Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2006:AU9832

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
18-01-2006
Datum publicatie
18-01-2006
Zaaknummer
200507297/1
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 10 november 2003 heeft het dagelijks bestuur van de deelgemeente Noord van de gemeente Rotterdam (hierna: het dagelijks bestuur) aan appellant preventieve bestuursdwang aangezegd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

200507297/1.

Datum uitspraak: 18 januari 2006.

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellant], verblijvend te [plaats],

tegen de uitspraak in zaak no. GEMWT 04/387-BRO1 van de rechtbank Rotterdam van 10 augustus 2005 in het geding tussen:

appellant

en

het dagelijks bestuur van de deelgemeente Noord van de gemeente Rotterdam.

1.    Procesverloop

Bij besluit van 10 november 2003 heeft het dagelijks bestuur van de deelgemeente Noord van de gemeente Rotterdam (hierna: het dagelijks bestuur) aan appellant preventieve bestuursdwang aangezegd.

Bij besluit van 22 januari 2004 heeft het dagelijks bestuur het daartegen gemaakte bezwaar niet-ontvankelijk verklaard.

Bij uitspraak van 10 augustus 2005, verzonden op 11 augustus 2005, heeft de rechtbank Rotterdam (hierna: de rechtbank) het daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft appellant per brief, bij de Raad van State ingekomen op 19 augustus 2005, hoger beroep ingesteld. De gronden zijn aangevuld bij brief van 22 september 2005. Deze brieven zijn aangehecht.

Bij brief van 14 september 2005 heeft het dagelijks bestuur van antwoord gediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 10 januari 2005, waar appellant in persoon is verschenen. Het dagelijks bestuur is niet verschenen.

2.    Overwegingen

2.1.    Ingevolge artikel 6:5, eerste lid aanhef en onder d van de Algemene wet bestuursrecht bevat het bezwaar- of beroepschrift tenminste de gronden van het bezwaar of beroep.

2.2.    De rechtbank is van oordeel dat hetgeen door appellant in zijn bezwaarschrift naar voren is gebracht geen gronden bevat welke zijn gericht tegen het primaire besluit. Gelet op de verklaring van appellant ter zitting bij de rechtbank luidende dat zijn bezwaarschrift zich niet richt tegen het primaire besluit maar tegen het vonnis tot ontruiming en de uitvoering daarvan, is de Afdeling met de rechtbank van oordeel dat appellant geen gronden heeft aangevoerd gericht tegen het primaire besluit. Hetgeen appellant in hoger beroep heeft aangevoerd doet hier niet aan af en behoeft geen bespreking omdat het geen betrekking heeft op de uitspraak waartegen hoger beroep is ingesteld.

2.3.    Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

2.4.    Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3.    Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. C.H.M. van Altena, Lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. P. Klein, ambtenaar van Staat.

w.g. Van Altena    w.g. Klein

Lid van de enkelvoudige kamer    ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 18 januari 2006.

176-512.