Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2006:AY5089

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
26-07-2006
Datum publicatie
26-07-2006
Zaaknummer
200600848/1
Rechtsgebieden
Omgevingsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij besluiten van 22 augustus 2002 heeft het college van burgemeester en wethouders van Borger-Odoorn (hierna: het college) aan Rijkswaterstaat - directie Noord-Nederland (hierna: vergunninghouder) een vergunning onder voorwaarden verleend voor het slopen van het viaduct in de Koesteeg/Rijksweg 34 te Borger alsmede een bouwvergunning onder voorwaarden verleend voor het realiseren van drie viaducten in de Koesteeg/Rijksweg 34 te Borger.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

200600848/1.

Datum uitspraak: 26 juli 2006

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

de vereniging "Buurtvereniging 'De Koesteeg'" e.a., gevestigd respectievelijk wonend te Borger,

appellanten,

tegen de uitspraak in zaken nos. 4/20 en 21 van de rechtbank Assen van 19 december 2005 in de gedingen tussen:

appellanten

en

het college van burgemeester en wethouders van Borger-Odoorn.

1.    Procesverloop

Bij besluiten van 22 augustus 2002 heeft het college van burgemeester en wethouders van Borger-Odoorn (hierna: het college) aan Rijkswaterstaat - directie Noord-Nederland (hierna: vergunninghouder) een vergunning onder voorwaarden verleend voor het slopen van het viaduct in de Koesteeg/Rijksweg 34 te Borger alsmede een bouwvergunning onder voorwaarden verleend voor het realiseren van drie viaducten in de Koesteeg/Rijksweg 34 te Borger.

Bij besluiten van 24 november 2003 heeft het college de daartegen door appellanten gemaakte bezwaren ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 19 december 2005, verzonden op dezelfde datum, heeft de rechtbank Assen (hierna: de rechtbank) de daartegen door appellanten ingestelde beroepen ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak hebben appellanten bij brief, bij de Raad van State per fax ingekomen op 30 januari 2006, hoger beroep ingesteld. De gronden zijn aangevuld bij brief van 28 februari 2006. Deze brieven zijn aangehecht.

Bij brief van 24 maart 2006 heeft het college van antwoord gediend.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 23 juni 2006, waar appellanten, vertegenwoordigd door mr. G.W. Breuker, advocaat te Groningen, en het college, vertegenwoordigd door ing. B.H. Haak, ambtenaar bij de gemeente, bijgestaan door mr. R. Snel, advocaat te Groningen, zijn verschenen.

Voorts is daar als partij gehoord vergunninghouder, vertegenwoordigd door ing. O.W. Bruggink en ing. J. Bouma, beiden ambtenaar bij vergunninghouder.

2.    Overwegingen

2.1.    Het geschil is beperkt tot de vraag of de rechtbank met juistheid heeft geoordeeld dat het college bij het nemen van de beslissingen op bezwaar geen rekening behoefde te houden met het verzoek van appellanten van 24 september 2002 om de Koesteeg als beschermd monument aan te wijzen.

   Wat er zij van het betoog van appellanten, dit kan niet tot vernietiging van de aangevallen uitspraak leiden, reeds omdat de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap dat verzoek bij besluit van 23 juni 2004 heeft afgewezen en appellanten, naar ter zitting is gebleken, hiertegen geen bezwaar hebben gemaakt, zodat dit besluit onherroepelijk is.

   Gelet hierop is er geen grond voor het oordeel dat de rechtbank de beroepen van appellanten ten onrechte ongegrond heeft verklaard.

2.2.    Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

2.3.    Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3.    Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. H. Troostwijk, Voorzitter, en mr. T.M.A. Claessens en mr. C.J.M. Schuyt, Leden, in tegenwoordigheid van mr. L.E.M. Wilbers-Taselaar, ambtenaar van Staat.

w.g. Troostwijk    w.g. Wilbers-Taselaar

Voorzitter    ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 26 juli 2006

171-505.

Verzonden:

   Voor eensluidend afschrift,

de Secretaris van de Raad van State,

voor deze,

   

mr. H.H.C. Visser,

directeur Bestuursrechtspraak