Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2006:AY5069

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
26-07-2006
Datum publicatie
26-07-2006
Zaaknummer
200508884/1
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 27 maart 2003 heeft de gemeenteraad van Bergen op Zoom (hierna: de gemeenteraad) het voorstel van het college van burgemeester en wethouders om het bestemmingsplan "Noordgeest 7e herziening" vast te stellen, verworpen. Bij besluit van 25 maart 2004 heeft de gemeenteraad het voorstel van burgemeester en wethouders om alsnog te besluiten de procedure voor het bestemmingsplan "Noordgeest 7e herziening" op te starten, verworpen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

200508884/1.

Datum uitspraak: 26 juli 2006

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellant], wonend te [woonplaats], en de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Van Opstal o.g. Marketing B.V., gevestigd te Breda,

appellanten,

tegen de uitspraak in zaak no. 04/2363 van de rechtbank Breda van 20 september 2005 in het geding tussen:

appellanten

en

de gemeenteraad van Bergen op Zoom.

1.    Procesverloop

Bij besluit van 27 maart 2003 heeft de gemeenteraad van Bergen op Zoom (hierna: de gemeenteraad) het voorstel van het college van burgemeester en wethouders om het bestemmingsplan "Noordgeest 7e herziening" vast te stellen, verworpen. Bij besluit van 25 maart 2004 heeft de gemeenteraad het voorstel van burgemeester en wethouders om alsnog te besluiten de procedure voor het bestemmingsplan "Noordgeest 7e herziening" op te starten, verworpen.

Bij besluit van 29 september 2004 heeft de gemeenteraad het tegen de  besluiten van 27 maart 2003 en 25 maart 2004 door appellanten gemaakte bezwaar niet-ontvankelijk verklaard.

Bij uitspraak van 20 september 2005, verzonden op die dag, heeft de rechtbank Breda (hierna: de rechtbank) het daartegen door appellanten ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak hebben appellanten bij brief van 21 oktober 2005, bij de Raad van State ingekomen op 25 oktober 2005, hoger beroep ingesteld. De gronden van het beroep zijn aangevuld bij brief van 1 december 2005. Deze brieven zijn aangehecht.

Bij brief van 16 december 2005 heeft de gemeenteraad van antwoord gediend.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 11 juli 2006, waar [appellant], die ook optrad namens Van Opstal o.g. Marketing B.V., en de gemeenteraad, vertegenwoordigd door mr. N. Peers, ambtenaar van de gemeente, zijn verschenen.

2.    Overwegingen

2.1.    Appellanten betogen dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat tegen de besluiten van 27 maart 2003 en 25 maart 2004 geen bezwaar open stond.

2.1.1.    Ingevolge artikel 7:1, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) dient degene aan wie het recht is toegekend tegen een besluit beroep op een administratieve rechter in te stellen, alvorens beroep in te stellen tegen dat besluit bezwaar te maken.

    Ingevolge artikel 8:5 van de Awb, bezien in samenhang met onderdeel C, onder 2, van de Bijlage bij die wet (de zogeheten negatieve lijst), kan geen beroep worden ingesteld tegen een besluit, genomen op grond van artikel 25 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening (hierna: WRO).

    Ingevolge artikel 25 van de WRO beslist de gemeenteraad binnen acht weken of, indien over het ontwerp een zienswijze naar voren is gebracht, binnen vier maanden na afloop van de in artikel 3:16, eerste lid, van de Awb genoemde termijn omtrent de vaststelling van het bestemmingsplan.

2.1.2.    Het besluit van 27 maart 2003 houdt een beslissing in van de gemeenteraad omtrent de vaststelling van een bestemmingsplan en is, nu een dergelijke beslissing op de negatieve lijst staat, reeds daarom uitgesloten van bezwaar en beroep. Appellanten kunnen niet worden gevolgd in hun betoog dat artikel 10 van de WRO grondslag is voor deze beslissing en de negatieve lijst van de Awb niet van toepassing is op besluiten tot het niet vaststellen van een bestemmingsplan. De tekst van artikel 25 van de WRO is niet beperkt tot de vaststelling van bestemmingsplannen. Voorts heeft de wetgever blijkens de Memorie van Toelichting bij het wetsvoorstel tot wijziging van de WRO (TK 1996-1997, 25311, nr. 3, pagina's 21 en 22) het uitsluiten van beroep tegen de weigering door de gemeenteraad een bestemmingsplan vast te stellen uitdrukkelijk gehandhaafd.

    Het besluit van 25 maart 2004 is naar zijn strekking eveneens aan te merken als de weigering van de gemeenteraad om een bestemmingsplan in de door appellanten gewenste zin vast te stellen en is, om redenen als hiervoor genoemd evenmin vatbaar voor bezwaar en beroep.

    De conclusie is dat de rechtbank met juistheid heeft geoordeeld dat tegen de besluiten van 27 maart 2003 en 25 maart 2004 geen bezwaar open stond. Het betoog faalt.

2.2.    Appellanten betogen voorts tevergeefs dat de rechtbank heeft miskend dat de artikelen 6 en 13 van het Europese Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (hierna: EVRM), bezien in samenhang met de artikelen 112, 17 en 94 van de Grondwet, zich tegen het niet toekennen van een beroepsrecht tegen besluiten tot het niet vaststellen van een bestemmingsplan verzetten. Zo met de onderhavige besluiten al burgerlijke rechten en verplichtingen worden vastgesteld als bedoeld in artikel 6 EVRM, staat appellanten in dat geval de gang naar de burgerlijke rechter open. Dat deze rechtsgang, naar appellanten betogen, niet tot het door hen gewenste resultaat kan leiden doet daar niet aan af.

2.3.    Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

2.4.    Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3.    Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. P.J.J. van Buuren, Voorzitter, en mr. H. Troostwijk en mr. W. van den Brink, Leden, in tegenwoordigheid van mr. R.P.F. Boermans, ambtenaar van Staat.

w.g. Van Buuren    w.g. Boermans

Voorzitter    ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 26 juli 2006

429.