Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2006:AV8658

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
05-04-2006
Datum publicatie
05-04-2006
Zaaknummer
200508523/1
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Appellanten hebben bij brief van 3 mei 2004 verweerder verzocht handhavingsmaatregelen te treffen ten aanzien van camping "De Schaapskooi" op het perceel Centrumweg 5 te Epe.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Omgevingsvergunning in de praktijk 2006/4287

Uitspraak

200508523/1.

Datum uitspraak: 5 april 2006

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

[appellanten], wonend te [woonplaats],

en

het college van burgemeester en wethouders van Epe,

verweerder.

1.    Procesverloop

Appellanten hebben bij brief van 3 mei 2004 verweerder verzocht handhavingsmaatregelen te treffen ten aanzien van camping "De Schaapskooi" op het perceel Centrumweg 5 te Epe.

Bij brief van 13 september 2004 hebben appellanten bezwaar gemaakt tegen het uitblijven van een beslissing op dit verzoek.

Bij besluit van 15 april 2005, op dezelfde dag verzonden, heeft verweerder het bezwaar deels gegrond verklaard.

Tegen dit besluit hebben appellanten bij brief van 26 mei 2005, bij de arrondissementsrechtbank Zutphen ingekomen op 27 mei 2005, beroep ingesteld. Op grond van artikel 6:15 van de Algemene wet bestuursrecht heeft de arrondissementsrechtbank het beroepschrift doorgezonden naar de Afdeling, waar het op 6 oktober 2005 is ingekomen.

Bij brief van 9 november 2005 heeft verweerder een verweerschrift ingediend.

Na afloop van het vooronderzoek zijn nadere stukken ontvangen van [partij]. Deze zijn aan de andere partijen toegezonden.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 17 maart 2006, waar [gemachtigde] in persoon en bijgestaan door mr. A.A. Robbers, advocaat te Apeldoorn, en verweerder, vertegenwoordigd door ing. M.G. Steenbergen, ambtenaar van de gemeente, zijn verschenen.

2.    Overwegingen

2.1.    Verweerder heeft, blijkens het bestreden besluit en het daarin overgenomen advies van de commissie bezwaarschriften van 14 maart 2005, het bezwaar van appellanten, voor zover hier van belang, gegrond verklaard wat het niet tijdig nemen van een beslissing op het handhavingsverzoek van appellanten betreft. Wat het thans voorliggende inhoudelijke onderdeel van het handhavingsverzoek betreft, te weten overlast van de op het terrein van de camping aanwezige lichtmasten, heeft verweerder zich op het standpunt gesteld dat geen sprake is van een overtreding, zodat hij op dit punt niet bevoegd is handhavend op te treden. In zoverre moet het bestreden besluit derhalve worden opgevat als een weigering om handhavend op te treden.

2.2.    Onbestreden is dat camping "De Schaapskooi" onder de werking van het Besluit horeca-, sport- en recreatie-inrichtingen milieubeheer (hierna: het Besluit) valt.

2.3.    Appellanten voeren aan lichthinder te ondervinden van de lichtmasten op het terrein van de camping. Zij betogen dat verweerder hun verzoek om het treffen van handhavingsmaatregelen op dit punt ten onrechte heeft afgewezen, aangezien het Besluit zich volgens hen verzet tegen het plaatsen van de lichtmasten.

2.4.    In paragraaf 1.5 van de bijlage bij het Besluit zijn voorschriften opgenomen inzake de verlichting ten behoeve van sportbeoefening. In de bijlage bij het Besluit zijn verder, behalve de voorschriften betreffende het stellen van nadere eisen in voorschrift 4.5.1 van de bijlage bij het Besluit, geen voorschriften gesteld ter voorkoming van onaanvaardbare lichthinder veroorzaakt door andersoortige verlichting.

   De lichtmasten op het terrein van de camping dienen niet als verlichting ten behoeve van sportbeoefening. Er doet zich derhalve geen overtreding van de voorschriften uit de bijlage bij het Besluit voor. Uit het vorenstaande volgt dat verweerder zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat hij niet bevoegd is handhavend op te treden ten aanzien van de hinder die appellanten stellen te ondervinden van de op het terrein van de camping aanwezige lichtmasten.

2.5.    Het beroep is ongegrond.

2.6.    Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3.    Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

verklaart het beroep ongegrond.

Aldus vastgesteld door mr. H. Beekhuis, Lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. P.A. de Vink, ambtenaar van Staat.

w.g. Beekhuis    w.g. De Vink

Lid van de enkelvoudige kamer    ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 5 april 2006

154-493.