Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2006:AX9048

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
15-06-2006
Datum publicatie
21-06-2006
Zaaknummer
200506368/4
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Bij uitspraak van 13 oktober 2005, nr. 200506368/2 heeft de Voorzitter op verzoek van [wederpartij] en anderen het besluit van het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant van 24 mei 2005 tot goedkeuring van het bestemmingsplan "Zorgcentrum Hintham" bij wijze van voorlopige voorziening geschorst voor zover het de plandelen met de bestemming "Wonen (W)" zoals aangeduid op de bij die uitspraak gevoegde kaart betreft. De uitspraak is aangehecht.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

200506368/4.

Datum uitspraak: 15 juni 2006

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek van:

het college van burgemeester en wethouders van 's-Hertogenbosch,

verzoeker,

om opheffing of wijziging (artikel 8:87 van de Algemene wet bestuursrecht) van de bij uitspraak van 13 oktober 2005, in zaak no. 200506368/2, getroffen voorlopige voorziening in het geding tussen:

[wederpartij] en anderen, wonend te [woonplaats],

en

het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant,

verweerder.

1.    Procesverloop

Bij uitspraak van 13 oktober 2005, nr. 200506368/2 heeft de Voorzitter op verzoek van [wederpartij] en anderen het besluit van het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant van 24 mei 2005 tot goedkeuring van het bestemmingsplan "Zorgcentrum Hintham" bij wijze van voorlopige voorziening geschorst voor zover het de plandelen met de bestemming "Wonen (W)" zoals aangeduid op de bij die uitspraak gevoegde kaart betreft. De uitspraak is aangehecht.

Bij brief van 29 maart 2006, bij de Raad van State ingekomen op 31 maart 2006, heeft verzoeker de Voorzitter verzocht deze voorlopige voorziening op te heffen of te wijzigen.

De Voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 18 mei 2006, waar verzoeker, vertegenwoordigd door J.M. Groothuijse, ambtenaar van de gemeente, en ir. J.J.G. Heese, werkzaam bij Peutz B.V., is verschenen.

Voorts is als partij gehoord [wederpartij] in persoon, het college van gedeputeerde staten, vertegenwoordigd door P.M.A. van Beek, ambtenaar van de provincie, en Woningstichting De Kleine Meierij, vertegenwoordigd door mr. M.J.M.G. van Gerwen, J.Th.A.M. Jansen en ing. L. Frensen, gemachtigden.

2.    Overwegingen

2.1.    Verzoeker stelt dat uit het "Onderzoek naar de luchtkwaliteit in de omgeving van Zorgcentrum Hintham te 's-Hertogenbosch" van Peutz B.V. van 28 maart 2006 blijkt dat het bestemmingsplan voldoet aan het bepaalde in artikel 7 van het Besluit luchtkwaliteit 2005 (Blk 2005). Gelet hierop en op de grote belangen die met uitvoering van het plan zijn gediend, verzoekt hij om opheffing van de getroffen voorlopige voorziening.

2.2.    De Voorzitter stelt voorop dat in deze procedure slechts moet worden beoordeeld of er een grond is om de voorlopige voorziening op te heffen dan wel te wijzigen. Daartoe bestaat slechts aanleiding indien er sprake is van:

- hetzij een omstandigheid die de Voorzitter ten tijde van diens uitspraak niet bekend was en die, indien zij wel bekend was geweest, ertoe zou hebben geleid dat geen schorsing bij wijze van voorlopige voorziening zou zijn uitgesproken;

- hetzij een inmiddels gewijzigde omstandigheid op grond waarvan thans aan uitvoering van het geschorste besluit overwegende betekenis moet worden toegekend in verhouding tot het met het voortduren van de schorsing te dienen belang.

2.3.    De Voorzitter is er evenwel niet van overtuigd dat aan het luchtkwaliteitsonderzoek van 28 maart 2006, als gewijzigde omstandigheid, overwegende betekenis moet worden toegekend in verhouding tot het met het voortduren van de schorsing te dienen belang. Hierbij acht de Voorzitter van belang dat dit luchtkwaliteitsonderzoek niet afdoet aan het feit dat het bestreden besluit niet met onderzoeksgegevens is onderbouwd.

2.4.    Het verzoek dient derhalve te worden afgewezen.

2.5.    Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3.    Beslissing

De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. P.J.J. van Buuren, als Voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. A.J. Soede, ambtenaar van Staat.

w.g. Van Buuren    w.g. Soede

Voorzitter    ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 15 juni 2006

270-461.