Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2006:AY5108

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
18-07-2006
Datum publicatie
26-07-2006
Zaaknummer
200506917/2
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

penbare zitting gehouden op 18 juli 2006 om 13:30 uur.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

200506917/2.

Datum uitspraak: 18 juli 2006

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak van de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen:

de stichting "Stichting Circuit van Drenthe", gevestigd te Assen,

verzoekster,

en

de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit,

verweerder.

Procesverloop

Openbare zitting gehouden op 18 juli 2006 om 13:30 uur.

Tegenwoordig:

Staatsraad mr. J.C.K.W. Bartel, Voorzitter

Ambtenaar van Staat: mr. H.A. Bultema

Verschenen:

Verzoekster, vertegenwoordigd door F.P.J.M. Otten, advocaat te Utrecht, alsmede onderscheidenlijk, [directeur], [bestuurslid] en [financieel manager] van verzoekster;

verweerder, vertegenwoordigd door mr. C.A.H.J. Anthonissen, ambtenaar van het ministerie;

de Stichting Het Drentse Landschap en anderen, zijn met bericht niet verschenen.

De Voorzitter stelt vast dat het verzoek betrekking heeft op de inwerkingtreding van de vergunning die verweerder op grond van artikel 12 van de Natuurbeschermingswet aan verzoekster heeft verleend voor het jaarlijks houden van het Truckstarfestival. Deze vergunning is verleend bij besluit van 19 april 2005, kenmerk DRZ/05/2925/IS/SM. Bij besluit van 30 juni 2005, kenmerk DRR&R/2005/3318, heeft verweerder de hiertegen ingediende bezwaren ongegrond verklaard. De Stichting Het Drentse Landschap en anderen hebben tegen dit besluit bij brief van 5 augustus 2005, bij de Raad van State ingekomen op 8 augustus 2005, beroep ingesteld.

Bij brief van 29 juni 2006, bij de Raad van State ingekomen op 30 juni 2006, heeft verzoekster de Voorzitter verzocht de hiervoor genoemde besluiten van 19 april 2005 en 30 juni 2005, in werking te doen treden aangezien de werking van deze besluiten gelet op artikel 19, tweede lid, van de Natuurbeschermingswet, is opgeschort door de indiening van een beroepschrift tegen de beslissing op bezwaar.

De Voorzitter

I.    bepaalt dat de schorsing van de besluiten van 19 april 2005, kenmerk DRZ/05/2925/IS/SM, en van 30 juni 2005, kenmerk DRR&R/2005/3318, wordt opgeheven van 27 juli 2006 tot en met 1 augustus 2006;

II.    gelast dat de Staat der Nederlanden (het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit) aan verzoekster het door haar voor de behandeling van het verzoek betaalde griffierecht ten bedrage van € 281,00 (zegge: tweehonderdeenentachtig euro) vergoedt.

Daartoe overweegt hij het volgende.

Op 1 oktober 2005 zijn verschillende artikelen uit de Natuurbeschermingswet 1998 (hierna: de Nbw 1998) en de Wet van 20 januari 2005 tot wijziging van de Natuurbeschermingswet 1998 in verband met Europeesrechtelijke verplichtingen in werking getreden. Uit het in de artikelen 63 en 64 van de Nbw 1998 opgenomen overgangsrecht volgt dat het recht zoals dat gold vóór de inwerkingtreding van deze wetten op dit geding van toepassing blijft.

Het besluit van 19 april 2005 heeft onder meer betrekking op het Truckstarfestival 2006, dat zal worden gehouden van vrijdag 28 juli tot en met zondag 30 juli 2006. Het besluit is geschorst door de indiening van het eerder vermelde beroep van de Stichting Het Drentse Landschap en anderen. Bij brief van 12 juli 2006 hebben de Stichting Het Drentse Landschap en anderen medegedeeld dat zij zich met betrekking tot het verzoek een voorlopige voorziening te treffen, refereren aan het oordeel van de Voorzitter. Gelet hierop ziet de Voorzitter aanleiding de aan het beroep verbonden schorsing van de hiervoor genoemde besluiten op te heffen voor de duur van de periode waarin het Truckstarfestival 2006 wordt gehouden met inbegrip van de periode die nodig is om het festival op te bouwen en af te breken.

De Voorzitter ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

w.g. Bartel  w.g. Bultema  

Voorzitter     ambtenaar van Staat

400.