften van het bestemmingsplan zijn de op de plankaart als zodanig aangewezen gronden bestemd voor plantsoenen, groenstroken en speelgelegenheden.

   Ingevolge het derde lid zijn op deze gronden uitsluitend ten behoeve van groenvoorzieningen toegelaten:

   a. bouwwerken, geen gebouwen zijnde;

   b. verhardingen;

   c. bijbehorende voorzieningen.

2.3.    Het college betoogt dat de rechtbank heeft miskend dat het gebruik van het desbetreffende gedeelte van het perceel als hondentoilet niet met het bestemmingsplan strijdig is.

   Dit betoog slaagt. [verzoeker] heeft verzocht handhavend op te treden tegen het gebruik van een gedeelte van het als "Groenvoorzieningen G" bestemde perceel als zogenoemd hondentoilet. Het college heeft zich terecht op het standpunt gesteld dat de op het perceel rustende bestemming "Groenvoorzieningen G" gebruik als hondenuitlaatplaats toestaat. Volgens die bestemming kunnen toegelaten groenstroken mede dienen voor het uitlaten van honden. De bestemming verzet zich derhalve ook niet tegen gebruik van een gedeelte van het perceel als zogenoemd hondentoilet.

2.3.1.    Nu geen sprake was van met het bestemmingsplan strijdig gebruik of enige andere overtreding, kon appellant niet handhavend optreden, als door [verzoeker] verzocht.

2.4.    Het hoger beroep is gegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden vernietigd. Doende hetgeen de rechtbank had behoren te doen, zal de Afdeling het door [verzoeker] bij de rechtbank ingestelde beroep ongegrond verklaren.

2.5.    Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3.    Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

I.    vernietigt de uitspraak van de rechtbank Roermond van 20 september 2005 in zaak nr. AWB 05/376;

II.    verklaart het bij de rechtbank in die zaak ingestelde beroep ongegrond.

Aldus vastgesteld door mr. R.W.L. Loeb, Voorzitter, en  mr. S.F.M. Wortmann en mr. C.J.M. Schuyt, Leden, in tegenwoordigheid van mr. J.H. Roelfsema, ambtenaar van Staat.

w.g. Loeb    w.g. Roelfsema

Voorzitter    ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 6 september 2006

218-503.