Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2005:AU7983

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
14-12-2005
Datum publicatie
14-12-2005
Zaaknummer
200505539/1
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 30 maart 2004 heeft het college van burgemeester en wethouders van Leidschendam-Voorburg (hierna: het college) de verbindingsweg tussen Distelweide en de Klaverweide te Voorburg afgesloten door middel van het plaatsen van zogeheten breekpalen aan weerszijden van de rijweg voor motorrijtuigen, zodat de verbindingsweg slechts toegankelijk blijft voor voetgangers en (brom)fietsers.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
VR 2007, 64
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

200505539/1 .

Datum uitspraak: 14 december 2005

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellant], wonend te [woonplaats],

tegen de uitspraak in zaak no. AWB 04/4608 BESLU van de rechtbank 's-Gravenhage van 10 juni 2005 in het geding tussen:

appellant

en

het college van burgemeester en wethouders van Leidschendam-Voorburg.

1.    Procesverloop

Bij besluit van 30 maart 2004 heeft het college van burgemeester en wethouders van Leidschendam-Voorburg (hierna: het college) de verbindingsweg tussen Distelweide en de Klaverweide te Voorburg afgesloten door middel van het plaatsen van zogeheten breekpalen aan weerszijden van de rijweg voor motorrijtuigen, zodat de verbindingsweg slechts toegankelijk blijft voor voetgangers en (brom)fietsers.

Bij besluit van 24 september 2004 heeft het college, voor zover van belang, het daartegen door appellant gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 10 juni 2005, verzonden op dezelfde dag, heeft de rechtbank 's-Gravenhage (hierna: de rechtbank) het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft appellant bij brief ingekomen bij de Raad van State op 28 juni 2005 hoger beroep ingesteld. Deze brief is aangehecht.

Bij brief van 25 augustus 2005 heeft het college van antwoord gediend, aangevuld bij brief van 6 september 2005.

Na afloop van het vooronderzoek zijn op 21 oktober 2005 nadere stukken ontvangen van appellant. Deze zijn aan de andere partij toegezonden.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 2 november 2005, waar appellant in persoon en vergezeld door [één van de appellanten] in bezwaar en het college, vertegenwoordigd door drs D. de Greef, werkzaam bij de Directie Ruimtelijke Economische ontwikkeling van de gemeente Leidschendam-Voorburg en F. Bestebreurtje, verkeersdeskundige verbonden aan het bureau Leidschendam van de politie Haaglanden, zijn verschenen.

2.    Overwegingen

2.1.    In geschil is het in bezwaar gehandhaafde besluit tot het afsluiten van de verbindingsweg tussen de Distelweide en de Klaverweide voor motorrijtuigen op meer dan twee wielen. Aanvankelijk had het college voor ogen de afsluiting te realiseren door het plaatsen van zogeheten breekpalen aan weerszijden van de verbindingsweg ter hoogte van huisadres [locatie a] en 40 meter verder ter hoogte van huisadres [locatie b]. Ten tijde van de behandeling van het beroep bij de rechtbank stond onweersproken vast dat het gaat om de plaatsing op de stoep - bij de twee genoemde adressen - van één paal, die niet kan worden weggenomen en twee palen ernaast, op de rijbaan, die desgewenst met een sleutel kunnen worden verwijderd.

   Aan het verkeersbesluit ligt het belang van de verkeersveiligheid ten grondslag. Het college heeft daartoe overwogen dat de Distelweide-Klaverweide een verblijfsgebied met woningen is en dat ten gevolge van de bouw van de aangrenzende wijk Sijtwende de verbindingsweg in toenemende mate wordt gebruikt als doorgaande weg, terwijl de verbindingsweg niet geschikt is voor het passeren van tegemoetkomende auto's en dat de veiligheid van fietsers en voetgangers die van die weg gebruik maken, voor verbetering vatbaar is.

   Het college heeft voor deze manier van afsluiten gekozen om te voorkomen dat de desbetreffende woonbuurt onbereikbaar is voor hulpdiensten zoals een ambulance, de brandweer of de politie. Deze diensten kunnen in voorkomende gevallen zich met een sleutel toegang of doorgang verschaffen.

   Alleen voetgangers, fietsers en bromfietsen hebben vrije doorgang.

   Een kleine meerderheid van de groep bewoners van de Distelweide en Klaverweide heeft zich voorstander van deze verkeersmaatregel betoond.

2.2.    Voor de in dit geschil van belang zijnde bepalingen van de Wegenverkeerswet en het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer verwijst de Afdeling naar de aangehechte uitspraak van de rechtbank.

2.3.    Hetgeen appellant in hoger beroep aanvoert, komt nagenoeg geheel neer op een herhaling van de argumenten die hij bij de rechtbank heeft aangevoerd. De Afdeling onderschrijft het ter zake door de rechtbank gegeven oordeel en voegt daar het volgende aan toe.

2.3.1.    De rechtbank heeft terecht voorop gesteld dat het college bij het nemen van een verkeersbesluit een ruime beoordelingsmarge toekomt. Het is aan het bestuursorgaan om alle verschillende bij het nemen van een dergelijk besluit betrokken belangen tegen elkaar af te wegen. De rechter zal zich bij de beoordeling van zo'n besluit terughoudend moeten opstellen en slechts dienen te toetsen of het besluit strijdig is met wettelijke voorschriften, dan wel of sprake is van een zodanige onevenwichtigheid in de afweging van de betrokken belangen, dat het bestuursorgaan niet in redelijkheid tot dat besluit heeft kunnen komen.

   Anders dan appellant meent, heeft de rechtbank zich terecht terughoudend opgesteld bij de toetsing van het in beroep bestreden besluit. De opvatting van appellant dat de rechtbank geweigerd heeft recht te spreken deelt de Afdeling dan ook niet.

2.3.2.    De omstandigheid dat de rechtbank ervoor heeft gekozen de door appellant aldaar ter zitting meegebrachte getuigen niet te horen, betekent niet een rechtsprocedureel falen, zoals appellant stelt. Het betreft hier immers een aan de rechtbank toekomende bevoegdheid. De rechtbank heeft het horen van de getuigen achterwege gelaten omdat zij de mening was toegedaan dat het horen redelijkerwijze niet aan het onderzoek kon bijdragen.

2.3.3.    Dat de rechtbank zich bij de beoordeling van het beroep heeft verlaten op feitelijke onjuistheden is de Afdeling niet gebleken.

2.3.4.    Wat betreft de enquête die mede ten grondslag ligt aan het verkeersbesluit en waarvan appellant de methode en de uitkomst heeft betwist, heeft de rechtbank op goede gronden overwogen dat omwonenden in zodanige mate de gelegenheid hebben gekregen om de enquête in te vullen dat er geen reden bestond voor het college om de uitkomst van de enquête niet als maatgevend te beschouwen. In de mislukte eerder gehouden verkeersproef in 2003 die, naar het toescheen, een uitkomst te zien gaf die ten voordele van de bezwaren van appellant uitviel, behoefde het college in redelijkheid evenmin aanleiding te zien de uitkomst van de latere enquête in twijfel te trekken.

2.3.5.    Appellant heeft er nog op gewezen dat door de afsluiting van de verbindingsweg bewoners van de Distelweide en de Klaverweide aan weerszijden ervan, zijn aangewezen op één uitgangsweg - hetzij naar de Rodelaan hetzij naar de Mgr Van Steelaan - die het gevaar loopt, door welke oorzaak dan ook, geblokkeerd te raken.

   De rechtbank heeft met juistheid overwogen dat er geen grond is voor het oordeel dat het college het belang van de verkeersveiligheid niet in redelijkheid heeft kunnen laten prevaleren boven het belang van de omwonenden - onder wie appellant - bij het openhouden van de verbindingsweg, in aanmerking genomen dat de woningen goed bereikbaar blijven ook al is dat voor weerszijden van de afsluiting via één toegangsweg of ontsluitingsweg. Hierbij heeft het college kunnen meewegen dat in de noordelijk van de Mgr. Van Steelaan gelegen woonwijk met een gelijkwaardige stratenindeling ook sprake is van één ontsluitingsweg voor de gehele wijk.

   Het college heeft voorts terecht gewicht toegekend aan de omstandigheid dat zowel de politie als de brandweer, die elk vertegenwoordigd zijn in de gemeentelijke verkeerscommissies, bij de voorbereiding van het besluit te kennen hebben gegeven niet afwijzend te staan tegenover de afsluiting, op de voorwaarde dat de afsluiting ten behoeve van hulpdiensten verwijderbaar is.

2.4.    Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

2.5.    Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3.    Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. C.H.M. van Altena, Lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. J. de Koning, ambtenaar van Staat.

w.g. Van Altena    w.g. De Koning

Lid van de enkelvoudige kamer    ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 14 december 2005

221.