Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2006:AX9073

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
21-06-2006
Datum publicatie
21-06-2006
Zaaknummer
200505138/1
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 9 juni 2004 heeft verweerder een nadere eis, als bedoeld in het Besluit glastuinbouw gesteld voor het glastuinbouwbedrijf van appellante op de percelen Nieuwe Dwarsweg 6 en Bathpolderdwarsweg 4 te Rilland, gemeente Reimerswaal. Dit besluit is op 17 juni 2004 ter inzage gelegd.

Wetsverwijzingen
Besluit glastuinbouw
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Omgevingsvergunning in de praktijk 2006/557
JOM 2006/1389
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

200505138/1.

Datum uitspraak: 21 juni 2006

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

"VES Agro B.V.", gevestigd te Maasland, gemeente Midden-Delfland,

appellante,

en

het college van burgemeester en wethouders van Reimerswaal,

verweerder.

1.    Procesverloop

Bij besluit van 9 juni 2004 heeft verweerder een nadere eis, als bedoeld in het Besluit glastuinbouw gesteld voor het glastuinbouwbedrijf van appellante op de percelen Nieuwe Dwarsweg 6 en Bathpolderdwarsweg 4 te Rilland, gemeente Reimerswaal. Dit besluit is op 17 juni 2004 ter inzage gelegd.

Bij besluit van 3 mei 2005, verzonden op 4 mei 2005, heeft verweerder het hiertegen gemaakte bezwaar gegrond verklaard, het besluit van 9 juni 2004 herroepen en daarvoor in de plaats een nieuwe nadere eis gesteld.

Tegen dit besluit heeft appellante bij brief van 9 juni 2005, bij de Raad van State ingekomen op 14 juni 2005, beroep ingesteld.

Bij brief van 11 oktober 2005 heeft verweerder een verweerschrift ingediend.

De Stichting Advisering Bestuursrechtspraak voor Milieu en Ruimtelijke Ordening heeft een deskundigenbericht uitgebracht, gedateerd 5 januari 2006. Partijen zijn in de gelegenheid gesteld daarop te reageren.

Na afloop van het vooronderzoek zijn nadere stukken ontvangen van

[partij]. Deze zijn aan de andere partijen toegezonden.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 6 april 2006, waar appellante, vertegenwoordigd door mr. ir. J.L. Mieras en W. Wisse, en verweerder, vertegenwoordigd door B.G.J. Lobée, ambtenaar van de gemeente, zijn verschenen.

Voorts is als partij gehoord [partij], bijgestaan door A.J. Dijke.

Na het sluiten van het onderzoek ter zitting heeft de Afdeling het onderzoek heropend.

Er zijn nog stukken ontvangen van appellante, verweerder en [partij].

2.    Overwegingen

2.1.    De bij het bestreden besluit en het primaire besluit gestelde nadere eisen zijn gebaseerd op artikel 6, eerste lid, aanhef en onder b, in samenhang met paragraaf 1.9 van bijlage 2 van het Besluit glastuinbouw. Artikel 6 en de voorschriften van bijlage 2 van het Besluit glastuinbouw zijn van toepassing op zogeheten glastuinbouwbedrijven type B en niet op glastuinbouwbedrijven type A.

   Ingevolge artikel 2, aanhef en onder b, sub 20, onderdeel aa, van het Besluit glastuinbouw, voor zover hier van belang, is sprake van een glastuinbouwbedrijf type A indien het glastuinbouwbedrijf is opgericht na 30 april 1996 en is gelegen op een afstand van minder dan 25 meter van een object categorie II. Ingevolge artikel 1, eerste lid, aanhef en onder ff,  van het Besluit glastuinbouw wordt onder een object categorie II onder meer verstaan: woningen van derden.

2.2.    Uit de stukken blijkt dat de inrichting is opgericht na 30 april 1996.  Verder blijkt uit het deskundigenbericht en het verhandelde ter zitting dat de inrichting op minder dan 25 meter van de meest nabijgelegen woning van derden is gelegen. Gelet op het vorenstaande dient de inrichting te worden aangemerkt als een glastuinbouwbedrijf type A als bedoeld in het Besluit glastuinbouwbedrijf.

   Dit betekent dat artikel 6 en paragraaf 1.9 van bijlage 2 van het Besluit glastuinbouw niet van toepassing zijn op de inrichting, zodat het bestreden besluit, voor zover daarbij een nadere eis is gesteld, een wettelijke grondslag ontbeert.

2.3.    Gelet op het vorenstaande is het beroep gegrond. De bestreden beslissing op bezwaar dient te worden vernietigd wegens strijd met het Besluit glastuinbouw. Het primaire besluit moet worden herroepen.

De overige beroepsgronden behoeven in verband hiermee geen bespreking.

2.4.    Verweerder dient op na te melden wijze in de proceskosten te worden veroordeeld.

3.    Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

I.    verklaart het beroep gegrond;

II.    vernietigt het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Reimerswaal van 3 mei 2005, kenmerk 05.005563;

III.    herroept het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Reimerswaal van 9 juni 2004, kenmerk wmb 13267;

IV.    bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde besluit;

V.    veroordeelt het college van burgemeester en wethouders van Reimerswaal tot vergoeding van bij appellante in verband met de behandeling van het beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 678,37 (zegge: zeshonderdachtenzeventig euro en zevenendertig cent), waarvan een gedeelte groot € 644,00 is toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand; het dient door de gemeente Reimerswaal aan appellante onder vermelding van het zaaknummer te worden betaald;

VI.    gelast dat de gemeente Reimerswaal aan appellante het door haar voor de behandeling van het beroep betaalde griffierecht ten bedrage van € 276,00 (zegge: tweehonderdzesenzeventig euro) vergoedt.

Aldus vastgesteld door mr. K. Brink, Voorzitter, en mr. J.A.M. van Angeren en mr. P.C.E. van Wijmen, Leden, in tegenwoordigheid van mr. F.B. van der Maesen de Sombreff, ambtenaar van Staat.

De Voorzitter    w.g. Van der Maesen de Sombreff

is verhinderd de uitspraak    ambtenaar van Staat

te ondertekenen.

Uitgesproken in het openbaar op 21 juni 2006

190-415.