Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2006:AV3854

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
01-03-2006
Datum publicatie
08-03-2006
Zaaknummer
200601128/2
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 13 februari 2004 heeft het Commissariaat voor de Media (hierna: het Commissariaat) het verzoek van de Nederlandse Vereniging van Commerciële Radio (hierna: de VCR) om openbaarmaking van documenten met betrekking tot de melding door de Nederlandse Omroepstichting (hierna: de NOS) van het voornemen om het commerciële radiostation Colorful Radio over te nemen en daarna voort te zetten als neventaak, alsmede openbaarmaking van alle overige correspondentie over dit onderwerp, afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

200601128/2.

Datum uitspraak: 1 maart 2006

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op verzoeken om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) hangende het hoger beroep van:

de Nederlandse Omroep Stichting, de Nederlandse Programma Stichting en de Stichting Colorful Radio, allen gevestigd te Hilversum

verzoekers,

tegen de uitspraak in zaak no. AWB 04/2662 van de rechtbank Amsterdam van 22 december 2005 in het geding tussen:

de Nederlandse Vereniging van Commerciële Radio, gevestigd te Amsterdam

en

het Commissariaat voor de Media.

1.    Procesverloop

Bij besluit van 13 februari 2004 heeft het Commissariaat voor de Media (hierna: het Commissariaat) het verzoek van de Nederlandse Vereniging van Commerciële Radio (hierna: de VCR) om openbaarmaking van documenten met betrekking tot de melding door de Nederlandse Omroepstichting (hierna: de NOS) van het voornemen om het commerciële radiostation Colorful Radio over te nemen en daarna voort te zetten als neventaak, alsmede openbaarmaking van alle overige correspondentie over dit onderwerp, afgewezen.

Bij besluit van 4 mei 2004 heeft het Commissariaat het daartegen door de VCR gemaakte bezwaar gedeeltelijk gegrond en gedeeltelijk ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 22 december 2005, verzonden op 30 december 2005, heeft de rechtbank Amsterdam (hierna: de rechtbank) het daartegen door de VCR ingestelde beroep gegrond verklaard, de bestreden beslissing op bezwaar vernietigd voor zover dit ziet op de door het Commissariaat genummerde documenten 3 en 6 en het Commissariaat opgedragen om binnen acht weken na verzending van de uitspraak een nieuwe beslissing te nemen op het bezwaarschrift.

Tegen deze uitspraak hebben verzoekers bij brief van 9 februari 2006, bij de Raad van State ingekomen op 10 februari 2006, hoger beroep ingesteld.

Tevens hebben zij de Voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

Bij brief van 20 februari 2006 heeft de VCR toestemming verleend, als bedoeld in artikel 8:29, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht.

De Voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 23 februari 2006, waar verzoekers, vertegenwoordigd door mr. G.J.M. Cartigny, advocaat te Rotterdam, en de VCR, vertegenwoordigd door mr. P. Burger, advocaat te Amsterdam, zijn verschenen. Het Commissariaat is met voorafgaande schriftelijke kennisgeving niet verschenen.

2.    Overwegingen

2.1.    Het verzoek om een voorlopige voorziening is er op gericht te voorkomen dat het Commissariaat hangende de hoger beroepsprocedure, ter uitvoering van de uitspraak van de rechtbank, opnieuw op het bezwaarschrift van de VCR beslist. Indien het verzoek niet wordt toegewezen kan een onomkeerbare situatie ontstaan die de hoger beroepsprocedure illusoir maakt. Van dringende belangen die zich tegen inwilliging van het verzoek verzetten, is niet gebleken.

2.2.    Gelet hierop, en in aanmerking genomen dat het hoger beroep zal worden behandeld ter zitting van de Afdeling op 17 mei 2006, ziet de Voorzitter aanleiding de na te melden voorziening te treffen.

2.3.    Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3.    Beslissing

De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

bepaalt bij wijze van voorlopige voorziening dat het Commissariaat voor de Media geen nieuwe beslissing op het bezwaar neemt voordat de Afdeling op het hoger beroep heeft beslist.

Aldus vastgesteld door mr. C.M. Ligtelijn-van Bilderbeek, als Voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. I.A. Molenaar, ambtenaar van Staat.

w.g. Ligtelijn-van Bilderbeek    w.g. Molenaar

Voorzitter    ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 1 maart 2006

369.