Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2006:AV8633

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
05-04-2006
Datum publicatie
05-04-2006
Zaaknummer
200505852/1
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 18 februari 2005 heeft appellant (hierna: de directeur) de aan [wederpartij] verleende erkenning voor het uitvoeren van APK-keuringen van voertuigen tot en met 3500 kg ingetrokken voor een periode van negen weken, ingaande 28 februari 2005.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

200505852/1.

Datum uitspraak: 5 april 2006

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

de Algemeen Directeur van de Dienst Wegverkeer,

appellant,

tegen de uitspraak in zaak no. AWB 05/514 WET V1 V EN AWB 05/516 WET V1 A van de voorzieningenrechter van de rechtbank Almelo van 31 mei 2005 in het geding tussen:

[wederpartij], wonend te [woonplaats],

en

appellant.

1.    Procesverloop

Bij besluit van 18 februari 2005 heeft appellant (hierna: de directeur) de aan [wederpartij] verleende erkenning voor het uitvoeren van APK-keuringen van voertuigen tot en met 3500 kg ingetrokken voor een periode van negen weken, ingaande 28 februari 2005.

Bij besluit van 2 mei 2005 heeft de directeur het daartegen door [wederpartij] gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 31 mei 2005, verzonden op dezelfde dag, heeft de voorzieningenrechter van de rechtbank Almelo (hierna: de voorzieningenrechter) voor zover van belang het daartegen door [wederpartij] ingestelde beroep gegrond verklaard, de bestreden beslissing op bezwaar vernietigd en appellant opgedragen met inachtneming van de uitspraak van de voorzieningenrechter een nieuw besluit te nemen. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft de directeur bij brief van 4 juli 2005, bij de Raad van State ingekomen op 5 juli 2005, hoger beroep ingesteld. Deze brief is aangehecht.

Bij brief van 1 augustus 2005 heeft [wederpartij] van antwoord gediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 20 december 2005, waar de directeur vertegenwoordigd door mr. H. Bal, werkzaam bij de Dienst Wegverkeer en [wederpartij], vertegenwoordigd door mr. M.W. van Ochten, advocaat te Nijmegen, zijn verschenen.

2.    Overwegingen

2.1.    Aan de orde is het in bezwaar gehandhaafde besluit tot intrekking gedurende een periode van negen weken van de aan [wederpartij] verleende erkenning voor het uitvoeren van periodieke keuringen (hierna: APK-erkenning). Dit besluit is door de voorzieningenrechter vernietigd. De directeur heeft deze sanctie in afwachting van de uitspraak van de voorzieningenrechter opgeschort.

2.2.    Ter zitting is gebleken dat de directeur naar aanleiding van een herschouwing in september 2005 bij besluit van 5 oktober 2005 tot definitieve intrekking van de aan het bedrijf verleende APK-erkenning is overgegaan. Dit besluit is, omdat daartegen geen rechtsmiddelen zijn aangewend, rechtens onaantastbaar. Het gevolg hiervan is dat op dit bedrijf geen APK-keuringen meer kunnen en mogen worden verricht.

   Het betekent voorts dat de in dit geschil te beoordelen sanctie tot intrekking van de APK-erkenning gedurende negen weken iedere betekenis heeft verloren, omdat zij niet meer kan worden geëffectueerd. Evenmin is gebleken dat de uitkomst van dit geding bepalend zal zijn voor in de toekomst ten aanzien van [wederpartij] of anderen te nemen beslissingen. Het betoog van de directeur dat hij, gelet op artikel 84, derde lid, van de Wegenverkeerswet 1994 rekening dient te houden met het besluit van 18 februari 2005, gaat eraan voorbij dat die verplichting alleen gedurende een bepaalde periode geldt en dat deze periode is verstreken zonder dat [wederpartij] een aanvraag heeft ingediend.

   Niet valt in te zien dat de directeur nog enig belang heeft bij de behandeling van het hoger beroep, zodat het niet-ontvankelijk dient te worden verklaard.

2.3.    Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3.    Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.

Aldus vastgesteld door mr. C.H.M. van Altena, Lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. J. de Koning, ambtenaar van Staat.

w.g. Van Altena    w.g. De Koning

Lid van de enkelvoudige kamer    ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 5 april 2006

221.