Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2006:AX8536

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
14-06-2006
Datum publicatie
14-06-2006
Zaaknummer
200509210/1
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bij besluit van datum 21 juni 2005 heeft het college van burgemeester en wethouders van Noord-Brabant het uitwerkingsplan "Uitwerkingsplan Surfplas (Tradepark 58)" vastgesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

200509210/1.

Datum uitspraak: 14 juni 2006

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

[appellanten], wonend te [woonplaats],

en

het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant,

verweerder.

1.    Procesverloop

Bij besluit van datum 21 juni 2005 heeft het college van burgemeester en wethouders van Noord-Brabant het uitwerkingsplan "Uitwerkingsplan Surfplas (Tradepark 58)" vastgesteld.

Tegen dit besluit hebben appellanten bij brief van 31 oktober 2005, bij de Raad van State ingekomen op 7 november 2005, beroep ingesteld.

Bij brief van 7 februari 2006 heeft verweerder een verweerschrift ingediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 18 mei 2006, waar verweerder, vertegenwoordigd door P.H.G.M. Jansen is verschenen.

Voorts is als partij gehoord het college van burgemeester en wethouders, vertegenwoordigd door mr. L. van Grinsven, ambtenaar van de gemeente.

2.    Overwegingen

Overgangsrecht

2.1.    Op 1 juli 2005 zijn de Wet uniforme openbare voorbereidingsprocedure Awb en de Aanpassingswet uniforme openbare voorbereidingsprocedure Awb in werking getreden. Uit het daarbij behorende overgangsrecht volgt dat het recht zoals dat gold vóór de inwerkingtreding van deze wetten op dit geding van toepassing blijft.

Toetsingskader

2.2.    Aan de orde is een geschil inzake een besluit omtrent de goedkeuring van een uitwerkingsplan. Ingevolge artikel 11, eerste lid, van de Wet op de Ruimtelijke Ordening, voor zover hier relevant, kan bij een bestemmingsplan worden bepaald dat het plan moet worden uitgewerkt volgens bij het plan te geven regelen. Bij de beslissing over de goedkeuring van een uitwerkingsplan dient verweerder te toetsen of aan de bij het bestemmingsplan gegeven uitwerkingsregelen is voldaan. Ingevolge artikel 11, vierde lid, van de Wet op de Ruimtelijke Ordening in samenhang met artikel 10:27 van de Algemene wet bestuursrecht rust daarnaast op verweerder de taak om te bezien of het plan binnen de bij het bestemmingsplan gegeven regelen niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening. Tevens heeft verweerder er op toe te zien dat het plan en de totstandkoming daarvan niet in strijd zijn met het recht.

De Afdeling kan slechts tot vernietiging van het besluit omtrent goedkeuring van het plan overgaan, indien moet worden geoordeeld dat verweerder de aan hem toekomende beoordelingsmarges heeft overschreden, dan wel dat hij het recht anderszins onjuist heeft toegepast.

Het uitwerkingsplan

2.3.    Het uitwerkingsplan "Uitwerkingsplan Surfplas (Tradepark 58)" is een uitwerking van het op 17 juli 2002 onherroepelijk geworden bestemmingsplan "Surfplas". In het uitwerkingsplan hebben de percelen van appellanten de bestemming "Bedrijfsdoeleinden-B-".

Het standpunt van appellanten

2.4.    Appellanten stellen in beroep dat verweerder ten onrechte goedkeuring heeft verleend aan het uitwerkingsplan voor zover dat hun percelen betreft, kadastraal bekend Gemeente Tilburg, sectie Z, nummers 151, 194, 198, 488, 491, 543, 626, 981, 985, 989 en 991, die daarin de bestemming "Bedrijfsdoeleinden-B(UW I) en B(UW II)-" hebben. Appellanten stellen dat de percelen noodzakelijk zijn voor het agrarische bedrijf dat ter plaatse wordt uitgeoefend.

Het standpunt van verweerder

2.5.    Verweerder ziet geen reden het uitwerkingsplan "Uitwerkingsplan Surfplas (Tradepark 58)" in strijd met een goede ruimtelijke ordening of het recht te achten. Verweerder is van oordeel dat het uitwerkingsplan past binnen de criteria van de uitwerkingsplicht zoals die is opgenomen in het bestemmingsplan "Surfplas". Verweerder wijst erop dat de betrokken percelen reeds geen agrarische bestemming meer bezitten, aangezien de bestemming "Bedrijfsdoeleinden uit te werken door burgemeester en wethouders B(UW I) en B(UW II)" in het bestemmingsplan "Surfplas" onherroepelijk is geworden op 17 juli 2002.

Vaststelling van de feiten

2.6.    Bij haar oordeelsvorming gaat de Afdeling uit van de volgende als vaststaand aangenomen gegevens.

2.6.1.    Bij uitspraak van 17 juli 2002, no. 200103099/1 heeft de Afdeling het beroep van appellanten tegen het besluit van verweerder van 8 mei 2001, tot goedkeuring van het bestemmingsplan "Surfplas", waarin de percelen van appellanten zijn gelegen, ongegrond verklaard. Hiermee is dit bestemmingsplan onherroepelijk geworden.

2.6.2.    Niet in geding is dat het uitwerkingsplan in overeenstemming is met de uitwerkingsregels zoals die zijn neergelegd in de voorschriften van het bestemmingsplan "Surfplas".

Het oordeel van de Afdeling

2.7.    De herziening van de agrarische bestemmingen, die voor de percelen van appellanten golden vóór het van kracht worden van het bestemmingsplan "Surfplas", met het oog op de bestemming "Bedrijfsdoeleinden uit te werken door burgemeester en wethouders B(UW I) en B(UW II)", moet worden geacht bij de goedkeuring van het bestemmingsplan te zijn afgewogen. Het beroep van appellanten strekt tot het wederom beoordelen van de aanvaardbaarheid van deze herziening. Gelet daarop is geen grond te zien voor het oordeel dat het plan, waarvan de invulling past binnen de regels van het bestemmingsplan, in strijd met een goede ruimtelijke ordening moest worden geacht dan wel anderszins in strijd is met het recht. Het beroep is derhalve ongegrond.

2.8.    Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3.    Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

verklaart het beroep ongegrond.

Aldus vastgesteld door mr. R.J. Hoekstra, Lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. P.J.A.M. Broekman, ambtenaar van Staat.

w.g. Hoekstra    w.g. Broekman

Lid van de enkelvoudige kamer    ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 14 juni 2006

12-521.