Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2005:AU7992

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
14-12-2005
Datum publicatie
14-12-2005
Zaaknummer
200502648/1
Rechtsgebieden
Omgevingsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 26 augustus 2003 heeft het college van burgemeester en wethouders van Nuenen (hierna: het college) geweigerd aan appellant vrijstelling en bouwvergunning te verlenen voor een carport op het perceel [locatie] te Nuenen (hierna: het perceel).

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

200502648/1.

Datum uitspraak: 14 december 2005

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellant], wonend te Nuenen,

tegen de uitspraak in zaak no. AWB 04/582 van de rechtbank

's-Hertogenbosch van 15 februari 2005 in het geding tussen:

appellant

en

het college van burgemeester en wethouders van Nuenen.

1.    Procesverloop

Bij besluit van 26 augustus 2003 heeft het college van burgemeester en wethouders van Nuenen (hierna: het college) geweigerd aan appellant vrijstelling en bouwvergunning te verlenen voor een carport op het perceel [locatie] te Nuenen (hierna: het perceel).

Bij besluit van 20 januari 2004 heeft het college het daartegen door appellant gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 15 februari 2005, verzonden op 16 februari 2005, heeft de rechtbank 's-Hertogenbosch (hierna: de rechtbank) het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft appellant bij brief van 24 maart 2005, bij de Raad van State ingekomen op 25 maart 2005, hoger beroep ingesteld. Deze brief is aangehecht.

Bij brief van 13 juni 2005 heeft het college van antwoord gediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 26 september 2005, waar appellant in persoon, bijgestaan door mr. J.W. de Rijk, advocaat te Helmond, en het college, vertegenwoordigd door H.J. Manders, ambtenaar van de gemeente, zijn verschenen.

2.    Overwegingen

2.1.    Het bouwplan voorziet in een carport met een oppervlakte van ongeveer 37 m². Vaststaat dat daarvoor een bouwvergunning is vereist.

2.2.    Ingevolge het ter plaatse geldende bestemmingsplan "Nuenen Oost" is het perceel bestemd voor "Vrijstaande eengezinshuizen, klasse A3 met bijbehorende erven".

   Ingevolge artikel 3, lid A, onderdeel a, sub I, aanhef, van de planvoorschriften mag de tot "vrijstaande eengezinshuizen, klasse A3 met bijbehorende erven" bestemde grond uitsluitend worden bebouwd met vrijstaande eengezinshuizen, daarbij behorende aanbouwen, bijgebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, met dien verstande dat eengezinshuizen uitsluitend binnen de op de kaart aangegeven bebouwingsvlakken mogen worden gebouwd.

   Ingevolge lid A, onderdeel a, sub II, onder a, mag uitsluitend tegen de achtergevel van een eengezinshuis niet meer dan één aanbouw worden gebouwd.

2.3.    Niet in geschil is dat het bouwplan in strijd is met artikel 3, lid A, onderdeel a, sub II, onder a, van de planvoorschriften omdat de carport niet tegen de achtergevel van de woning van appellant is gebouwd.

2.4.    Het college heeft aan zijn weigering vrijstelling en bouwvergunning te verlenen ten grondslag gelegd dat het bouwplan niet voldoet aan de maximale oppervlakte van aan- en bijgebouwen, zoals die in het bestemmingsplan "Nuenen-West 1998" is opgenomen.

2.5.    Voldoende aannemelijk is geworden dat het als uitgangspunt nemen van deze regeling bij de beoordeling van bouwaanvragen als thans aan de orde een bestendige bestuurspraktijk betreft. De rechtbank heeft deze gedragslijn terecht niet onredelijk of anderszins onjuist geacht. Van schending van het rechtszekerheidsbeginsel is in dit verband geen sprake.

2.6.    Appellant betoogt voorts dat de rechtbank heeft miskend dat het college ten onrechte de oppervlakte van de uitbouw van de woning aan de achtergevel, waarvoor op 9 januari 2001 bouwvergunning is verleend, bij de berekening van de oppervlakte van de aan- en bijgebouwen heeft betrokken.

   Dit betoog slaagt. Uit de stukken is gebleken dat de uitbouw in overeenstemming met het bestemmingsplan "Nuenen-Oost" binnen het bebouwingsvlak is gerealiseerd. Naar het oordeel van de Afdeling kan de binnen het bebouwingsvlak gerealiseerde bebouwing niet bij de berekening van de oppervlakte van de aan- en bijgebouwen op het perceel worden betrokken. Die zou immers ook buiten beschouwing zijn gelaten indien het bebouwingsvlak van meet af aan bebouwd zou zijn geweest. Gelet hierop ontbeert het besluit van 20 januari 2004 een deugdelijke motivering, zoals bedoeld in artikel 7:12, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht. De rechtbank heeft dit niet onderkend.

2.7.    Gelet hierop wordt aan de overige hoger-beroepsgronden niet toegekomen.

2.8.    Het hoger beroep is gegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden vernietigd. De Afdeling zal, doende hetgeen de rechtbank zou behoren te doen, het beroep gegrond verklaren en het besluit van 20 januari 2004 vernietigen.

2.9.    Het college dient op na te melden wijze in de proceskosten te worden veroordeeld.

3.    Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

I.    verklaart het hoger beroep gegrond;

II.    vernietigt de uitspraak van de rechtbank 's-Hertogenbosch van 15 februari 2005, AWB 04/582;

III.    verklaart het bij de rechtbank ingestelde beroep gegrond;

IV.    vernietigt het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Nuenen van 20 januari 2004, BM/MA/RU ROMA249/1;

V.    veroordeelt het college van burgemeester en wethouders van Nuenen tot vergoeding van bij appellant in verband met de behandeling van het hoger beroep en het beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 1340,78 (zegge: duizend driehonderdveertig euro en achtenzeventig cent), waarvan een gedeelte groot € 1288,00 (zegge: duizend tweehonderdachtentachtig euro) is toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand; het dient door de gemeente Nuenen aan appellant onder vermelding van het zaaknummer te worden betaald;

VI.    gelast dat de gemeente Nuenen aan appellant het door hem voor de behandeling van het hoger beroep en het beroep betaalde griffierecht ten bedrage van € 340,00 (zegge: driehonderdveertig euro) vergoedt.

Aldus vastgesteld door mr. C.M. Ligtelijn-van Bilderbeek, Lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. J. Willems, ambtenaar van Staat.

w.g. Ligtelijn-van Bilderbeek    w.g. Willems

Lid van de enkelvoudige kamer    ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 14 december 2005

378-412.