Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2006:AX2081

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
17-05-2006
Datum publicatie
17-05-2006
Zaaknummer
200507829/1
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 20 april 2004 heeft het college van burgemeester en wethouders van Eersel (hierna: het college), de Politiehondenvereniging Vroeg en Vlug (hierna: de Politiehondenvereniging), voor zover hier van belang, onder oplegging van een dwangsom gelast de zonder bouwvergunning geplaatste SRV-wagen in het boslaantje achter het perceel, kadastraal bekend gemeente Vessem, sectie F, nummer 3113 (ged.), plaatselijk bekend nabij de Urnenweg (ongenummerd) te Knegsel, te verwijderen en verwijderd te houden, behalve op dinsdagen en donderdagen van 17.30 uur tot 22.30 uur en op zondagen van 08.00 uur tot 13.00 uur.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Gst. 2006, 101 met annotatie van A.G.A. Nijmeijer
Module Bouwregelgeving 2006/793
Module Vastgoed en wonen 2006/534
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

200507829/1.

Datum uitspraak: 17 mei 2006

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellant], wonend te [woonplaats],

tegen de uitspraak in zaak no. Awb 04 / 3341 van de

rechtbank 's-Hertogenbosch van 28 juli 2005 in het geding tussen:

appellant

en

het college van burgemeester en wethouders van Eersel.

1.    Procesverloop

Bij besluit van 20 april 2004 heeft het college van burgemeester en wethouders van Eersel (hierna: het college), de Politiehondenvereniging Vroeg en Vlug (hierna: de Politiehondenvereniging), voor zover hier van belang, onder oplegging van een dwangsom gelast de zonder bouwvergunning geplaatste SRV-wagen in het boslaantje achter het perceel, kadastraal bekend gemeente Vessem, sectie F, nummer 3113 (ged.), plaatselijk bekend nabij de Urnenweg (ongenummerd) te Knegsel, te verwijderen en verwijderd te houden, behalve op dinsdagen en donderdagen van 17.30 uur tot 22.30 uur en op zondagen van 08.00 uur tot 13.00 uur.

Bij besluit van 13 oktober 2004 heeft het college het daartegen door appellant gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 28 juli 2005, verzonden op 3 augustus 2005, heeft de rechtbank 's-Hertogenbosch (hierna: de rechtbank) het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft appellant bij brief van 1 september 2005, bij de Raad van State ingekomen op 2 september 2005, hoger beroep ingesteld. Deze brief is aangehecht.

Bij brief van 5 oktober 2005 heeft het college van antwoord gediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

Met toepassing van artikel 8:26, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht is de Politiehondenvereniging in de gelegenheid gesteld als partij aan het geding deel te nemen. Zij heeft te kennen gegeven van deze gelegenheid gebruik te willen maken. Bij brief van 20 oktober 2005 heeft zij een memorie ingediend.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 25 april 2006, waar appellant in persoon, bijgestaan door J.E.M. Strang, gemachtigde, het college, vertegenwoordigd door mr. P.M.H.M. Bakermans, werkzaam bij de gemeente Eersel, en de Politiehondenvereniging, vertegenwoordigd door [secretaris] van de vereniging, zijn verschenen.

2.    Overwegingen

2.1.    De Politiehondenvereniging gebruikt het perceel aan de Urnenweg als oefenterrein voor het trainen en africhten van politiehonden op dinsdagen en donderdagen van 18.00 uur tot 22.00 uur en op zondagen van 08.30 uur tot 12.30 uur. Voor de aan- en afvoer van de voor de honden te gebruiken oefenmaterialen wordt een SRV-wagen gebruikt.

2.2.    Ingevolge artikel 1, aanhef en onder a, van de Woningwet, voor zover hier van belang, wordt onder bouwen verstaan het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk.

   Ingevolge artikel 40, eerste lid, van de Woningwet is het verboden te bouwen zonder of in afwijking van een vergunning van burgemeester en wethouders (bouwvergunning).

   Ingevolge het geldende bestemmingsplan "Buitengebied" is het perceel bestemd tot "bosgebied" en mag hierop niet worden gebouwd.

2.3.    De rechtbank heeft bij uitspraak van 8 augustus 2002, in zaaknummers AWB 01 / 428, AWB 01 / 969 en AWB 01 / 985, geoordeeld dat het gebruik van het perceel als oefenterrein en voor wedstrijden voor de politiehondensport op grond van het overgangsrecht van artikel 45 sub B/C van de voorschriften van het bestemmingsplan is toegestaan. Deze uitspraak is in rechte onaantastbaar geworden.

2.4.    Anders dan appellant heeft betoogd is de rechtbank op goede gronden tot het juiste oordeel gekomen dat de SRV-wagen op het perceel nabij de Urnenweg gedurende de dagen en uren, zoals aangegeven in het besluit van 20 april 2004, niet kan worden aangemerkt als een bouwwerk in de zin van de Woningwet.

   Niet kan worden volgehouden dat in casu sprake is van een verrijdbaar object dat naar omvang, constructie en gebruik een plaatsgebonden karakter heeft. De SRV-wagen wordt gebruikt voor het transport van de voor de training van de honden benodigde oefenmaterialen, zoals revierkisten, juten en leren pakken, pylonen, transportfietsen en een voederkist. Hieraan doet niet af dat de SRV-wagen tijdens de trainingsuren incidenteel als schuilplaats tijdens regenbuien wordt gebruikt.

2.4.1.    Het beroep van appellant op de uitspraken van de Afdeling van 19 februari 2003, in zaak no. 200202813 en 13 april 2005 in zaak no. 200405211/1 (lees: 200405311/1) faalt, reeds omdat het in die zaken, anders dan in de onderhavige zaak, niet de aanwezigheid van een wagen met een transportfunctie betrof.

2.4.2.    Hetgeen appellant overigens nog heeft aangevoerd biedt evenmin aanknopingspunten voor een ander oordeel dan dat van de rechtbank.

2.4.3.    Uit het vorenoverwogene volgt dat geen sprake is van een bouwvergunningplichtig bouwwerk, zodat de aanwezigheid van een SRV-wagen op het perceel gedurende de in het besluit van 20 april 2004 aangegeven uren geen strijd oplevert met het bepaalde in artikel 40 van de Woningwet.

   Voor het college bestond dan ook geen bevoegdheid om tegen de beperkte aanwezigheid van de SRV-wagen op het perceel handhavend op te treden, zodat het college terecht heeft geweigerd dit te doen.

   De rechtbank is ook tot dat oordeel gekomen.

2.5.    Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

2.6.    Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3.    Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. A.W.M. Bijloos, Lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. G.A.A.M. Boot, ambtenaar van Staat.

w.g. Bijloos    w.g. Boot

Lid van de enkelvoudige kamer    ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 17 mei 2006

202.